Первое послание к Коринфянам

Old Testament

New Testament

Chapter 11

Первое послание к Коринфянам

Synodal Translation (Син…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Первое послание к Коринфянам 11

Synodal Translation (Синодальный перевод)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Будьте подражателями мне, как я Христу.
1Weest mijn navolgers, zoals ik het ben van Christus!
2Хвалю вас, братия, что вы все мое помните и держите предания так, как я передал вам.
2Ik prijs u, omdat gij bij allerlei zaken aan mij denkt, en vasthoudt aan de voorschriften, die ik u gegeven heb.
3Хочу также, чтобы вы знали, что всякому мужу Глава Христос, жене Глава - муж, а Христу Глава - Бог.
3Welnu, ik wil, dat gij wèl bedenkt: het hoofd van iederen man is Christus; het hoofd van de vrouw is de man; het hoofd van Christus is God.
4Всякий муж, молящийся или пророчествующий с покрытою головою, постыжает свою голову.
4Iedere man, die bidt of profeteert met bedekt hoofd, doet zijn hoofd schande aan.
5И всякая жена, молящаяся или пророчествующая с открытою головою, постыжает свою голову, ибо это то же, как если бы она была обритая.
5Iedere vrouw daarentegen, die blootshoofds bidt of profeteert, doet haar hoofd schande aan; want dat is juist hetzelfde, als deed ze het met geschoren hoofd.
6Ибо если жена не хочет покрываться, то пусть и стрижется; а если жене стыдно быть остриженной или обритой, пусть покрывается.
6Ja, zo een vrouw zich niet bedekken wil, dan moet ze zich ook maar de haren doen knippen; en zo het voor een vrouw een schande is, zich kaal te laten knippen of scheren, dan moet ze zich ook maar bedekken.
7Итак муж не должен покрывать голову, потому что он есть образ и слава Божия; а жена есть слава мужа.
7De man moet zijn hoofd niet bedekken, daar hij het evenbeeld is en de glorie van God; maar de vrouw is de glorie van den man.
8Ибо не муж от жены, но жена от мужа;
8Want de man is niet uit de vrouw, maar de vrouw is uit den man;
9и не муж создан для жены, но жена для мужа.
9en de man is niet geschapen om de vrouw, maar de vrouw om den man.
10Посему жена и должна иметь на голове своей знак власти над нею, для Ангелов.
10En daarom moet de vrouw een macht over haar hoofd behouden ter wille der engelen.
11Впрочем, ни муж без жены, ни жена без мужа, в Господе.
11Toch blijft het waar: naar ‘s Heren plan is een vrouw er niet zonder man, maar ook is een man er niet zonder vrouw.
12Ибо как жена от мужа, так и муж через жену; все же - от Бога.
12Want zoals de vrouw uit den man is ontstaan, zo ontstaat ook weer de man door de vrouw; en dit alles naar Gods beschikking.
13Рассудите сами, прилично ли жене молиться Богу с непокрытою головою?
13Oordeelt nu zelf: Is het betamelijk, dat een vrouw bidt met onbedekt hoofd?
14Не сама ли природа учит вас, что если муж растит волосы, то это бесчестье для него,
14Leert toch de natuur zelf u niet, dat het voor den man een schande is, lang haar te dragen;
15но если жена растит волосы, для нее это честь, так как волосы даны ей вместо покрывала?
15terwijl het voor de vrouw een eer is, wanneer ze lang haar draagt; want de haardos is haar gegeven bij wijze van sluier.
16А если бы кто захотел спорить, то мы не имеем такого обычая, ни церкви Божии.
16En zo iemand nog andere bewijzen verlangt: wij hebben zulke gebruiken niet, en de gemeenten Gods evenmin.
17Но, предлагая сие, не хвалю вас, что вы собираетесь не на лучшее, а на худшее.
17Bij de nu volgende vermaning kan ik u niet prijzen. Want gij komt niet samen tot uw heil, maar tot uw onheil.
18Ибо, во-первых, слышу, что, когда вы собираетесь в церковь, между вами бывают разделения, чему отчасти и верю.
18Vooreerst toch hoor ik, dat er bij uw bijeenkomsten in de kerk verdeeldheid onder u heerst; en gedeeltelijk geloof ik dit ook.
19Ибо надлежит быть и разномыслиям между вами, дабы открылись между вами искусные.
19Want het is nodig, dat er scheuringen onder u zijn, wil het blijken, wie onder u standvastig is.
20Далее, вы собираетесь, так, что это не значит вкушать вечерю Господню;
20Wanneer gij bijeen komt, dan is dat geen nuttigen van de Maaltijd des Heren.
21ибо всякий поспешает прежде других есть свою пищу, так что иной бывает голоден, а иной упивается.
21Want iedereen begint zijn eigen maal vooruit te eten; en zó is de een hongerig, de ander over-verzadigd.
22Разве у вас нет домов на то, чтобы есть и пить? Или пренебрегаете церковь Божию и унижаете неимущих? Что сказать вам? Похвалить ли вас за это? Не похвалю.
22Hebt gij dan geen huizen, om te eten en te drinken? Of durft gij de kerk van God verachten, en hen die niets bezitten, vernederen? Wat zal ik u zeggen? Zal ik u prijzen? Op dit punt prijs ik u zeker niet.
23Ибо я от Самого Господа принял то, что и вам передал, что Господь Иисус в ту ночь, в которую предан был, взял хлеб
23Want ik zelf heb van den Heer ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd; dat de Heer Jesus in de nacht, dat Hij verraden werd, brood nam,
24и, возблагодарив, преломил и сказал: приимите, ядите, сие есть Тело Мое, за вас ломимое; сие творите в Мое воспоминание.
24een dankzegging sprak, het brak en zeide: “Dit is mijn Lichaam, dat voor u wordt overgeleverd. Doet dit tot mijn gedachtenis.”
25Также и чашу после вечери, и сказал: сия чаша есть новый завет в Моей Крови; сие творите, когда только будете пить, в Мое воспоминание.
25Zo ook na de maaltijd de kelk, zeggende: “Deze kelk is het nieuwe Verbond in mijn Bloed. Doet dit, zo dikwijls gij drinkt, tot mijn gedachtenis.”
26Ибо всякий раз, когда вы едите хлеб сей и пьете чашу сию, смерть Господню возвещаете, доколе Он придет.
26Welnu, zo dikwijls gij dit brood eet en de kelk drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt.
27Посему кто будет есть хлеб сей или пить чашу Господню недостойно, виновен будет против Тела и Крови Господней.
27Wie dus op onwaardige wijze het brood eet of de kelk des Heren drinkt, bezondigt zich aan het Lichaam en Bloed des Heren.
28Да испытывает же себя человек, и таким образом пусть ест от хлеба сего и пьет из чаши сей.
28Laat dus een ieder zichzelf onderzoeken, en dan eerst eten van het brood en drinken van de kelk.
29Ибо кто ест и пьет недостойно, тот ест и пьет B осуждение себе, не рассуждая о Теле Господнем.
29Want wie eet en drinkt, eet en drinkt zich een oordeel, zo hij het Lichaam niet naar waarde beoordeelt.
30Оттого многие из вас немощны и больны и немало умирает.
30Daarom zijn er onder u zoveel zwakken en zieken, en zijn er zovelen ontslapen.
31Ибо если бы мы судили сами себя, то не были бы судимы.
31Zo we onszelf naar waarheid hadden beoordeeld, zouden we niet geoordeeld worden.
32Будучи же судимы, наказываемся от Господа, чтобы не быть осужденными с миром.
32Welnu, als we door den Heer worden gèoordeeld, dan is dat voor ons een les, om niet met de wereld vèroordeeld te worden.
33Посему, братия мои, собираясь на вечерю, друг друга ждите.
33En daarom, mijn broeders, wanneer gij bijeenkomt om te eten, blijft dan op elkander wachten.
34А если кто голоден, пусть ест дома, чтобы собираться вам не на осуждение. Прочее устрою, когда приду.
34Zo iemand honger heeft, dan moet hij thuis maar eten. Anders komt gij tot uw oordeel bijeen. De andere zaken zal ik wel regelen, wanneer ik kom.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.