Apokalyps 22
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1Ook toonde hij mij een stroom van het water des Levens, helder als kristal, opbruisend uit de Troon van God en van het Lam.
1Ele me mostrou um rio da água da vida, claro como cristal, que procedia do trono de Deus e do Cordeiro,
2En midden op haar plein, aan beide kanten door de stroom omringd, stond de boom des levens, die twaalf maal vruchten draagt, en elke maand zijn vruchten geeft. De bladeren van de bomen dienen tot genezing der volken,
2no meio da sua rua principal. De um e de outro lado do rio estava a árvore da vida, que produz doze tipos de frutos, dando o seu fruto a cada mês. As folhas da árvore servem para a cura das nações.
3en geen enkele vervloeking zal er meer zijn.
3Não haverá mais maldição alguma. O trono de Deus e do Cordeiro estará nela, e os seus servos o servirão.
4Daar zal ook de Troon zijn van God en het Lam, en zullen zijn dienaars Hem dienen. Ze zullen zijn Aanschijn aanschouwen, zijn Naam op hun voorhoofd.
4Eles verão o seu rosto, e o nome dele estará em suas testas.
5Dan zal er geen nacht meer zijn, en ze zullen het licht van fakkel en zon niet langer behoeven. Want God de Heer zal over hen lichten; ze zullen heersen in de eeuwen der eeuwen!
5Não haverá mais noite, e eles não precisarão de luz de lâmpada nem da luz do sol; pois o Senhor Deus os iluminará. E eles reinarão para todo o sempre.
6Weer sprak hij tot mij: Deze woorden zijn trouw en waarachtig. De Heer, de God van de geesten der profeten, heeft zijn engel gezonden, om aan zijn dienaars te tonen, wat dra geschieden moet.
6Ele me disse: “Estas palavras são fiéis e verdadeiras. O Senhor Deus dos espíritos dos profetas enviou o seu anjo para mostrar aos seus servos as coisas que em breve devem acontecer.”
7“Zie, ik kom spoedig! Zalig hij, die de woorden der profetie van dit boek onderhoudt.”
7“Eis que venho em breve! Bem-aventurado aquele que guarda as palavras da profecia deste livro.”
8En ik, Johannes, was het, die dit alles hoorde en zag. En toen ik het gehoord en gezien had, viel ik neer in aanbidding voor de voeten van den engel, die ze mij had getoond.
8Eu, João, ouvi e vi estas coisas. E quando as ouvi e vi, prostrei-me para adorar aos pés do anjo que me mostrava estas coisas.
9Maar hij sprak tot mij: Doe het niet! Ik ben uw mededienstknecht, en die van de profeten uw broeders, en van hen, die de woorden van dit boek onderhouden. Gòd moet ge aanbidden!
9Mas ele me disse: “Não faça isso! Sou conservo seu e dos seus irmãos, os profetas, e daqueles que guardam as palavras deste livro. Adore a Deus.”
10Toen sprak Hij tot mij: “Verzegel niet de woorden der profetie van dit boek. Want de tijd is nabij!”
10E me disse: “Não sele as palavras da profecia deste livro, pois o tempo está próximo.
11Wie onrecht doet, laat hem onrecht bedrijven, Wie onrein is, laat hem zich verder bevlekken; Maar de gerechte moet steeds gerechtiger, De heilige moet nog heiliger worden.
11Quem age injustamente, continue a agir injustamente. Quem é imundo, continue a ser imundo. Quem é justo, continue a praticar a justiça. Quem é santo, continue a ser santo.”
12Zie, Ik kom spoedig; mijn loon draag Ik bij Mij, Om ieder te vergelden naar werken.
12“Eis que venho em breve! A minha recompensa está comigo, para retribuir a cada um segundo a sua obra.
13Ik ben de Alfa en Omega, De Eerste en de Laatste, het Begin en het Einde!
13Eu sou o Alfa e o Ômega, o Primeiro e o Último, o Princípio e o Fim.
14Zalig zij, die hun klederen wassen, Om recht te verkrijgen Op de Boom des Levens, En door de poorten de Stad mogen binnengaan.
14Bem-aventurados aqueles que guardam os seus mandamentos, para que tenham direito à árvore da vida e possam entrar na cidade pelas portas.
15Maar naar buiten, de honden, De tovenaars en ontuchtigen, De moordenaars en de afgodendienaars, En alwie de leugen liefheeft en spreekt!
15Ficam de fora os cães, os feiticeiros, os imorais, os assassinos, os idólatras e todo aquele que ama e pratica a mentira.
16Ik, Jesus, heb mijn engel gezonden, Om u dit alles te betuigen ten behoeve der Kerken. Ik ben Davids Wortel en Spruit; De lichtende Morgenster!
16Eu, Jesus, enviei o meu anjo para dar testemunho destas coisas a vocês, para as igrejas. Eu sou a raiz e a descendência de Davi, a resplandecente Estrela da Manhã.”
17En de Geest en de Bruid zeggen: “Kom!” En hij, die het hoort, zegge: “Kom!” Wie dorst heeft, hij kome! Wie wil, neme het water des Levens, om niet!
17O Espírito e a noiva dizem: “Vem!” Aquele que ouve diga: “Vem!” Aquele que tem sede venha. E quem quiser beba de graça da água da vida.
18Ik betuig aan ieder, die de woorden hoort van de profetie van dit boek: Zo iemand er iets aan toevoegt, dan zal God hèm toevoegen de plagen, die in dit boek staan geschreven.
18Eu testifico a todo aquele que ouve as palavras da profecia deste livro: se alguém lhes acrescentar alguma coisa, Deus lhe acrescentará as pragas que estão escritas neste livro.
19En zo iemand iets afneemt van de woorden van dit boek der profetie, dan zal God hèm afnemen zijn deel van de Boom des Levens, en van de heilige Stad, waarvan geschreven staat in dit boek.
19E se alguém tirar quaisquer palavras do livro desta profecia, Deus tirará a sua parte da árvore da vida, e da cidade santa, descritas neste livro.
20Hij, die dit alles betuigt, Hij zegt: Ja, Ik kom haastig! “Amen! Heer Jesus, kom!”
20Aquele que testifica estas coisas diz: “Sim, venho em breve.” Amém! Sim, vem, Senhor Jesus!
21De genade van den Heer Jesus zij met u allen. Amen!
21A graça do Senhor Jesus Cristo seja com todos os santos. Amém.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.