เยเรมีย์ 12
Freedom Bible (Thai)Translation
Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1พระยาห์เวห์ พระองค์เที่ยงธรรม เมื่อข้าพเจ้ากล่าวโต้แย้งพระองค์ ถึงอย่างนั้น ข้าพเจ้าอยากสู้คดีกับพระองค์ ทำไมทางของคนชั่วจึงเจริญรุ่งเรือง? ทำไมคนทรยศอย่างหนักจึงอยู่สบายกันหมด?
1Jahweh, Gij zijt te rechtvaardig, om met U te twisten; Toch leg ik U een rechtsvraag voor: Waarom hebben de goddelozen geluk, Leven al de trouwelozen in vrede?
2พระองค์ปลูกพวกเขา จริงทีเดียว พวกเขาหยั่งราก เติบโต จริงทีเดียว ออกผล พระองค์อยู่ใกล้ปากของพวกเขา แต่ไกลจากใจ
2Gij hebt ze geplant; ze hebben wortel geschoten, Ze groeien, en dragen ook vrucht: Toch waart Gij enkel dichtbij in hun mond, Maar ver van hun hart.
3แต่พระยาห์เวห์ พระองค์รู้จักข้าพเจ้า เห็นข้าพเจ้า และทดสอบว่าใจข้าพเจ้ามีต่อพระองค์อย่างไร โปรดลากพวกเขาออกมาเหมือนแกะที่จะถูกฆ่า เตรียมพวกเขาไว้สำหรับวันฆ่าฟัน
3Jahweh, Gij kent en doorschouwt mij, Gij toetst mijn gezindheid voor U: Sleep ze dus weg als schapen ter slachting, Bestem ze voor de dag van de dood!
4แผ่นดินจะคร่ำครวญ และพืชทั่วแผ่นดินจะเหี่ยวอีกนานเท่าใด? เพราะความชั่วของผู้ที่อาศัยในนั้น สัตว์และนกจึงสูญสิ้น เพราะพวกเขาพูดว่า “พระองค์จะไม่เห็นจุดจบของพวกเรา”
4Hoelang zal het land blijven treuren, En al het veldgewas kwijnen, Zullen vee en vogels vergaan om de boosheid van zijn bewoners? Ze durven nog zeggen: Hij zal ons einde niet zien!
5“ถ้าเจ้าวิ่งกับคนเดินเท้า แล้วยังเหน็ดเหนื่อย เจ้าจะแข่งกับม้าได้อย่างไร? แม้เจ้าปลอดภัยในแผ่นดินสงบสุข แล้วเจ้าจะทำอย่างไรในดงรกริมแม่น้ำจอร์แดน?
5Als u de wedloop met voetgangers afmat, Hoe houdt ge de paarden dan bij; En als ge u niet veilig voelt in een vredig land, Wat doet ge dan in het kreupelhout van de Jordaan?
6แม้แต่พี่น้องของเจ้าและตระกูลบิดา พวกเขาก็ทรยศเจ้า! แม้แต่พวกเขาก็ร้องไล่หลังเจ้าดัง ๆ! อย่าเชื่อพวกเขา ถึงจะพูดไพเราะกับเจ้า
6Want zelfs uw broeders en het huis van uw vader Zijn u ontrouw geworden, en schreeuwen u na; Vertrouw ze dus niet, Al spreken ze u nog zo vriendelijk toe!
7“เราละทิ้งบ้านของเราแล้ว เราคัดทิ้งมรดกของเราแล้ว เรามอบคนที่เรารักสุดใจไว้ในมือศัตรูของเธอ
7Ik heb mijn huis al verlaten, Mijn erfdeel verstoten, Mijn zielsgeliefde overgeleverd In de hand van haar vijanden.
8มรดกของเรากลายเป็นเหมือนสิงโตในป่าสำหรับเรา เธอส่งเสียงต่อสู้กับเรา เราจึงเกลียดเธอ
8Mijn erfdeel is tegen Mij opgestaan Als een leeuw in het woud; Het brulde Mij tegen, En daarom ging Ik het haten.
9มรดกของเราเป็นเหมือนนกล่าเหยื่อลายจุดสำหรับเราหรือ? นกล่าเหยื่อรุมล้อมเธอทุกด้านหรือ? จงไปรวบรวมสัตว์ในทุ่งทั้งหมด พามันมากลืนกิน
9Mijn erfdeel is in mijn oog een bonte vogel geworden, Van alle kanten door roofvogels omringd. Op, drijft de wilde beesten samen, Haalt ze bijeen, om het op te slokken.
10ผู้เลี้ยงมากมายทำลายสวนองุ่นของเรา เหยียบย่ำส่วนของเรา ทำส่วนที่น่ารื่นรมย์ของเราให้เป็นถิ่นกันดารรกร้าง
10Een bende herders heeft mijn wijngaard vernield, Mijn erfdeel vertrapt, Mijn kostelijke akker In een woeste steppe veranderd.
11พวกเขาทำให้มันรกร้าง มันรกร้างและคร่ำครวญต่อเรา ทั้งแผ่นดินรกร้าง เพราะไม่มีใครใส่ใจ
11Ze hebben er een woestijn van gemaakt, Treurend en eenzaam voor mijn aanschijn; Het hele land ligt verwoest, Niemand, die er zich om bekommert.
12ผู้ทำลายมาถึงยอดเขาโล่งทุกแห่งในถิ่นกันดาร เพราะดาบของพระยาห์เวห์กลืนกินจากปลายแผ่นดินด้านหนึ่งถึงอีกด้าน ไม่มีผู้ใดมีความสงบสุข
12Over alle toppen der steppe Zijn de rovers gekomen; Want het zwaard van Jahweh verslindt aan het ééne einde, En tot het andere eind van het land is geen sterveling veilig.
13พวกเขาหว่านข้าวสาลี แต่เก็บเกี่ยวหนาม เหนื่อยแรงจนหมด แต่ไม่ได้ประโยชน์ พวกเจ้าจะอับอายกับผลผลิตของตน เพราะความโกรธเกรี้ยวของพระยาห์เวห์”
13Ze hebben tarwe gezaaid, maar doornen gemaaid, Zich vruchteloos afgesloofd; Nu staan ze beschaamd om hun oogst Door Jahweh’s ziedende toorn.
14พระยาห์เวห์กล่าวว่า “สำหรับเพื่อนบ้านชั่วทั้งหมดของเราที่แตะต้องมรดกซึ่งเราให้ชนชาติอิสราเอลของเรารับไว้ จงฟัง เราจะถอนรากพวกเขาออกจากแผ่นดินของตน และจะถอนรากชนยูดาห์ออกจากหมู่พวกเขา
14Zo spreekt Jahweh: Al mijn boze buren, die mijn erfdeel hebben aangerand, Dat Ik Israël, mijn volk, had geschonken: Zie, Ik ruk ze weg van hun grond, En het huis van Juda uit hun midden.
15หลังจากถอนรากพวกเขาแล้ว เราจะกลับมาเมตตาสงสาร จะพาทุกคนกลับไปยังมรดกและแผ่นดินของตน
15Maar als Ik ze heb weggerukt, Zal Ik Mij weer hunner ontfermen; Dan breng Ik ze allen terug naar hun erfdeel, Allen weer terug naar hun eigen land.
16ถ้าพวกเขาตั้งใจเรียนรู้วิถีของชนชาติของเรา สาบานในนามของเราว่า ‘พระยาห์เวห์มีชีวิตอยู่แน่ฉันใด’ เหมือนที่เคยสอนชนชาติของเราให้สาบานในนามเทพบาอัล พวกเขาก็จะถูกสร้างขึ้นท่ามกลางชนชาติของเรา
16En als zij de wegen van mijn volk leren kennen, Bij mijn Naam leren zweren: “Bij het leven van Jahweh!” Zoals ze mijn volk bij Báal leerden zweren: Dan krijgen ze een plaats in de kring van mijn volk.
17แต่ถ้าไม่ฟัง เราจะถอนรากชนชาตินั้น ถอนรากและทำลาย” พระยาห์เวห์กล่าว
17Maar zo ze niet willen horen, Zal Ik dit volk vernielen, Vernielen en verdelgen: Is de godsspraak van Jahweh!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.