เยเรมีย์ 17
Freedom Bible (Thai)Translation
Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1“บาปของยูดาห์เขียนด้วยเหล็กจาร ด้วยปลายเพชร สลักบนแผ่นจารึกแห่งใจของพวกเขา และบนเขาของแท่นบูชาพวกเจ้า
1De zonde van Juda staat opgeschreven Met ijzeren stift, Met diamanten spits gegrift Op de tafel van hun hart. Op de hoornen van hun altaren,
2แม้ลูก ๆ ของพวกเขาก็ยังจำแท่นบูชา และเสาอาเชราห์ข้างต้นไม้เขียวบนเนินสูง
2Als een gedachtenis voor hun zonen: Op hun altaren, heilige stammen, groene bomen,
3ภูเขาของเราในทุ่งเอ๋ย เราจะให้ทรัพย์สินและสมบัติทั้งหมดของเจ้าเป็นของปล้น ทั้งสถานบูชาบนที่สูง เพราะบาปทั่วเขตแดนของเจ้า
3Op hun hoge heuvels en bergen in de vlakte. Uw rijkdom en al uw schatten geef Ik prijs Tot straf voor uw zonde in heel uw gebied,
4เจ้าจะสละมรดกที่เราให้ด้วยตัวเจ้าเอง เราจะให้เจ้ารับใช้ศัตรูในแผ่นดินที่ไม่รู้จัก เพราะพวกเจ้าจุดไฟในความโกรธของเรา ไฟนั้นจะลุกไหม้ตลอดไป”
4En uw erfdeel zal u ontvallen, Dat Ik u had geschonken. Dan maak Ik u tot slaaf van uw vijanden In een land, dat ge niet hebt gekend; Want ge hebt het vuur van mijn gramschap ontstoken, Dat eeuwig blijft branden.
5พระยาห์เวห์กล่าวว่า “คนที่ไว้วางใจมนุษย์ถูกสาปแช่ง คนที่พึ่งกำลังมนุษย์ และใจตีตัวห่างจากพระยาห์เวห์
5Zo spreekt Jahweh! Vervloekt de man, die op mensen vertrouwt, En steun zoekt bij vlees, Maar wiens hart zich afwendt van Jahweh.
6เพราะเขาจะเหมือนพุ่มไม้ในทะเลทราย เมื่อสิ่งดีมา จะไม่เห็น แต่จะอยู่ในที่แห้งผากกลางถิ่นกันดาร ในแผ่นดินเค็มที่ไม่มีคนอาศัย
6Hij is als een struik in de woestijn, Die nimmer zegen ziet komen, Maar op de verschroeide bodem der steppe blijft staan, Op brak en onbewoonbaar land.
7“คนที่ไว้วางใจพระยาห์เวห์ย่อมได้รับพร คนที่มั่นใจในพระยาห์เวห์
7Maar gezegend de man, die op Jahweh vertrouwt, En die zijn hoop stelt op Jahweh.
8เพราะเขาจะเหมือนต้นไม้ปลูกริมน้ำ แผ่รากไปริมแม่น้ำ ไม่กลัวเมื่อความร้อนมา ใบยังเขียว ไม่กังวลในปีแล้ง ไม่หยุดออกผล
8Hij is als een boom, aan het water geplant, Die zijn wortels schiet in de beek; Die dreigende hitte niet vreest, Wiens blad niet verwelkt; Die in droge jaren niet kwijnt, Maar altijd vruchten blijft dragen.
9ใจหลอกลวงยิ่งกว่าทุกสิ่ง และเสื่อมทรามอย่างที่สุด ใครจะรู้จักได้?
9Het hart is het listigst van allen, Vol boosheid, wie kan het kennen?
10“เราคือพระยาห์เวห์ เราค้นดูความคิด ทดสอบใจ เพื่อตอบแทนทุกคนตามทางของเขา ตามผลจากการกระทำ”
10Ik, Jahweh, doorgrond het hart, En peil de nieren, Om iedereen naar zijn gedrag te vergelden, En naar de vrucht van zijn werken.
11คนที่ได้ทรัพย์มาอย่างไม่ถูกต้อง เหมือนนกกระทาที่กกไข่ซึ่งตนไม่ได้วาง เมื่อชีวิตผ่านไปครึ่งหนึ่ง ทรัพย์จะจากเขาไป เมื่อถึงจุดจบ เขาจะเป็นคนโง่
11Een veldhoen legt eieren, die ze niet uitbroedt: Die onrechtvaardige schatten verzamelt, Moet ze midden in zijn leven verlaten, En aan het eind van zijn leven blijkt hij een dwaas.
12บัลลังก์อันรุ่งโรจน์ตั้งอยู่สูงมาตั้งแต่แรก คือที่ตั้งสถานบริสุทธิ์ของพวกเรา
12Troon der heerlijkheid, voor eeuwig verheven, In onze heilige stede:
13พระยาห์เวห์ ความหวังของอิสราเอล ทุกคนที่ละทิ้งพระองค์จะผิดหวัง คนที่จากข้าพเจ้าไปจะมีชื่อเขียนลงในดิน เพราะพวกเขาละทิ้งพระยาห์เวห์ น้ำพุแห่งน้ำที่มีชีวิต
13Jahweh, hoop van Israël! Die U verlaten, komen te schande, Die tegen mij zich verzetten, staan opgeschreven ten dode, Omdat ze Jahweh verzaken, de bron van de levende wateren!
14พระยาห์เวห์ โปรดรักษาข้าพเจ้า แล้วข้าพเจ้าจะหาย โปรดช่วยให้รอด แล้วข้าพเจ้าจะรอด เพราะพระองค์เป็นคำสรรเสริญของข้าพเจ้า
14Genees mij, Jahweh, dan word ik gezond; Kom mij te hulp, dan word ik gered: Want Gij zijt mijn glorie!
15พวกเขาถามข้าพเจ้าว่า “คำของพระยาห์เวห์อยู่ที่ไหน? ให้สำเร็จเดี๋ยวนี้สิ”
15Zie, ze zeggen tot mij: Waar blijft dan toch het woord van Jahweh? Ach, laat het in vervulling gaan!
16ส่วนข้าพเจ้า ไม่ได้รีบเลิกเป็นผู้เลี้ยงที่ตามพระองค์ ไม่ได้ปรารถนาวันวิบัติ พระองค์รู้ สิ่งที่ออกจากปากข้าพเจ้าอยู่ต่อหน้าพระองค์
16Ik heb niet aangedrongen Op onheil bij U, Naar de dag van jammer niet verlangd, Gij weet het! Wat mij over de lippen kwam, Was afkomstig van U!
17อย่าเป็นความหวาดกลัวแก่ข้าพเจ้า พระองค์เป็นที่ลี้ภัยในยามภัยร้าย
17Wees Gij dan mijn ondergang niet, Gij mijn toevlucht op de dag van jammer.
18ให้ผู้ข่มเหงข้าพเจ้าผิดหวัง แต่อย่าให้ข้าพเจ้าผิดหวัง ให้พวกเขาหวาดหวั่น แต่อย่าให้ข้าพเจ้าหวาดหวั่น นำวันภัยร้ายมาถึงพวกเขา ทำลายด้วยความพินาศสองเท่า
18Laat mijn vervolgers beschaamd staan, niet ik; Zij worden gebroken, niet ik. Breng over hen de dag van jammer, Verpletter ze ten einde toe.
19พระยาห์เวห์กล่าวกับข้าพเจ้าว่า “จงไปยืนที่ประตูของประชาชน ซึ่งกษัตริย์ยูดาห์ใช้เข้าออก และที่ประตูทุกแห่งของเยรูซาเล็ม
19Jahweh sprak tot mij: Ga in de “poort van de kinderen van het volk” staan, waardoor de koningen van Juda in- en uitgaan, en in alle andere poorten van Jerusalem.
20บอกพวกเขาว่า ‘กษัตริย์ยูดาห์ ชาวยูดาห์ทั้งหมด และผู้ที่อาศัยในเยรูซาเล็มซึ่งเข้าประตูเหล่านี้ จงฟังคำของพระยาห์เวห์
20Dan moet ge hun zeggen: Hoort het woord van Jahweh, koningen van Juda en heel Juda, en gij allen, bewoners van Jerusalem, die door deze poorten komt!
21พระยาห์เวห์กล่าวดังนี้ “จงระวัง อย่าขนของในวันสะบาโต อย่านำเข้าประตูเยรูซาเล็ม
21Zo spreekt Jahweh: Neemt u angstvallig in acht, op de sabbatdag geen lasten te dragen en door Jerusalems poorten naar binnen te brengen.
22อย่าขนของออกจากบ้านในวันสะบาโต อย่าทำงานใด ๆ แต่จงรักษาวันสะบาโตให้บริสุทธิ์ ตามที่เราสั่งบรรพบุรุษของพวกเจ้า
22Ge moogt op de dag van de sabbat geen lasten ook uit uw huizen dragen, en geen andere arbeid verrichten. Neen, ge moet de sabbatdag heiligen, zoals Ik uw vaderen heb bevolen.
23แต่พวกเขาไม่ฟัง ไม่เงี่ยหู กลับดื้อดึง ไม่ยอมฟัง ไม่รับคำสั่งสอน
23Maar die hebben niet gehoord en niet willen luisteren; ze waren hardnekkig, gehoorzaamden niet, en lieten zich niet gezeggen.
24ถ้าพวกเจ้าตั้งใจเชื่อฟังเรา” พระยาห์เวห์กล่าว “ไม่นำของผ่านประตูเมืองนี้ในวันสะบาโต แต่รักษาวันสะบาโตให้บริสุทธิ์ ไม่ทำงานในวันนั้น
24Welnu, indien ge Mij gehoorzaamt, spreekt Jahweh, en op de sabbatdag geen lasten door deze stadspoorten draagt, maar de sabbatdag heiligt en op die dag geen arbeid verricht:
25กษัตริย์และขุนนางที่นั่งบนบัลลังก์ดาวิดก็จะเข้าประตูเมืองนี้ โดยรถรบและม้า ทั้งพวกเขา ขุนนางของพวกเขา ชาวยูดาห์ และผู้ที่อาศัยในเยรูซาเล็ม เมืองนี้จะคงอยู่ตลอดไป
25dan zullen de koningen en vorsten, die op Davids troon zijn gezeten, door deze stadspoorten op wagens en paarden komen gereden: zijzelf en hun vorsten met de mannen van Juda en de bewoners van Jerusalem; en dan blijft deze stad voor immer bewoond.
26ผู้คนจะมาจากเมืองต่าง ๆ ของยูดาห์ จากรอบเยรูซาเล็ม จากดินแดนเบนยามิน จากที่ราบ จากแดนภูเขาและจากทางใต้ นำเครื่องบูชาเผา เครื่องบูชา เครื่องบูชาธัญพืชและกำยานมา นำเครื่องบูชาขอบคุณมายังพระนิเวศของพระยาห์เวห์
26Dan zal men ook uit de steden van Juda, uit de omtrek van Jerusalem en uit het land van Benjamin blijven komen: uit de vlakten en bergen en Négeb, om brand- en slachtoffers, spijsoffers en wierook te brengen, en dankoffers op te dragen in het huis van Jahweh.
27แต่ถ้าพวกเจ้าไม่เชื่อฟังเรา ไม่รักษาวันสะบาโตให้บริสุทธิ์ ยังขนของเข้าประตูเยรูซาเล็มในวันสะบาโต เราจะจุดไฟที่ประตูเมือง ไฟจะเผาผลาญวังต่าง ๆ ของเยรูซาเล็ม ไม่มีวันดับ”’”
27Maar zo ge niet naar Mij luistert, de sabbat niet heiligt, en met lasten beladen op de dag van de sabbat door de poorten van Jerusalem trekt, dan zal Ik een vuur in zijn poorten ontsteken, dat Jerusalems burchten verslindt, en dat niet wordt geblust.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.