Jozua 23
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Louis Segond 1910
1Vele jaren waren er voorbijgegaan, sinds Jahweh Israël rust had verleend van al zijn vijanden in het rond. En toen Josuë hoogbejaard was geworden,
1Depuis longtemps l’Éternel avait donné du repos à Israël, en le délivrant de tous les ennemis qui l’entouraient. Josué était vieux, avancé en âge.
2riep hij alle oudsten, hoofden, rechters en leiders van Israël op, en sprak tot hen: Ik ben nu oud en hoogbejaard.
2Alors Josué convoqua tout Israël, ses anciens, ses chefs, ses juges et ses officiers. Il leur dit: Je suis vieux, je suis avancé en âge.
3Zelf hebt gij gezien, wat Jahweh, uw God, met al deze volken heeft gedaan, en hoe Jahweh, uw God, zelf voor u heeft gestreden.
3Vous avez vu tout ce que l’Éternel, votre Dieu, a fait à toutes ces nations devant vous; car c’est l’Éternel, votre Dieu, qui a combattu pour vous.
4Ziet, die zijn overgebleven van alle naties, welke ik heb uitgeroeid, van de Jordaan af tot de Grote Zee in het westen, heb ik u als een erfdeel voor uw stammen toegewezen.
4Voyez, je vous ai donné en héritage par le sort, selon vos tribus, ces nations qui sont restées, à partir du Jourdain, et toutes les nations que j’ai exterminées, jusqu’à la grande mer vers le soleil couchant.
5Jahweh, uw God, zal zelf ze voor u verjagen en verdrijven; en gij zult hun land in bezit nemen, zoals Jahweh, uw God, het u heeft gezegd.
5L’Éternel, votre Dieu, les repoussera devant vous et les chassera devant vous; et vous posséderez leur pays, comme l’Éternel, votre Dieu, vous l’a dit.
6Maar dan moet ge uw best doen, zorgvuldig te onderhouden, al wat er in het boek van Moses’ wet staat geschreven, en daarvan niet afwijken naar rechts of naar links.
6Appliquez-vous avec force à observer et à mettre en pratique tout ce qui est écrit dans le livre de la loi de Moïse, sans vous en détourner ni à droite ni à gauche.
7Ge moogt u niet inlaten met die nog overgebleven volken, de naam hunner goden niet noemen of daarbij zweren, noch hen dienen of vereren.
7Ne vous mêlez point avec ces nations qui sont restées parmi vous; ne prononcez point le nom de leurs dieux, et ne l’employez point en jurant; ne les servez point, et ne vous prosternez point devant eux.
8Jahweh, uw God, moet ge aanhangen, zoals ge tot op heden hebt gedaan.
8Mais attachez-vous à l’Éternel, votre Dieu, comme vous l’avez fait jusqu’à ce jour.
9Want Jahweh dreef grote en sterke volken voor u uit, zodat tot op de dag van vandaag niemand het tegen u heeft kunnen uithouden.
9L’Éternel a chassé devant vous des nations grandes et puissantes; et personne, jusqu’à ce jour, n’a pu vous résister.
10Eén van u achtervolgde er duizend; want het was Jahweh, uw God, die voor u streed, zoals Hij het u had gezegd.
10Un seul d’entre vous en poursuivait mille; car l’Éternel, votre Dieu, combattait pour vous, comme il vous l’a dit.
11Blijft er dus om uw eigen bestwil steeds voor bezorgd, dat ge Jahweh, uw God, liefhebt.
11Veillez donc attentivement sur vos âmes, afin d’aimer l’Éternel, votre Dieu.
12Want indien ge anders handelt, u afgeeft met het overschot van de volken, die nog onder u zijn overgebleven, u met hen verzwagert, of u met hen inlaat, en zij zich met u:
12Si vous vous détournez et que vous vous attachiez au reste de ces nations qui sont demeurées parmi vous, si vous vous unissez avec elles par des mariages, et si vous formez ensemble des relations,
13weet dan, dat Jahweh, uw God, niet langer die volken voor u zal uitdrijven, maar dat ze een val en een strik voor u zullen zijn, een gesel in uw zijden, en doornen in uw ogen, totdat ge verdwenen zijt uit dit heerlijke land, dat Jahweh u heeft gegeven.
13soyez certains que l’Éternel, votre Dieu, ne continuera pas à chasser ces nations devant vous; mais elles seront pour vous un filet et un piège, un fouet dans vos côtés et des épines dans vos yeux, jusqu’à ce que vous ayez péri de dessus ce bon pays que l’Éternel, votre Dieu, vous a donné.
14Ik ga thans de weg van al het aardse. Prent het dan diep in uw hart en in uw ziel, dat niet één van alle beloften, die Jahweh, uw God, u heeft gedaan, onvervuld is gebleven. Alles is voor u in vervulling gegaan; van zijn kant is geen woord onvervuld gebleven.
14Voici, je m’en vais maintenant par le chemin de toute la terre. Reconnaissez de tout votre cœur et de toute votre âme qu’aucune de toutes les bonnes paroles prononcées sur vous par l’Éternel, votre Dieu, n’est restée sans effet; toutes se sont accomplies pour vous, aucune n’est restée sans effet.
15Maar gelijk al het goede aan u is vervuld, dat Jahweh, uw God, u heeft toegezegd, zo zal Jahweh ook al het kwade aan u voltrekken, tot Hij u heeft weggevaagd uit dit heerlijke land, dat Jahweh, uw God, u gegeven heeft.
15Et comme toutes les bonnes paroles que l’Éternel, votre Dieu, vous avait dites se sont accomplies pour vous, de même l’Éternel accomplira sur vous toutes les paroles mauvaises, jusqu’à ce qu’il vous ait détruits de dessus ce bon pays que l’Éternel, votre Dieu, vous a donné.
16Wanneer ge het Verbond durft schenden, dat Jahweh, uw God, met u heeft gesloten, en ge andere goden gaat dienen en vereren, dan zal Jahweh’s toorn tegen u ontbranden, en zult ge spoedig verdwenen zijn uit dit heerlijke land, dat Hij u heeft gegeven.
16Si vous transgressez l’alliance que l’Éternel, votre Dieu, vous a prescrite, et si vous allez servir d’autres dieux et vous prosterner devant eux, la colère de l’Éternel s’enflammera contre vous, et vous périrez promptement dans le bon pays qu’il vous a donné.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.