Nehemia 5
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Maar er ontstond een ernstige klacht van het volk en hun vrouwen tegen de Joden, hun eigen broeders.
1ประชาชนและภรรยาของพวกเขาร้องทุกข์อย่างหนักต่อพี่น้องชาวยิวด้วยกัน
2Sommigen zeiden: We moeten onze zonen en dochters verpanden, om koren te kopen, te eten en in het leven te blijven.
2บางคนกล่าวว่า “พวกเรามีทั้งลูกชายลูกสาว รวมกันหลายคน ต้องหาธัญพืชมากินจึงจะมีชีวิตอยู่ได้”
3Anderen zeiden: We moeten onze akkers, wijngaarden en huizen verpanden, om koren te kopen tegen de honger.
3บางคนกล่าวว่า “เราต้องจำนองนา สวนองุ่น และบ้าน เพื่อหาธัญพืชกินในช่วงกันดารอาหาร”
4Weer anderen: We hebben op onze akkers en wijngaarden geld opgenomen voor de belasting aan den koning.
4บางคนกล่าวว่า “เรากู้เงินมาจ่ายภาษีแก่กษัตริย์ โดยใช้นาและสวนองุ่นเป็นหลักประกัน
5Maar ons lijf is toch even goed als dat onzer broeders, onze kinderen zijn toch even goed als de hunnen. Toch moeten wij onze zonen en dochters als slaven verkopen, en zijn er al dochters van ons als slavinnen verkocht, zonder dat wij er iets aan kunnen doen; ook onze akkers en wijngaarden zijn in andere handen overgegaan.
5แต่พวกเราก็มีเลือดเนื้อเหมือนพี่น้องของเรา ลูกของเราก็เหมือนลูกของพวกเขา ดูเถิด เราต้องเอาลูกชายลูกสาวไปเป็นทาสรับใช้ ลูกสาวบางคนของเราตกเป็นทาสไปแล้ว เราไม่มีกำลังจะแก้ไขเรื่องนี้ เพราะนาและสวนองุ่นของเราตกอยู่กับคนอื่น”
6Toen ik hun klacht en beschuldiging hoorde, werd ik er hevig over ontstemd.
6เมื่อได้ยินคำร้องทุกข์และเรื่องเหล่านี้ ข้าพเจ้าโกรธมาก
7Na bij mijzelf te hebben overlegd, riep ik de edelen en voormannen ter verantwoording, en sprak tot hen: Gij drijft woeker tegenover uw broeders! Ik belegde een grote vergadering tegen hen,
7หลังจากคิดทบทวน ข้าพเจ้าตำหนิชนชั้นสูงและผู้ปกครองว่า “พวกคุณแต่ละคนกำลังเรียกดอกเบี้ยเอาเปรียบพี่น้องของตน!” แล้วเรียกประชาชนมาชุมนุมกันครั้งใหญ่เพื่อกล่าวโทษพวกเขา
8en sprak hun toe: Wij hebben onze joodse broeders, die aan de heidenen waren verkocht, zoveel we konden, vrijgekocht; en nu gaat gij uw eigen broeders verkopen, en worden zij onder ons verkocht! Ze zwegen, en wisten geen antwoord.
8ข้าพเจ้าพูดว่า “พวกเราพยายามไถ่พี่น้องชาวยิวที่ถูกขายให้ชนชาติอื่นกลับมาเท่าที่ทำได้ แล้วพวกคุณยังจะขายพี่น้องของตนอีกหรือ? จะให้พวกเขาถูกขายกลับมาให้เราหรือ?” พวกเขานิ่งเงียบ ไม่มีคำใดจะตอบ
9Ik vervolgde: Het is niet goed, wat gij doet. Moet gij niet leven in de vrees van onzen God, om de smaad der heidenen, onze vijanden, te ontgaan?
9ข้าพเจ้าพูดต่อว่า “สิ่งที่พวกคุณทำไม่ดีเลย พวกคุณควรดำเนินชีวิตด้วยความเกรงกลัวพระเจ้าของเราไม่ใช่หรือ จะได้ไม่ถูกชนชาติอื่นที่เป็นศัตรูดูหมิ่น
10Ook ikzelf, mijn broers en mijn gevolg, hebben geld en koren aan hen geleend; maar wij zien af van die schuld.
10ข้าพเจ้า พี่น้อง และผู้รับใช้ของข้าพเจ้าก็ให้พวกเขายืมเงินและธัญพืชเช่นกัน เราหยุดเรียกดอกเบี้ยอย่างนี้กันเถอะ
11Geeft ook gij hun nog heden hun akkers, wijngaarden, olijfbomen en huizen terug, met wat gij aan geld of koren, aan most of olie van hen hebt te vorderen.
11ขอให้คืนทั้งนา สวนองุ่น สวนมะกอก และบ้านแก่พวกเขาวันนี้เลย รวมทั้งหนึ่งในร้อยของเงิน ธัญพืช เหล้าองุ่นใหม่ และน้ำมันที่พวกคุณเรียกเก็บจากพวกเขาด้วย”
12Ze gaven ten antwoord: We geven het terug, en zullen niets van hen vorderen; we zullen doen, wat ge zegt. Nu riep ik de priesters, en liet ze zweren, dat ze zó zouden doen.
12พวกเขาตอบว่า “เราจะคืนให้ และจะไม่เรียกร้องอะไรจากพวกเขาอีก เราจะทำตามที่ท่านบอก” ข้าพเจ้าจึงเรียกปุโรหิตมา และให้คนเหล่านั้นสาบานว่าจะทำตามคำสัญญานี้
13Daarbij schudde ik mijn mantel uit, en sprak: Zo moge God iedereen uit zijn huis en have schudden, die dit woord niet gestand doet; zo moge hij worden uitgeschud en berooid! De hele vergadering antwoordde: Amen! Het volk loofde God, en deed naar dit woord.
13ข้าพเจ้าสะบัดชายเสื้อที่อยู่บนตัก แล้วกล่าวว่า “ขอให้พระเจ้าสะบัดทุกคนที่ไม่ทำตามคำสัญญานี้ออกจากบ้านและจากงานของเขา ขอให้เขาถูกสะบัดออกจนไม่เหลืออะไรอย่างนี้” ทุกคนที่ชุมนุมกันกล่าวว่า “อาเมน” และสรรเสริญพระยาห์เวห์ ประชาชนก็ทำตามคำสัญญานี้
14Ook heb ik sinds de dag, dat koning Artaxerxes mij tot stadhouder over het land van Juda heeft aangesteld, van het twintigste tot het twee en dertigste jaar van den koning, dus twaalf jaar lang, met mijn broers niet het onderhoud van een stadhouder willen trekken.
14นอกจากนี้ นับแต่ข้าพเจ้าได้รับแต่งตั้งเป็นผู้ว่าราชการของพวกเขาในแผ่นดินยูดาห์ ตั้งแต่ปีที่ยี่สิบถึงปีที่สามสิบสองแห่งรัชกาลกษัตริย์อารทาเซอร์ซีส รวมสิบสองปี ข้าพเจ้าและพี่น้องไม่ได้รับอาหารประจำตำแหน่งผู้ว่าราชการ
15En terwijl de vroegere stadhouders, die mij vooraf waren gegaan, het volk ten laste waren geweest, en veertig zilveren sikkels per dag van hen hadden geëist voor brood en wijn, en hun gevolg bovendien het volk had verdrukt, heb ik voor mij zó niet gehandeld, omdat ik God vreesde.
15ผู้ว่าราชการคนก่อน ๆ ให้ประชาชนเลี้ยงดู และเรียกเก็บขนมปังกับเหล้าองุ่นจากพวกเขา พร้อมกับเงินอีกสี่สิบเชเขล แม้แต่ผู้รับใช้ของคนเหล่านั้นก็ใช้อำนาจเหนือประชาชน แต่ข้าพเจ้าไม่ได้ทำเช่นนั้น เพราะเกรงกลัวพระเจ้า
16Ook heb ik mijn steun verleend aan de bouw van de muur, en geen stuk grond voor mijzelf genomen, ofschoon toch heel mijn gevolg bij het werk was betrokken.
16ข้าพเจ้ายังคงทุ่มเทให้กับงานกำแพงนี้ พวกเราไม่ได้ซื้อที่ดิน ผู้รับใช้ของข้าพเจ้าทั้งหมดมารวมกันทำงานอยู่ที่นั่น
17Steeds had ik honderd vijftig man van de Joden en voormannen aan tafel, behalve nog hen, die van de omliggende volken tot ons kwamen.
17ที่โต๊ะอาหารของข้าพเจ้ามีชาวยิวและผู้ปกครองรวมหนึ่งร้อยห้าสิบคน นอกจากคนที่มาหาเราจากชนชาติรอบข้าง
18Wat iedere dag werd toebereid: een rund, zes van de beste schapen en het gevogelte: kwam op mijn kosten; bovendien om de tien dagen nog vele zakken met wijn. Toch heb ik niet het onderhoud van een stadhouder willen eisen, omdat die verplichting te zwaar op het volk zou drukken.
18ในแต่ละวันมีการเตรียมวัวหนึ่งตัวกับแกะชั้นดีหกตัว และเตรียมสัตว์ปีกให้ข้าพเจ้าด้วย ทุกสิบวันมีการจัดหาเหล้าองุ่นนานาชนิด ถึงกระนั้นข้าพเจ้าก็ไม่ได้เรียกค่าตอบแทนประจำตำแหน่งผู้ว่าราชการ เพราะประชาชนเหล่านี้แบกภาระหนักอยู่แล้ว
19Mijn God, reken mij ten goede, wat ik voor het volk heb gedaan!
19พระเจ้าของข้าพเจ้า โปรดระลึกถึงข้าพเจ้าเพราะความดีทั้งหมดที่ข้าพเจ้าทำเพื่อประชาชนเหล่านี้
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.