Nehemia
Chapter 8
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Bíblia Portuguesa …
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1Nu verzamelde zich het hele volk als één man op het plein vóór de Waterpoort. En men verzocht Esdras, den schriftgeleerde, het boek te gaan halen van Moses’ Wet, die Jahweh aan Israël gegeven had.
1Todo o povo se reuniu como um só homem na praça que ficava em frente à Porta das Águas; e disseram a Esdras, o escriba, que trouxesse o livro da lei de Moisés, que o SENHOR tinha ordenado a Israel.
2Esdras, de priester, legde dus de gemeente de Wet voor: aan mannen en vrouwen, aan allen, die ze maar konden verstaan. Het was de eerste dag der zevende maand.
2Esdras, o sacerdote, trouxe a lei perante a congregação, tanto homens quanto mulheres, e todos os que podiam ouvir com entendimento, no primeiro dia do sétimo mês.
3En terwijl hij van de vroege morgen tot de middag op het plein voor de Waterpoort aan het voorlezen bleef aan mannen en vrouwen, aan allen, die het maar konden verstaan, bleef ook het volk een en al oor voor het boek van de Wet.
3Ele leu o livro diante da praça que ficava em frente à Porta das Águas, desde o amanhecer até o meio-dia, na presença dos homens e das mulheres, e daqueles que podiam entender. Os ouvidos de todo o povo estavam atentos ao livro da lei.
4Esdras, de schriftgeleerde, had een houten verhoging beklommen, die voor deze gelegenheid was opgeslagen. Rechts van hem stonden Mattitja, Sjéma, Anaja, Azarja, Oeri-ja, Chilki-ja en Maäseja; links Pedaja, Misjaël, Malki-ja, Chasjoem, Chasjbaddána, Zekarja en Mesjoellam.
4Esdras, o escriba, ficou em pé sobre um púlpito de madeira, que haviam feito para esse propósito; e ao seu lado estavam Matitias, Sema, Anaías, Urias, Hilquias e Maaseias, à sua direita; e à sua esquerda, Pedaías, Misael, Malquias, Hasum, Hasbadana, Zacarias e Mesulão.
5Toen Esdras dus het boek opende, konden allen het zien, omdat hij boven heel de menigte uitstak. Zodra hij het opende, stond heel de menigte op.
5Esdras abriu o livro à vista de todo o povo (pois ele estava em um lugar mais alto que todo o povo), e quando ele o abriu, todo o povo se levantou.
6Esdras ving aan, met Jahweh te loven, den groten God; en heel het volk antwoordde: Amen, Amen! Ze staken de handen omhoog, wierpen zich op de knieën en aanbaden Jahweh, het gelaat tegen de grond.
6Então Esdras bendisse ao SENHOR, o grande Deus. Todo o povo respondeu: “Amém, Amém”, levantando as mãos. Eles inclinaram suas cabeças e adoraram ao SENHOR com o rosto em terra.
7Daarna gingen de levieten Jesjóea, Bani, Sjerebeja, Jamin, Akkoeb, Sjabbetai, Hodi-ja, Maäseja, Kelita, Azarja, Jozabad, Chanan en Pelaja het volk in de Wet onderrichten, terwijl dit op zijn plaats bleef staan.
7Também Jesua, Bani, Serebias, Jamim, Acube, Sabetai, Hodias, Maaseias, Quelita, Azarias, Jozabade, Hanã, Pelaías e os levitas, faziam o povo entender a lei; e o povo permanecia em seu lugar.
8Ze lazen duidelijk voor uit het boek van Gods Wet, en voegden er de verklaring aan toe zodat men ook begreep, wat er werd voorgelezen.
8Eles leram no livro, na lei de Deus, de forma clara; e deram o sentido, de modo que o povo entendesse a leitura.
9Toen sprak Nehemias, de landvoogd, met Esdras, den priester en schriftgeleerde, en de levieten, die het volk hadden onderricht, tot heel het volk: Deze dag is heilig voor Jahweh, uw God; gij moogt dus niet treuren en wenen! Want al het volk was begonnen te schreien, toen het de geboden der Wet had gehoord.
9Neemias, que era o governador, Esdras, o sacerdote e escriba, e os levitas que ensinavam o povo, disseram a todos: “Hoje é dia santo para o SENHOR, o seu Deus. Não se lamentem, nem chorem.” Pois todo o povo chorava ao ouvir as palavras da lei.
10En hij ging voort: Gaat lekkere spijzen eten en zoete dranken drinken, en stuurt geschenken rond aan hen, die niets hebben. Want deze dag is heilig voor onzen Heer. Weest dus niet treurig; want de vreugde in Jahweh is uw kracht!
10Então ele lhes disse: “Vão. Comam as carnes gordas, bebam as bebidas doces e enviem porções àqueles para quem nada está preparado, pois hoje é dia santo para o nosso Senhor. Não se entristeçam, pois a alegria do SENHOR é a força de vocês.”
11Ook de levieten kalmeerden het volk, en herhaalden: Weest maar gerust, want deze dag is heilig; weest niet bedroefd!
11Assim os levitas acalmaram todo o povo, dizendo: “Fiquem em silêncio, pois o dia é santo. Não se entristeçam.”
12Toen ging heel de menigte heen, om te eten en te drinken, om geschenken te zenden en uitbundige vreugde te tonen. Want ze hadden begrepen, wat men hun te verstaan had gegeven.
12Todo o povo seguiu o seu caminho para comer, beber, enviar porções e celebrar, porque haviam entendido as palavras que lhes foram declaradas.
13De volgende dag verzamelden zich de familiehoofden van heel het volk, met de priesters en levieten, bij Esdras, den schriftgeleerde, om de voorschriften der Wet te bestuderen.
13No segundo dia, os chefes das casas paternas de todo o povo, os sacerdotes e os levitas se reuniram com Esdras, o escriba, para estudar as palavras da lei.
14En nu vonden ze in de Wet geschreven, welke Jahweh door Moses gegeven had, dat de kinderen Israëls op het feest van de zevende maand onder loofhutten moesten wonen.
14Eles acharam escrito na lei como o SENHOR havia ordenado por meio de Moisés que os filhos de Israel habitassem em cabanas durante a festa do sétimo mês;
15Daarom lieten zij in al hun steden en in Jerusalem uitroepen en luide verkonden: Trekt het gebergte in, en haalt takken van de olijf en de oleaster, van mirten, palmen en lommerrijke bomen, om hutten te maken, zoals is voorgeschreven.
15e que deveriam divulgar e proclamar em todas as suas cidades e em Jerusalém, dizendo: “Saiam ao monte e tragam ramos de oliveira, ramos de oliveira silvestre, ramos de murta, ramos de palmeira e ramos de árvores frondosas, para fazerem abrigos temporários, como está escrito.”
16En het volk ging ze halen, en allen maakten zich hutten op hun eigen dak of hun hoven, op de voorhoven van de tempel, op het plein voor de Waterpoort of het plein van de Efraïmpoort.
16Então o povo saiu e os trouxe, e fizeram para si abrigos temporários, cada um no terraço de sua casa, em seus pátios, nos pátios da casa de Deus, na praça da Porta das Águas e na praça da Porta de Efraim.
17Heel de gemeente, die uit de ballingschap was teruggekeerd, maakte zich hutten en woonde daar in. Neen, sinds de dagen van Josuë, den zoon van Noen, tot op deze dag hadden de kinderen Israëls het nog nooit zo gedaan, en had er zo’n uitbundige vreugde geheerst.
17Toda a congregação daqueles que haviam voltado do cativeiro fez abrigos temporários e habitou nos abrigos temporários, pois desde os dias de Josué, filho de Num, até aquele dia, os filhos de Israel não haviam feito isso. E houve uma alegria muito grande.
18Dag aan dag las men voor uit het boek van Gods Wet, van de eerste dag tot de laatste. Zeven dagen lang vierde men feest, en op de achtste dag werd een feestelijke bijeenkomst gehouden, zoals dat voorgeschreven staat.
18Além disso, dia após dia, desde o primeiro até o último dia, ele leu no livro da lei de Deus. Eles celebraram a festa por sete dias; e no oitavo dia houve uma assembleia solene, de acordo com a ordenança.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.