Romeinen 14
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Gij moet den zwakke in het geloof tot u trekken; maar niet om over meningsverschillen te twisten.
1信心软弱的,你们要接纳,但不要辩论所疑惑的事。
2De een toch gelooft alles te mogen eten; de zwakke voedt zich met groenten.
2有人信百物都可吃;但那软弱的,只吃蔬菜。
3Wie eet, moet hem niet kleineren, die niet eet; en wie niet eet, moet geen oordeel vellen over hem, die wèl eet; God immers heeft hem als den zijne aangenomen.
3吃的人不可轻看不吃的人;不吃的人不可论断吃的人;因为 神已经收纳他了。
4Wie zijt ge dan wel, die een oordeel velt over andermans dienstknecht; of hij staat of valt, is de zaak van zijn eigen meester. Maar hij zal staande blijven; want de Heer heeft de macht, hem staande te houden.
4你是谁,竟论断别人的仆人呢?他或站住或跌倒,自有他的主人在;而且他也必要站住,因为主能使他站住。
5De een stelt de ene dag boven de andere; een ander stelt ze alle gelijk; laat iedereen zijn eigen volle overtuiging volgen.
5有人看这日比那日强;有人看日日都是一样。只是各人心里要意见坚定。
6Wie aan een bepaalde dag is gehecht, doet het ter ere van den Heer; en wie eet, eet ter ere van den Heer, daar hij dank brengt aan God; en wie niet eet, laat het ter ere van den Heer, en dankt daarbij God.
6守日的人是为主守的。吃的人是为主吃的,因他感谢 神;不吃的人是为主不吃的,也感谢 神。
7Niemand van ons leeft voor zichzelf, en niemand sterft voor zichzelf;
7我们没有一个人为自己活,也没有一个人为自己死。
8want zo we leven, dan leven we voor den Heer, zo we sterven, dan sterven we voor den Heer. Of we dus leven of sterven, den Heer behoren we toe.
8我们若活着,是为主而活;若死了,是为主而死。所以,我们或活或死总是主的人。
9Want juist daarom is Christus gestorven en ten leven opgestaan, om de Heer te zijn van doden en levenden.
9因此,基督死了,又活了,为要作死人并活人的主。
10Maar wat oordeelt ge dan uw broeder, of wat kleineert ge uw broeder? Allen toch zullen we voor Gods rechterstoel moeten staan.
10你这个人,为什么论断弟兄呢?又为什么轻看弟兄呢?因我们都要站在 神的台前。
11Want er staat geschreven: “Zoowaar Ik leef, zegt de Heer: Voor Mij zal elke knie zich buigen, En alle tong zal God verheerlijken.”
11经上 写着: 主说:我凭着我的永生起誓: 万膝必向我跪拜; 万口必向我承认。
12Ieder van ons zal dus voor zichzelf rekenschap hebben te geven aan God.
12这样看来,我们各人必要将自己的事在 神面前说明。
13Laat ons dus niet langer elkander beoordelen; doch maakt liever het besluit, den broeder geen aanstoot of ergernis te geven.
13所以,我们不可再彼此论断,宁可定意谁也不给弟兄放下绊脚跌人之物。
14Ik weet, en ben er zeker van in den Heer Jesus, dat op zichzelf niets onrein is; maar voor hem die meent, dat het onrein is, is het onrein.
14我凭着主耶稣确知深信,凡物本来没有不洁净的;惟独人以为不洁净的,在他就不洁净了。
15Maar wanneer ge uw broeder grieft door uw eten, dan beoefent ge de liefde niet meer. Stort door uw eten niemand in het verderf, voor wien Christus is gestorven.
15你若因食物叫弟兄忧愁,就不是按着爱人的道理行。基督已经替他死,你不可因你的食物叫他败坏。
16Wat uzelf goed toeschijnt, moet ge geen slechte naam doen krijgen.
16不可叫你的善被人毁谤;
17Immers het koninkrijk Gods bestaat niet in spijs en drank, maar in gerechtigheid, vrede en vreugde in den heiligen Geest;
17因为 神的国不在乎吃喝,只在乎公义、和平,并圣灵中的喜乐。
18en wie zó Christus dient, is welgevallig aan God en geacht door de mensen.
18在这几样上服事基督的,就为 神所喜悦,又为人所称许。
19We moeten dus streven naar wat de vrede en de wederkerige stichting bevordert.
19所以,我们务要追求和睦的事与彼此建立 德行 的事。
20Breekt het werk van God niet af om wat spijs. Zeker, alles is rein; maar het wordt slecht voor den mens, die door zijn eten aanstoot geeft.
20不可因食物毁坏 神的工程。凡物固然洁净,但有人因食物叫人跌倒,就是他的罪了。
21Het is lofwaardig, geen vlees te eten en geen wijn of iets anders te drinken, wanneer uw broeder zich daaraan ergert.
21无论是吃肉是喝酒,是什么别的事,叫弟兄跌倒,一概不做才好。
22Houd uw overtuiging voor uzelf, en voor God. -Gelukkig hij, die zich niets te verwijten heeft bij wat hij zich veroorlooft.
22你有信心,就当在 神面前守着。人在自己以为可行的事上能不自责,就有福了。
23Maar wie nog in twijfel verkeert terwijl hij eet, is veroordeeld, omdat hij niet handelt overeenkomstig zijn geloof; alles toch is zonde, wat niet in overeenstemming is met het geloof.
23若有疑心而吃的,就必有罪,因为他吃不是出于信心。凡不出于信心的都是罪。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.