Jozua
Chapter 8
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Septuagint (Greek …
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
1Toen sprak Jahweh tot Josuë: Wees niet bang, en verlies de moed niet; neem al het krijgsvolk met u mee, en maak u gereed, tegen Ai op te trekken. Zie, Ik lever den koning van Ai met zijn volk, zijn stad en zijn land aan u over.
1ΚΑΙ εἶπε Κύριος πρὸς Ἰησοῦν· μὴ φοβηθῇς μηδὲ δειλιάσῃς, λάβε μετὰ σοῦ πάντας τοὺς ἄνδρας τοὺς πολεμιστὰς καὶ ἀναστὰς ἀνάβηθι εἰς Γαί· ἰδοὺ δέδωκα εἰς τὰς χεῖράς σου τὸν βασιλέα Γαὶ καὶ τὴν γῆν αὐτοῦ.
2Dan moet ge met Ai en zijn koning doen, wat ge met Jericho en zijn koning hebt gedaan; maar zijn have en vee moogt ge tot uw eigen buit verklaren. Leg echter een hinderlaag aan de westkant der stad.
2καὶ ποιήσεις τὴν Γαὶ ὃν τρόπον ἐποίησας τὴν Ἱεριχὼ καὶ τὸν βασιλέα αὐτῆς, καὶ τὴν προνομὴν τῶν κτηνῶν προνομεύσεις σεαυτῷ. κατάστησον δὲ σεαυτῷ ἔνεδρα τῇ πόλει εἰς τὰ ὀπίσω.
3Nu maakte Josuë met al het krijgsvolk zich gereed tot de aanval op Ai. Hij zonderde dertig duizend dappere mannen af, die hij des nachts uitzond
3καὶ ἀνέστη Ἰησοῦς καὶ πᾶς ὁ λαὸς ὁ πολεμιστὴς ὥστε ἀναβῆναι εἰς Γαί. ἐπέλεξε δὲ Ἰησοῦς τριάκοντα χιλιάδας ἀνδρῶν δυνατοὺς ἐν ἰσχύϊ καὶ ἀπέστειλεν αὐτοὺς νυκτός.
4met het bevel: Let op; ge moet u aan de westkant der stad in hinderlaag leggen, niet te ver van de stad, en u allen gereed houden.
4καὶ ἐνετείλατο αὐτοῖς λέγων· ὑμεῖς ἐνεδρεύσατε ὀπίσω τῆς πόλεως· μὴ μακρὰν γίνεσθε ἀπὸ τῆς πόλεως καὶ ἔσεσθε πάντες ἕτοιμοι.
5Ik zal met al mijn volk tegen de stad oprukken, en als ze dan weer tegen ons uittrekken zoals de vorige keer, nemen we voor hen de vlucht.
5καὶ ἐγὼ καὶ πάντες οἱ μετ' ἐμοῦ προσάξομεν πρὸς τὴν πόλιν, καὶ ἔσται ὡς ἂν ἐξέλθωσιν οἱ κατοικοῦντες Γαὶ εἰς συνάντησιν ἡμῖν, καθάπερ καὶ πρῴην, καὶ φευξόμεθα ἀπὸ προσώπου αὐτῶν.
6Ze moeten ons achterna zetten, tot wij ze van de stad hebben afgesneden. Want ze zullen denken: Ze vluchten voor ons als de vorige keer. Maar wanneer wij voor hen vluchten,
6καὶ ὡς ἂν ἐξέλθωσιν ὀπίσω ἡμῶν, ἀποσπάσομεν αὐτοὺς ἀπὸ τῆς πόλεως, καὶ ἐροῦσι· φεύγουσιν οὗτοι ἀπὸ προσώπου ἡμῶν, ὃν τρόπον καὶ ἔμπροσθεν.
7komt gij uit de hinderlaag, en maakt u meester van de stad; want Jahweh, uw God, levert ze u over.
7ὑμεῖς δὲ ἐξαναστήσεσθε ἐκ τῆς ἐνέδρας καὶ πορεύσεσθε εἰς τὴν πόλιν.
8En zodra ge de stad hebt bezet, steekt ge haar in brand. Zo moet ge doen naar Jahweh’s bevel; zie, ik leg het u op!
8κατὰ τὸ ρῆμα τοῦτο ποιήσετε· ἰδοὺ ἐντέταλμαι ὑμῖν.
9Toen zond Josuë hen heen. Ze legden zich in hinderlaag, en legerden zich tussen Betel en Ai, ten westen van Ai, terwijl Josuë zelf de nacht doorbracht in de vallei.
9καὶ ἀπέστειλεν αὐτοὺς Ἰησοῦς, καὶ ἐπορεύθησαν εἰς τὴν ἐνέδραν καὶ ἐνεκάθισαν ἀνὰ μέσον Βαιθὴλ καὶ ἀνὰ μέσον Γαί, ἀπὸ θαλάσσης τῆς Γαί.
10Vroeg in de morgen monsterde Josuë het volk, en trok met de oudsten van Israël aan de spits van het volk tegen Ai op.
10καὶ ὀρθρίσας Ἰησοῦς τὸ πρωΐ ἐπεσκέψατο τὸν λαόν· καὶ ἀνέβησαν αὐτὸς καὶ οἱ πρεσβύτεροι κατὰ πρόσωπον τοῦ λαοῦ ἐπὶ Γαί.
11Heel de krijgsmacht, die hem vergezelde, rukte uit, en toen ze vlak bij de stad waren gekomen, legerden ze zich ten noorden van Ai, zodat het dal tussen hen en Ai lag.
11καὶ πᾶς ὁ λαὸς ὁ πολεμιστὴς μετ' αὐτοῦ ἀνέβησαν καὶ πορευόμενοι ἦλθον ἐξεναντίας τῆς πόλεως ἀπὸ ἀνατολῶν,
12Maar ongeveer vijf duizend man had hij afgezonderd, en in een hinderlaag tussen Betel en Ai gelegd, ten westen van de stad.
12καὶ τὰ ἔνεδρα τῆς πόλεως ἀπὸ θαλάσσης.
13Zo stelde men dus het volk op, nadat Josuë de nacht in de vallei had doorgebracht: de hele krijgsmacht ten noorden, en haar achterhoede ten westen van de stad.
no verse 13 in this text
14Toen de koning van Ai dit bemerkte, maakten de mannen der stad zich in allerijl gereed, en rukten uit om Israël te bestrijden. Met heel zijn volk trok hij op naar de helling vóór de vlakte, zonder te weten, dat hem aan de westkant van de stad een hinderlaag was gelegd.
14καὶ ἐγένετο ὡς εἶδε βασιλεὺς Γαί, ἔσπευσε καὶ ἐξῆλθεν εἰς συνάντησιν αὐτοῖς ἐπ' εὐθείας εἰς τὸν πόλεμον, αὐτὸς καὶ πᾶς ὁ λαὸς ὁ μετ' αὐτοῦ. καὶ αὐτὸς οὐκ ᾔδει ὅτι ἔνεδρα αὐτῷ ἐστιν ὀπίσω τῆς πόλεως.
15Josuë en heel Israël lieten zich door hen verslaan, en vluchtten in de richting van de woestijn.
15καὶ εἶδε καὶ ἀνεχώρησεν Ἰησοῦς καὶ Ἰσραὴλ ἀπὸ προσώπου αὐτῶν.
16Nu werd al het volk opgeroepen, dat in de stad was, om hen achterna te zetten; maar doordat ze Josuë achtervolgden, sneden ze zich af van de stad.
16καὶ κατεδίωξαν ὀπίσω τῶν υἱῶν Ἰσραὴλ καὶ αὐτοὶ ἀπέστησαν ἀπὸ τῆς πόλεως·
17Geen man bleef in Ai achter; geen man, die niet uittrok, om de Israëlieten te achtervolgen; zelfs de poorten der stad lieten ze open, en renden maar achter de Israëlieten aan.
17οὐ κατελείφθη οὐδεὶς ἐν τῇ Γαί, ὃς οὐ κατεδίωξεν ὀπίσω Ἰσραήλ· καὶ κατέλιπον τὴν πόλιν ἠνεῳγμένην καὶ κατεδίωξαν ὀπίσω Ἰσραήλ.
18Toen sprak Jahweh tot Josuë: Steek de speer, die ge in uw hand houdt, naar Ai uit; want Ik heb het aan u overgeleverd. En Josuë stak de speer uit, die hij in zijn hand had, in de richting van Ai.
18καὶ εἶπε Κύριος πρὸς Ἰησοῦν· ἔκτεινον τὴν χεῖρά σου ἐν τῷ γαισῷ τῷ ἐν τῇ χειρί σου ἐπὶ τὴν πόλιν, εἰς γὰρ τὰς χεῖράς σου παραδέδωκα αὐτήν, καὶ τὰ ἔνεδρα ἐξαναστήσονται ἐν τάχει ἐκ τοῦ τόπου αὐτῶν. καὶ ἐξέτεινεν Ἰησοῦς τὴν χεῖρα αὐτοῦ, τὸν γαισόν, ἐπὶ τὴν πόλιν,
19Zodra hij zijn hand had uitgestrekt, stond het volk, dat in hinderlaag lag, vlug van zijn plaats op, rende de stad binnen, maakte zich van haar meester, en stak haar ijlings in brand.
19καὶ τὰ ἔνεδρα ἐξανέστησαν ἐν τάχει ἐκ τοῦ τόπου αὐτῶν καὶ ἐξήλθοσαν, ὅτε ἐξέτεινε τὴν χεῖρα, καὶ εἰσήλθοσαν ἐπὶ τὴν πόλιν καὶ κατελάβοντο αὐτὴν καὶ σπεύσαντες ἐνέπρησαν τὴν πόλιν ἐν πυρί.
20En toen de mannen van Ai wilden terugkeren, zagen ze, dat de rook van de stad ten hemel steeg. Ze hadden geen kans meer, langs een of andere weg te ontkomen, daar het volk, dat naar de woestijn was gevlucht, zich nu tegen zijn achtervolgers keerde.
20καὶ περιβλέψαντες οἱ κάτοικοι Γαὶ εἰς τὰ ὀπίσω αὐτῶν καὶ ἐθεώρουν καπνὸν ἀναβαίνοντα ἐκ τῆς πόλεως εἰς τὸν οὐρανόν· καὶ οὐκ ἔτι εἶχον ποῦ φύγωσιν ὧδε ἢ ὧδε.
21Want nauwelijks hadden Josuë en heel Israël gezien, dat het volk in hinderlaag de stad had genomen, en dat er al rook uit opsteeg, of ze keerden zich om, en sloegen in op de mannen van Ai.
21καὶ Ἰησοῦς καὶ πᾶς Ἰσραὴλ εἶδον ὅτι ἔλαβον τὰ ἔνεδρα τὴν πόλιν καὶ ὅτι ἀνέβη ὁ καπνὸς τῆς πόλεως εἰς τὸν οὐρανόν, καὶ μεταβαλόμενοι ἐπάταξαν τοὺς ἄνδρας τῆς Γαί.
22Nu kwamen ook die anderen hun uit de stad tegemoet, zodat zij zich midden tussen de Israëlieten bevonden. Van beide kanten sloegen ze op hen in, zodat er niemand overbleef of ontsnapte.
22καὶ οὗτοι ἐξήλθοσαν ἐκ τῆς πόλεως εἰς συνάντησιν καὶ ἐγενήθησαν ἀνὰ μέσον τῆς παρεμβολῆς, οὗτοι ἐντεῦθεν καὶ οὗτοι ἐντεῦθεν· καὶ ἐπάταξαν αὐτοὺς ἕως τοῦ μὴ καταλειφθῆναι αὐτῶν σεσωσμένον καὶ διαπεφευγότα.
23Den koning van Ai namen ze levend gevangen, en brachten hem voor Josuë.
23καὶ τὸν βασιλέα τῆς Γαὶ συνέλαβον ζῶντα καὶ προσήγαγον αὐτὸν πρὸς Ἰησοῦν.
24En toen Israël alle inwoners van Ai op het veld en in de woestijn, waar ze hen hadden achtervolgd, had omgebracht, en ze allen zonder uitzondering door het zwaard waren gevallen, keerde heel Israël naar Ai terug, en joeg het over de kling.
24καὶ ὡς ἐπαύσαντο οἱ υἱοὶ Ἰσραὴλ ἀποκτείνοντες πάντας τοὺς ἐν τῇ Γαί, τοὺς ἐν τοῖς πεδίοις καὶ ἐν τῷ ὄρει ἐπὶ τῆς καταβάσεως, οὗ κατεδίωξαν αὐτοὺς ἀπ' αὐτῆς εἰς τέλος, καὶ ἐπέστρεψεν Ἰησοῦς εἰς Γαὶ καὶ ἐπάταξεν αὐτὴν ἐν στόματι ρομφαίας.
25Het getal der gesneuvelden, zowel mannen als vrouwen, bedroeg toen twaalf duizend; het was heel de bevolking van Ai.
25καὶ ἐγενήθησαν οἱ πεσόντες ἐν τῇ ἡμέρᾳ ἐκείνῃ ἀπὸ ἀνδρὸς καὶ ἕως γυναικὸς δώδεκα χιλιάδες, πάντας τοὺς κατοικοῦντας Γαί,
26Eerst nadat Josuë alle bewoners van Ai met de ban had geslagen, trok hij zijn hand terug, waarmee hij de speer hield uitgestrekt.
no verse 26 in this text
27Alleen het vee en de have van die stad eigenden de Israëlieten zich toe volgens het bevel, dat Jahweh aan Josuë had gegeven.
27πλὴν τῶν κτηνῶν καὶ τῶν σκύλων τῶν ἐν τῇ πόλει, πάντα ἃ ἐπρονόμευσαν ἑαυτοῖς οἱ υἱοὶ Ἰσραὴλ κατὰ πρόσταγμα Κυρίου, ὃν τρόπον συνέταξε Κύριος τῷ Ἰησοῖ.
28Tenslotte liet Josuë Ai plat branden, en maakte het voor altijd tot een puinhoop en een woestenij tot op de huidige dag.
28καὶ ἐνεπύρισεν Ἰησοῦς τὴν πόλιν ἐν πυρί· χῶμα ἀοίκητον εἰς τὸν αἰῶνα ἔθηκεν αὐτὴν ἕως τῆς ἡμέρας ταύτης.
29Den koning van Ai liet hij tot de avond aan een paal hangen: eerst bij zonsondergang beval Josuë, het lijk er af te halen. Men wierp het neer bij de ingang van de stadspoort, en stapelde er een grote steenhoop op, die er nu nog ligt.
29καὶ τὸν βασιλέα τῆς Γαὶ ἐκρέμασεν ἐπὶ ξύλου διδύμου, καὶ ἦν ἐπὶ τοῦ ξύλου ἕως ἑσπέρας· καὶ ἐπιδύνοντος τοῦ ἡλίου συνέταξεν Ἰησοῦς καὶ καθείλοσαν τὸ σῶμα αὐτοῦ ἀπὸ τοῦ ξύλου καὶ ἔρριψαν αὐτὸ εἰς τὸν βόθρον καὶ ἐπέστησαν αὐτῷ σωρὸν λίθων, ἕως τῆς ἡμέρας ταύτης.
30In die tijd bouwde Josuë op de berg Ebal een altaar voor Jahweh, Israëls God,
no verse 30 in this text
31zoals Moses, de dienaar van Jahweh, het aan de kinderen Israëls had bevolen. Het was een altaar van onbehouwen stenen, niet met ijzer bewerkt, zoals het in het boek van Moses was voorgeschreven. Daarop droeg men aan Jahweh brandoffers op, en slachtte men vredeoffers.
no verse 31 in this text
32Daarna liet hij daar, ten aanschouwen van Israëls kinderen op de stenen een afschrift aanbrengen van de wet, die Moses had opgeschreven.
no verse 32 in this text
33Toen stelde heel Israël, zowel vreemdelingen als eigen volk, zich op met zijn oudsten, leiders en rechters aan beide kanten van de ark tegenover de levietische priesters, die de ark van Jahweh’s Verbond droegen. De ene helft was naar de berg Gerizzim gekeerd, de andere helft naar de berg Ebal; en zoals Moses, de dienaar van Jahweh, had bevolen, werd vooraf het volk van Israël gezegend.
no verse 33 in this text
34Daarna las hij de hele wet hardop voor, de zegening zowel als de vloek; alles zoals het beschreven staat in het boek der wet.
no verse 34 in this text
35Geen woord van alles, wat Moses bevolen had, dat Josuë niet voorlas voor het vergaderde volk van Israël: voor de mannen, vrouwen en kinderen, en ook voor de vreemden, die met hen meereisden.
no verse 35 in this text

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.