Romeinen 10
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Broeders, de wens van mijn hart en mijn bede tot God zijn op hun redding gericht!
1弟兄们,我心里所愿的,向 神所求的,是要 以色列 人得救。
2En ik moet van hen getuigen, dat ze ijver hebben voor God, maar niet aan het juiste inzicht gepaard.
2我可以证明,他们向 神有热心,但不是按着真知识;
3Want daar ze de gerechtigheid Gods niet hebben begrepen, en een eigen gerechtigheid tot stand wilden brengen, hebben ze zich niet onderworpen aan de gerechtigheid Gods.
3因为不知道 神的义,想要立自己的义,就不服 神的义了。
4Immers Christus is het eind van de Wet, om te rechtvaardigen al wie gelooft.
4律法的总结就是基督,使凡信他的都得着义。
5Zeker, Moses schrijft, dat de mens, die de gerechtigheid der Wet onderhoudt, daarin zal leven.
5摩西 写着说:「人若行那出于律法的义,就必因此活着。」
6Maar de gerechtigheid uit het geloof spreekt aldus: “Zeg niet in uw hart: wie zal opstijgen ten hemel, om Christus namelijk af te doen komen;
6惟有出于信心的义如此说:「你不要心里说:谁要升到天上去呢?(就是要领下基督来;)
7of wie zal naar de afgrond dalen, om Christus te doen opstijgen uit de doden.”
7谁要下到阴间去呢?(就是要领基督从死里上来。)」
8Neen, wat zegt ze? “Dicht bij u is het woord, in uw mond en in uw hart;” en dit is het woord des geloofs, dat wij preken.
8他到底怎么说呢?他说: 这道离你不远, 正在你口里,在你心里— (就是我们所传信 主 的道。)
9Welnu, wanneer ge belijdt met uw mond, dat Jesus de Heer is, en gelooft met uw hart, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, dan zult ge worden gered;
9你若口里认耶稣为主,心里信 神叫他从死里复活,就必得救。
10want men gelooft met het hart ter rechtvaardiging, en men belijdt met de mond ter redding.
10因为,人心里相信就可以称义,口里承认就可以得救。
11De Schrift immers zegt: “Al wie in Hem gelooft, zal niet beschaamd komen te staan.”
11经上说:「凡信他的人必不至于羞愧。」
12Neen, er bestaat geen onderscheid tussen Jood en Griek; Hij toch is dezelfde Heer voor allen; rijk voor allen, die Hem aanroepen;
12犹太 人和 希腊 人并没有分别,因为众人同有一位主;他也厚待一切求告他的人。
13“Al wie immers de naam des Heren zal aanroepen, zal worden gered.”
13因为「凡求告主名的就必得救」。
14Hoe zullen ze Hem dan aanroepen, in wien ze niet hebben geloofd? En hoe zullen ze in Hem geloven, van wien ze niet hebben gehoord?
14然而,人未曾信他,怎能求他呢?未曾听见他,怎能信他呢?没有传道的,怎能听见呢?
15En hoe zal men preken, als men niet gezonden is? Zoals er geschreven staat: “Hoe lieflijk zijn de voeten van hen, die de blijde boodschap brengen!”
15若没有奉差遣,怎能传道呢?如 经 上所记:「报福音、传喜信的人,他们的脚 踪 何等佳美!」
16Maar niet allen hebben gehoor gegeven aan de Blijde Boodschap. Want Isaias zegt: “Heer, wie heeft onze prediking geloofd?”
16只是人没有都听从福音,因为 以赛亚 说:「主啊,我们所传的有谁信呢?」
17Het geloof ontstaat dus door de prediking; de prediking geschiedt krachtens opdracht van Christus.
17可见,信道是从听道来的,听道是从基督的话来的。
18Maar dan vraag ik: Hebben ze haar misschien niet gehoord? Toch wel! “Hun stem heeft zich over heel de aarde verbreid, En hun woorden tot aan de uiteinden der wereld.”
18但我说,人没有听见吗?诚然听见了。 他们的声音传遍天下; 他们的言语传到地极。
19Maar dan vraag ik: Heeft Israël het misschien niet begrepen? Maar vooreerst zegt reeds Moses: “Ik zal u afgunstig maken op een volk, dat geen volk is, En toornig op een volk zonder begrip.”
19我再说, 以色列 人不知道吗?先有 摩西 说: 我要用那不成子民的惹动你们的愤恨; 我要用那无知的民触动你们的怒气。
20En Isaias durft zeggen: “Ik ben gevonden door wie Mij niet zochten, Heb Mij geopenbaard aan wie Mij niet ondervroegen.”
20又有 以赛亚 放胆说: 没有寻找我的,我叫他们遇见; 没有访问我的,我向他们显现。
21Maar tot Israël zegt hij: “De ganse dag stak Ik mijn handen uit Naar een ongelovig en weerbarstig volk.” De verwerping van Israël is niet volkomen.
21至于 以色列 人,他说:「我整天伸手招呼那悖逆顶嘴的百姓。」
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.