Jozua
Chapter 23
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Diodati Bibbia 1885
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Diodati Bibbia 1885
1Vele jaren waren er voorbijgegaan, sinds Jahweh Israël rust had verleend van al zijn vijanden in het rond. En toen Josuë hoogbejaard was geworden,
1ORA, lungo tempo appresso che il Signore ebbe dato riposo a Israele da tutti i suoi nemici d'ogn'intorno, Giosuè, essendo vecchio ed attempato,
2riep hij alle oudsten, hoofden, rechters en leiders van Israël op, en sprak tot hen: Ik ben nu oud en hoogbejaard.
2chiamò tutto Israele, gli Anziani, e i Capi, e i Giudici, e gli Ufficiali di esso, e disse loro: Io sono omai vecchio ed attempato;
3Zelf hebt gij gezien, wat Jahweh, uw God, met al deze volken heeft gedaan, en hoe Jahweh, uw God, zelf voor u heeft gestreden.
3e voi avete veduto tutto ciò che il Signore Iddio vostro ha fatto a tutte queste genti per cagion vostra; conciossiachè il Signore Iddio vostro sia quel che ha combattuto per voi.
4Ziet, die zijn overgebleven van alle naties, welke ik heb uitgeroeid, van de Jordaan af tot de Grote Zee in het westen, heb ik u als een erfdeel voor uw stammen toegewezen.
4Ecco, io vi ho spartito a sorte, per eredità, secondo le vostre tribù, il paese di queste genti che restano, insieme col paese di tutte quelle che io ho sterminate, cioè dal Giordano, infino al mar grande, verso il Ponente.
5Jahweh, uw God, zal zelf ze voor u verjagen en verdrijven; en gij zult hun land in bezit nemen, zoals Jahweh, uw God, het u heeft gezegd.
5E il Signore Iddio vostro disperderà quelle dal vostro cospetto, e le scaccerà d'innanzi a voi; e voi possederete il lor paese, come il Signore Iddio vostro ve ne ha parlato.
6Maar dan moet ge uw best doen, zorgvuldig te onderhouden, al wat er in het boek van Moses’ wet staat geschreven, en daarvan niet afwijken naar rechts of naar links.
6Perciò, fortificatevi vie più, per osservare, e per fare tutto quello che è scritto nel Libro della Legge di Mosè; acciocchè non ve ne rivolgiate nè a destra nè a sinistra;
7Ge moogt u niet inlaten met die nog overgebleven volken, de naam hunner goden niet noemen of daarbij zweren, noch hen dienen of vereren.
7e non entriate da queste genti che restano appresso di voi, e non ricordiate il nome de' loro dii, e non li usiate in giuramenti, e non serviate loro, e non li adoriate.
8Jahweh, uw God, moet ge aanhangen, zoals ge tot op heden hebt gedaan.
8Anzi vi atteniate al Signore Iddio vostro, come avete fatto infino ad oggi.
9Want Jahweh dreef grote en sterke volken voor u uit, zodat tot op de dag van vandaag niemand het tegen u heeft kunnen uithouden.
9Onde il Signore ha cacciate dal cospetto vostro delle nazioni grandi e potenti; e niuno è potuto starvi a fronte fino ad oggi.
10Eén van u achtervolgde er duizend; want het was Jahweh, uw God, die voor u streed, zoals Hij het u had gezegd.
10Un solo uomo d'infra voi ne perseguiterà mille; perciocchè il Signore Iddio vostro è quel che combatte per voi; come egli ve ne ha parlato.
11Blijft er dus om uw eigen bestwil steeds voor bezorgd, dat ge Jahweh, uw God, liefhebt.
11Prendetevi adunque diligentemente guardia, sopra le anime vostre, di amare il Signore Iddio vostro.
12Want indien ge anders handelt, u afgeeft met het overschot van de volken, die nog onder u zijn overgebleven, u met hen verzwagert, of u met hen inlaat, en zij zich met u:
12Perciocchè, se pur voi vi rivoltate, e vi congiungete col rimanente di queste genti, che son rimaste appresso di voi, e v'imparentate con loro, ed entrate da loro, ed esse entrano da voi,
13weet dan, dat Jahweh, uw God, niet langer die volken voor u zal uitdrijven, maar dat ze een val en een strik voor u zullen zijn, een gesel in uw zijden, en doornen in uw ogen, totdat ge verdwenen zijt uit dit heerlijke land, dat Jahweh u heeft gegeven.
13sappiate di certo che il Signore Iddio vostro non continuerà di scacciar queste genti d'innanzi a voi; anzi esse vi saranno per laccio, ed intoppo, e flagello a' fianchi, e spine agli occhi, finchè periate d'in su questa buona terra, che il Signore Iddio vostro vi ha data.
14Ik ga thans de weg van al het aardse. Prent het dan diep in uw hart en in uw ziel, dat niet één van alle beloften, die Jahweh, uw God, u heeft gedaan, onvervuld is gebleven. Alles is voor u in vervulling gegaan; van zijn kant is geen woord onvervuld gebleven.
14Or ecco, io me ne vo oggi per la via di tutta la terra; riconoscete adunque con tutto il cuor vostro, e con tutta l'anima vostra, che non pure una di tutte le buone parole che il Signore Iddio vostro vi avea dette, è caduta in terra ; ogni cosa vi è avvenuta; non ne è caduta in terra una sola parola.
15Maar gelijk al het goede aan u is vervuld, dat Jahweh, uw God, u heeft toegezegd, zo zal Jahweh ook al het kwade aan u voltrekken, tot Hij u heeft weggevaagd uit dit heerlijke land, dat Jahweh, uw God, u gegeven heeft.
15Ma egli avverrà che, come ogni buona parola che il Signore Iddio vostro vi avea detta, vi è avvenuta, così il Signore farà venir sopra voi ogni malvagia parola, finchè vi abbia sterminati d'in su questa buona terra, la quale il Signore Iddio vostro vi ha data;
16Wanneer ge het Verbond durft schenden, dat Jahweh, uw God, met u heeft gesloten, en ge andere goden gaat dienen en vereren, dan zal Jahweh’s toorn tegen u ontbranden, en zult ge spoedig verdwenen zijn uit dit heerlijke land, dat Hij u heeft gegeven.
16se voi trasgredite il patto del Signore Iddio vostro, il quale egli vi ha comandato, e andate a servire ad altri dii, e li adorate. E l'ira del Signore si accenderà contro a voi, e perirete subitamente d'in su questa buona terra, la quale egli vi ha data.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.