Spreuken
Chapter 5
Petrus Canisius Bible, 1…
vs World English Bible
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
World English Bible
1Mijn zoon, schenk uw aandacht aan mijn wijsheid, Neig uw oor tot mijn inzicht;
1My son, pay attention to my wisdom. Turn your ear to my understanding,
2Dat overleg en ervaring u mogen behoeden, En u bewaren voor de lippen van een vreemde vrouw.
2that you may maintain discretion, that your lips may preserve knowledge.
3Want al druipen de lippen der vreemde van honing, En is haar gehemelte gladder dan olie,
3For the lips of an adulteress drip honey. Her mouth is smoother than oil,
4Ten slotte is zij bitter als alsem, En scherp als een tweesnijdend zwaard.
4but in the end she is as bitter as wormwood, and as sharp as a two-edged sword.
5Haar voeten dalen af naar de dood, Tot de onderwereld leiden haar schreden;
5Her feet go down to death. Her steps lead straight to Sheol.
6Ze bakent de weg des levens niet af, Maar haar paden kronkelen ongemerkt!
6She gives no thought to the way of life. Her ways are crooked, and she doesn’t know it.
7Welnu dan kinderen, luistert naar mij, Keert u niet af van mijn woorden.
7Now therefore, my sons, listen to me. Don’t depart from the words of my mouth.
8Houd uw weg verre van haar, Nader niet tot de deur van haar huis:
8Remove your way far from her. Don’t come near the door of her house,
9Anders moet ge aan anderen uw frisheid afstaan, Uw jaren offeren aan een ongenadig mens
9lest you give your honor to others, and your years to the cruel one;
10Verrijken zich vreemden met uw vermogen, En komt uw zuurverdiend loon in het huis van een ander.
10lest strangers feast on your wealth, and your labors enrich another man’s house.
11Dan slaat ge ten slotte aan ‘t jammeren, En moet ge, als heel uw lichaam op is, bekennen:
11You will groan at your latter end, when your flesh and your body are consumed,
12Hoe heb ik toch de tucht kunnen haten, En de vermaning in de wind kunnen slaan?
12and say, “How I have hated instruction, and my heart despised reproof.
13Waarom heb ik niet geluisterd naar hen, die mij onderwezen, Geen aandacht geschonken aan hen, die mij leerden?
13I haven’t obeyed the voice of my teachers, nor turned my ear to those who instructed me!
14Nu hebben mij haast alle rampen getroffen Midden in de kring van mijn volk!
14I have come to the brink of utter ruin, among the gathered assembly.”
15Drink water uit uw eigen bron, Een koele dronk uit uw eigen put
15Drink water out of your own cistern, running water out of your own well.
16Zoudt ge úw wellen over de rand laten stromen, Uw watergolven over de straten?
16Should your springs overflow in the streets, streams of water in the public squares?
17Néén, u alleen behoren zij toe, Niet aan vreemden nevens u.
17Let them be for yourself alone, not for strangers with you.
18Houd dus uw bron voor u zelf, En geniet van de vrouw uwer jeugd:
18Let your spring be blessed. Rejoice in the wife of your youth.
19Die aanminnige hinde, Die bevallige gems; Haar borsten mogen u ten allen tijde bevredigen. Aan haar liefde moogt ge u voortdurend bedwelmen.
19A loving doe and a graceful deer— let her breasts satisfy you at all times. Be captivated always with her love.
20Waarom, mijn zoon, zoudt ge u aan een vreemde te buiten gaan, De boezem strelen van een onbekende?
20For why should you, my son, be captivated with an adulteress? Why embrace the bosom of another?
21Voor de ogen van Jahweh liggen de wegen van iedereen open, Hij let op de paden van allen:
21For the ways of man are before the LORD’s eyes. He examines all his paths.
22De boze wordt in zijn eigen wandaden verstrikt, In de banden van zijn zonden gevangen;
22The evil deeds of the wicked ensnare him. The cords of his sin hold him firmly.
23Zijn losbandigheid brengt hem om het leven, Door zijn vele dwaasheden komt hij om.
23He will die for lack of instruction. In the greatness of his folly, he will go astray.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.