Jozua
Chapter 23
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Septuagint (Greek …
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
1Vele jaren waren er voorbijgegaan, sinds Jahweh Israël rust had verleend van al zijn vijanden in het rond. En toen Josuë hoogbejaard was geworden,
1ΚΑΙ ἐγένετο μεθ' ἡμέρας πλείους μετὰ τὸ καταπαῦσαι Κύριον τὸν Ἰσραὴλ ἀπὸ πάντων τῶν ἐχθρῶν αὐτοῦ κυκλόθεν, καὶ Ἰησοῦς πρεσβύτερος προβεβηκὼς ταῖς ἡμέραις,
2riep hij alle oudsten, hoofden, rechters en leiders van Israël op, en sprak tot hen: Ik ben nu oud en hoogbejaard.
2καὶ συνεκάλεσεν Ἰησοῦς πάντας τοὺς υἱοὺς Ἰσραὴλ καὶ τὴν γερουσίαν αὐτῶν καὶ τοὺς ἄρχοντας αὐτῶν καὶ τοὺς δικαστὰς αὐτῶν καὶ τοὺς γραμματεῖς αὐτῶν καὶ εἶπε πρὸς αὐτούς· ἐγὼ γεγήρακα καὶ προβέβηκα ταῖς ἡμέραις.
3Zelf hebt gij gezien, wat Jahweh, uw God, met al deze volken heeft gedaan, en hoe Jahweh, uw God, zelf voor u heeft gestreden.
3ὑμεῖς δὲ ἑωράκατε ὅσα ἐποίησε Κύριος ὁ Θεὸς ἡμῶν πᾶσι τοῖς ἔθνεσι τούτοις ἀπὸ προσώπου ἡμῶν, ὅτι Κύριος ὁ Θεὸς ὑμῶν ὁ ἐκπολεμήσας ὑμῖν.
4Ziet, die zijn overgebleven van alle naties, welke ik heb uitgeroeid, van de Jordaan af tot de Grote Zee in het westen, heb ik u als een erfdeel voor uw stammen toegewezen.
4ἴδετε ὅτι ἐπέρριφα ὑμῖν τὰ ἔθνη τὰ καταλελειμμένα ὑμῖν ταῦτα ἐν τοῖς κλήροις εἰς τὰς φυλὰς ὑμῶν· ἀπὸ τοῦ Ἰορδάνου πάντα τά ἔθνη, ἃ ἐξωλόθρευσα, καὶ ἀπὸ τῆς θαλάσσης τῆς μεγάλης ὁριεῖ ἐπὶ δυσμὰς ἡλίου.
5Jahweh, uw God, zal zelf ze voor u verjagen en verdrijven; en gij zult hun land in bezit nemen, zoals Jahweh, uw God, het u heeft gezegd.
5Κύριος δὲ ὁ Θεὸς ἡμῶν οὗτος ἐξολοθρεύσει αὐτοὺς ἀπὸ προσώπου ἡμῶν, ἕως ἂν ἀπόλωνται, καὶ ἀποστελεῖ αὐτοῖς τὰ θηρία τὰ ἄγρια, ἕως ἂν ἐξολοθρεύσῃ αὐτοὺς καὶ τοὺς βασιλεῖς αὐτῶν ἀπὸ προσώπου ὑμῶν, καὶ κατακληρονομήσετε τὴν γῆν αὐτῶν, καθὰ ἐλάλησε Κύριος ὁ Θεὸς ἡμῶν ὑμῖν.
6Maar dan moet ge uw best doen, zorgvuldig te onderhouden, al wat er in het boek van Moses’ wet staat geschreven, en daarvan niet afwijken naar rechts of naar links.
6κατισχύσατε οὖν σφόδρα φυλάσσειν καὶ ποιεῖν πάντα τὰ γεγραμμένα ἐν τῷ βιβλίῳ τοῦ νόμου Μωυσῆ, ἵνα μὴ ἐκκλίνητε εἰς δεξιὰ ἢ εὐώνυμα,
7Ge moogt u niet inlaten met die nog overgebleven volken, de naam hunner goden niet noemen of daarbij zweren, noch hen dienen of vereren.
7ὅπως μὴ εἰσέλθητε εἰς τὰ ἔθνη τὰ καταλελειμμένα ταῦτα, καὶ τὰ ὀνόματα τῶν θεῶν αὐτῶν οὐκ ὀνομασθήσεται ἐν ὑμῖν, οὐδὲ μὴ λατρεύσητε οὐδὲ μὴ προσκυνήσητε αὐτοῖς,
8Jahweh, uw God, moet ge aanhangen, zoals ge tot op heden hebt gedaan.
8ἀλλὰ Κυρίῳ τῷ Θεῷ ὑμῶν προσκολληθήσεσθε, καθάπερ ἐποιήσατε ἕως τῆς ἡμέρας ταύτης.
9Want Jahweh dreef grote en sterke volken voor u uit, zodat tot op de dag van vandaag niemand het tegen u heeft kunnen uithouden.
9καὶ ἐξολοθρεύσει αὐτοὺς Κύριος ἀπὸ προσώπου ὑμῶν ἔθνη μεγάλα καὶ ἰσχυρά, καὶ οὐδεὶς ἀντέστη κατενώπιον ἡμῶν ἕως τῆς ἡμέρας ταύτης.
10Eén van u achtervolgde er duizend; want het was Jahweh, uw God, die voor u streed, zoals Hij het u had gezegd.
10εἷς ὑμῶν ἐδίωξε χιλίους, ὅτι Κύριος ὁ Θεὸς ἡμῶν οὗτος ἐξεπολέμει ὑμῖν, καθάπερ εἶπεν ἡμῖν.
11Blijft er dus om uw eigen bestwil steeds voor bezorgd, dat ge Jahweh, uw God, liefhebt.
11καὶ φυλάξασθε σφόδρα τοῦ ἀγαπᾶν Κύριον τὸν Θεὸν ἡμῶν.
12Want indien ge anders handelt, u afgeeft met het overschot van de volken, die nog onder u zijn overgebleven, u met hen verzwagert, of u met hen inlaat, en zij zich met u:
12ἐὰν γὰρ ἀποστραφῆτε καὶ προσθῆσθε τοῖς ὑπολειφθεῖσιν ἔθνεσι τούτοις τοῖς μεθ' ὑμῶν καὶ ἐπιγαμίας ποιήσητε πρὸς αὐτοὺς καὶ συγκαταμιγῆτε αὐτοῖς καὶ αὐτοὶ ὑμῖν,
13weet dan, dat Jahweh, uw God, niet langer die volken voor u zal uitdrijven, maar dat ze een val en een strik voor u zullen zijn, een gesel in uw zijden, en doornen in uw ogen, totdat ge verdwenen zijt uit dit heerlijke land, dat Jahweh u heeft gegeven.
13γινώσκετε ὅτι οὐ μὴ προσθῇ Κύριος τοῦ ἐξολοθρεῦσαι τὰ ἔθνη ταῦτα ἀπὸ προσώπου ὑμῶν, καὶ ἔσονται ὑμῖν εἰς παγίδας καὶ εἰς σκάνδαλα καὶ εἰς ἥλους ἐν ταῖς πτέρναις ὑμῶν καὶ εἰς βολίδας ἐν τοῖς ὀφθαλμοῖς ὑμῶν, ἕως ἂν ἀπόλησθε ἀπὸ τῆς γῆς τῆς ἀγαθῆς ταύτης, ἣν ἔδωκεν ὑμῖν Κύριος ὁ Θεὸς ὑμῶν.
14Ik ga thans de weg van al het aardse. Prent het dan diep in uw hart en in uw ziel, dat niet één van alle beloften, die Jahweh, uw God, u heeft gedaan, onvervuld is gebleven. Alles is voor u in vervulling gegaan; van zijn kant is geen woord onvervuld gebleven.
14ἐγὼ δὲ ἀποτρέχω τὴν ὁδόν, καθὰ καὶ πάντες οἱ ἐπὶ τῆς γῆς, καὶ γνώσεσθε τῇ καρδίᾳ ὑμῶν καὶ τῇ ψυχῇ ὑμῶν, διότι οὐκ ἔπεσεν εἷς λόγος ἀπὸ πάντων τῶν λόγων, ὧν εἶπε Κύριος ὁ Θεὸς ἡμῶν πρὸς πάντα τὰ ἀνήκοντα ἡμῖν, οὐ διεφώνησεν ἐξ αὐτῶν.
15Maar gelijk al het goede aan u is vervuld, dat Jahweh, uw God, u heeft toegezegd, zo zal Jahweh ook al het kwade aan u voltrekken, tot Hij u heeft weggevaagd uit dit heerlijke land, dat Jahweh, uw God, u gegeven heeft.
15καὶ ἔσται ὃν τρόπον ἥκει πρὸς ἡμᾶς πάντα τὰ ρήματα τὰ καλά, ἃ ἐλάλησε Κύριος ἐφ' ὑμᾶς, οὕτως ἐπάξει Κύριος ὁ Θεὸς ἐφ' ὑμᾶς πάντα τὰ ρήματα τὰ πονηρὰ ἕως ἂν ἐξολοθρεύσῃ ὑμᾶς ἀπὸ τῆς γῆς τῆς ἀγαθῆς ταύτης, ἧς ἔδωκε Κύριος ὑμῖν,
16Wanneer ge het Verbond durft schenden, dat Jahweh, uw God, met u heeft gesloten, en ge andere goden gaat dienen en vereren, dan zal Jahweh’s toorn tegen u ontbranden, en zult ge spoedig verdwenen zijn uit dit heerlijke land, dat Hij u heeft gegeven.
16ἐν τῷ παραβῆναι ὑμᾶς τὴν διαθήκην Κυρίου τοῦ Θεοῦ ἡμῶν, ἣν ἐνετείλατο ἡμῖν, καὶ πορευθέντες λατρεύσητε θεοῖς ἑτέροις καὶ προσκυνήσητε αὐτοῖς.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.