Matteus
Chapter 6
Petrus Canisius Bible, 1…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Londona Biblio (Es…

Compare with

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)Stop comparing
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Londona Biblio (Esperanto, 1910)
1Zorgt er voor, dat gij uw gerechtigheid niet beoefent voor het oog van de mensen, om door hen gezien te worden; anders zult gij geen loon ontvangen bij uw Vader, die in de hemel is.
1Gardu vin, ke vi ne faru vian justaĵon antaŭ homoj, por esti alrigardataj de ili; alie vi ne havas rekompencon ĉe via Patro, kiu estas en la ĉielo.
2Wanneer ge dus een aalmoes geeft, laat het dan niet voor u uitbazuinen, zoals de huichelaars dit doen in de synagogen en op de straten, om geëerd te worden door de mensen; voorwaar, Ik zeg u: Ze hebben hun loon reeds ontvangen.
2Tial, kiam vi donos almozon, ne sonigu trumpeton antaŭ vi, kiel faras la hipokrituloj en la sinagogoj kaj sur la stratoj, por havi gloron ĉe homoj. Vere mi diras al vi: Ili jam ricevas sian rekompencon.
3Maar als gij een aalmoes geeft, laat dan uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet,
3Sed kiam vi donas almozon, ne lasu vian maldekstran manon scii, kion faras via dekstra;
4opdat uw aalmoes verborgen blijft; en uw Vader, die in het verborgen ziet, zal het u vergelden.
4por ke via almozo estu en sekreto; kaj via Patro, kiu vidas en sekreto, vin rekompencos.
5En als gij bidt, doet dan niet als de schijnheiligen, die er van houden, in de synagogen en op de hoeken der straten te staan bidden, om door de mensen gezien te worden; voorwaar, Ik zeg u: Ze hebben hun loon ontvangen.
5Kaj kiam vi preĝas, ne estu kiel la hipokrituloj; ĉar ili amas preĝi, starante en la sinagogoj kaj ĉe la anguloj de la stratoj, por montri sin al homoj. Vere mi diras al vi: Ili jam ricevas sian rekompencon.
6Maar als gij bidt, ga dan uw binnenkamer in, sluit de deur, en bid uw Vader in het verborgen; en uw Vader, die in het verborgen ziet, zal het u vergelden.
6Sed vi, kiam vi preĝas, eniru en vian ĉambreton, kaj ŝlosinte vian pordon, preĝu al via Patro, kiu estas en sekreto; kaj via Patro, kiu vidas en sekreto, vin rekompencos.
7Als gij bidt, gebruikt dan geen stortvloed van woorden, zoals de heidenen dit doen; want ze menen, dat ze om hun vele woorden worden verhoord.
7Kaj dum via preĝado ne vante ripetadu, kiel la nacianoj; ĉar ili supozas, ke ili estos aŭskultitaj pro sia multvorteco.
8Doet niet zoals zij; want uw Vader weet, wat gij nodig hebt, vóórdat gij er Hem om vraagt.
8Ne estu similaj al ili; ĉar via Patro scias, kion vi bezonas, antaŭ ol vi petas de Li.
9Zó zult gij dus bidden: Onze Vader, die in de hemel zijt: Uw naam worde geheiligd.
9Vi do preĝu jene: Patro nia, kiu estas en la ĉielo, Via nomo estu sanktigita.
10Uw rijk kome. Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.
10Venu Via regno, plenumiĝu Via volo, kiel en la ĉielo, tiel ankaŭ sur la tero.
11Geef ons heden ons dagelijks brood.
11Nian panon ĉiutagan donu al ni hodiaŭ.
12En vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven.
12Kaj pardonu al ni niajn ŝuldojn, kiel ankaŭ ni pardonas al niaj ŝuldantoj.
13En leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van het kwade.
13Kaj ne konduku nin en tenton, sed liberigu nin de la malbono.
14Want zo gij aan de mensen hun fouten vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven.
14Ĉar se vi pardonas al homoj iliajn kulpojn, via Patro ĉiela ankaŭ pardonos al vi.
15Maar vergeeft gij aan de mensen niet, dan zal uw Vader ook uw fouten niet vergeven.
15Sed se vi ne pardonas al homoj iliajn kulpojn, via Patro ankaŭ ne pardonos viajn kulpojn.
16Wanneer gij vast, trekt dan geen somber gezicht zoals de huichelaars; want ze verwringen hun gelaat, opdat de mensen hun vasten zouden zien. Voorwaar, Ik zeg u: Ze hebben hun loon al ontvangen.
16Kaj kiam vi fastas, ne estu kiel la hipokrituloj, kun malĝoja mieno; ĉar ili malbeligas sian vizaĝon, por ke al homoj ili ŝajnu fasti. Vere mi diras al vi: Ili jam ricevas sian rekompencon.
17Maar als gij vast, zalf dan uw hoofd en was uw gezicht,
17Sed fastante, vi oleu vian kapon kaj lavu vian vizaĝon;
18opdat de mensen uw vasten niet merken, maar uw Vader, die in het verborgen is; en uw Vader, die in het verborgen ziet, zal het u vergelden.
18por ke vi ne al homoj ŝajnu fasti, sed al via Patro en sekreto; kaj via Patro, kiu vidas en sekreto, vin rekompencos.
19Verzamelt u geen schatten op aarde, waar roest en worm ze verteren, en waar dieven ze opgraven en stelen.
19Ne provizu al vi trezorojn sur la tero, kie tineo kaj rusto konsumas, kaj kie ŝtelistoj trafosas kaj ŝtelas;
20Maar verzamelt u schatten in de hemel, waar roest noch worm ze verteren, en waar geen dieven ze opgraven en stelen.
20sed provizu al vi trezorojn en la ĉielo, kie nek tineo nek rusto konsumas, kaj kie ŝtelistoj nek trafosas nek ŝtelas;
21Want waar uw schat is, daar is ook uw hart.
21ĉar kie estas via trezoro, tie estos ankaŭ via koro.
22Het oog is de lamp van het lichaam. Als uw oog goed is, zal heel uw lichaam verlicht zijn.
22La lampo de la korpo estas la okulo; se do via okulo estas sendifekta, via tuta korpo estos luma.
23Maar deugt uw oog niet, dan zal heel uw lichaam in het duister zijn. Zo dus het licht, dat in u is, duisternis wordt, hoe groot dan zal die duisternis zijn!
23Sed se via okulo estas malbona, via tuta korpo estos malluma. Se do la lumo en vi estas mallumo, kiel densa estas la mallumo!
24Niemand kan twee heren dienen; hij zal of den een haten en den ander beminnen, of den een aanhangen en den ander verachten. Gij kunt God niet dienen en de mammon.
24Neniu povas esti sklavo por du sinjoroj; ĉar aŭ li malamos unu kaj amos la alian, aŭ li aliĝos al unu kaj malestimos la alian. Vi ne povas servi al Dio kaj al Mamono!
25Daarom zeg Ik u: Weest niet bezorgd voor uw leven, wat gij zult eten of drinken; noch voor uw lichaam, waarmee gij u zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam niet meer dan de kleding?
25Tial mi diras al vi: Ne zorgu pri via vivo, kion vi manĝu, aŭ kion vi trinku; nek pri via korpo, kion vi surmetu. Ĉu la vivo ne estas pli ol nutraĵo, kaj la korpo pli ol vestaĵo?
26Ziet de vogels in de lucht; ze zaaien noch maaien, en verzamelen niet in schuren; en toch voedt ze uw hemelse Vader.
26Rigardu la birdojn de la ĉielo, ke ili ne semas, nek rikoltas, nek kolektas en grenejojn, kaj via Patro ĉiela ilin nutras. Ĉu vi ne multe pli valoras ol ili?
27Zijt gij niet meer waard dan zij? En wie van u kan door zijn tobben een el toevoegen aan zijn levensweg?
27Kaj kiu el vi per zorgado povas aldoni unu ulnon al sia staturo?
28En wat zijt gij over kleding bekommerd? Denkt aan de lelies op het veld, hoe ze groeien; ze werken niet, en spinnen niet.
28Kaj kial vi zorgas pri vestaĵo? Pripensu la liliojn de la kampo, kiel ili kreskas; ili ne laboras, nek ŝpinas;
29En toch zeg Ik u, dat zelfs Sálomon in al zijn heerlijkheid niet gekleed was als een van deze.
29tamen mi diras al vi, ke eĉ Salomono en sia tuta gloro ne estis ornamita, kiel unu el ĉi tiuj.
30Als God nu het kruid op het veld, dat vandaag nog bestaat en morgen in de oven wordt geworpen, zó aankleedt, hoeveel te meer dan u, kleingelovigen?
30Sed se Dio tiel vestas la kampan herbaĵon, kiu ekzistas hodiaŭ, kaj morgaŭ estos ĵetata en fornon, kiom pli certe Li vestos vin, ho malgrandfiduloj?
31Weest dus niet bezorgd, en zegt niet: wat zullen we eten, of wat zullen we drinken, of waarmee zullen we ons kleden?
31Tial ne zorgu, dirante: Kion ni manĝu? aŭ: Kion ni trinku? aŭ: Kion ni surmetu?
32Hiernaar toch vragen de heidenen; uw hemelse Vader weet, dat gij dit allemaal nodig hebt.
32Ĉar pri ĉio tio serĉas la nacianoj; ĉar via Patro ĉiela scias, ke vi bezonas ĉion tion.
33Maar zoekt eerst het rijk Gods en zijn gerechtigheid, en dit alles zal u worden geschonken als toegift.
33Sed celu unue Lian regnon kaj Lian justecon, kaj ĉio tio estos aldonita al vi.
34Weest dus niet bekommerd voor de dag van morgen. Want de dag van morgen zal bezorgd zijn voor zichzelf; iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen leed.
34Tial ne zorgu pri la morgaŭa tago, ĉar la morgaŭa tago zorgos pri si mem. Sufiĉa por la tago estas ĝia propra malbono.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.