Jeremia
Chapter 34
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Synodal Translatio…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Synodal Translation (Синодальный перевод)
1Het woord, dat door Jahweh tot Jeremias werd gericht, terwijl Nabukodonosor, de koning van Babel, met heel zijn leger en alle koninkrijken van het gebied, waarover hij heerste, en met alle volken Jerusalem met al haar steden belegerde:
1Слово, которое было к Иеремии от Господа, когда Навуходоносор, царь Вавилонский, и все войско его и все царства земли, подвластные руке его, и все народы воевали против Иерусалима и против всех городов его:
2Zo spreekt Jahweh, Israëls God! Ge moet tot Sedekias, den koning van Juda, gaan zeggen: Zo spreekt Jahweh! Zie, Ik lever deze stad in de macht van den koning van Babel; hij zal ze in vlammen doen opgaan.
2так говорит Господь, Бог Израилев: иди и скажи Седекии, царю Иудейскому, и скажи ему: так говорит Господь: вот, Я отдаю город сей в руки царя Вавилонского, и он сожжет его огнем;
3Gijzelf zult aan zijn hand niet ontsnappen, maar gevangen worden genomen en aan hem worden overgeleverd; gij zult den koning van Babel aanschouwen van oog tot oog, en hij zal van mond tot mond met u spreken; dan zult ge naar Babel gaan.
3и ты не избежишь от руки его, но непременно будешь взят и предан в руки его, и глаза твои увидят глаза царя Вавилонского, и уста его будут говорить твоим устам, и пойдешь в Вавилон.
4Maar hoor nu ook het woord van Jahweh, Sedekias, koning van Juda! Zo spreekt Jahweh met betrekking tot u: Gij zult niet sterven door het zwaard!
4Впрочем слушай слово Господне, Седекия, царь Иудейский! так говорит Господь о тебе: ты не умрешь от меча;
5In vrede zult ge sterven; en zoals men voor uw vaderen, de vroegere koningen die u vooraf zijn gegaan, doden-vuren heeft ontstoken, zo zal men ze ook voor u ontsteken, en de dodenklacht over u aanheffen: “Ach Heer!” Waarachtig, Ik heb het gezegd, is de godsspraak van Jahweh!
5ты умрешь в мире, и как для отцов твоих, прежних царей, которые были прежде тебя, сожигали при погребении благовония, так сожгут и для тебя и оплачут тебя: “увы, государь!”, ибо Я изрек это слово, говорит Господь.
6Dit alles werd door den profeet Jeremias in Jerusalem tot Sedekias, den koning van Juda, gesproken,
6Иеремия пророк все слова сии пересказал Седекии, царю Иудейскому, в Иерусалиме.
7terwijl het leger van den koning van Babel Jerusalem, Lakisj en Azeka belegerde, de enige overgebleven steden van Juda; want dit waren de enige vestingsteden van Juda, die nog stand hadden gehouden.
7Между тем войско царя Вавилонского воевало против Иерусалима и против всех городов Иудейских, которые еще оставались, против Лахиса и Азеки; ибо из городов Иудейских сии только оставались, как города укрепленные.
8Het woord, dat door Jahweh tot Jeremias werd gericht, nadat koning Sedekias met heel de bevolking van Jerusalem zich verbonden had, een vrijlating onder hen af te kondigen.
8Слово, которое было к Иеремии от Господа после того, как царь Седекия заключил завет со всем народом, бывшим в Иерусалиме, чтобы объявить свободу,
9Iedereen zou zijn hebreeuwse slaaf en slavin de vrijheid schenken, en geen joodsen broeder meer in slavendienst houden.
9чтобы каждый отпустил на волю раба своего и рабу свою, Еврея и Евреянку, чтобы никто из них не держал в рабстве Иудея, брата своего.
10Alle aanvoerders en heel het volk, die zich verbonden hadden, hun slaven en slavinnen vrij te laten en ze niet meer in dienst te houden, hadden er gevolg aan gegeven, en hun de vrijheid geschonken.
10И послушались все князья и весь народ, которые вступили в завет, чтобы отпустить каждому раба своего и каждому рабу свою на волю, чтобы не держать их впредь в рабах, - и послушались и отпустили;
11Maar later waren ze er weer op teruggekomen, en hadden hun slaven en slavinnen, die ze al hadden vrijgelaten, teruggehaald, en ze weer met geweld tot hun slaven en slavinnen gemaakt.
11но после того, раздумавши, стали брать назад рабов и рабынь, которых отпустили на волю, и принудили их быть рабами и рабынями.
12Toen werd het woord van Jahweh tot Jeremias gericht:
12И было слово Господне к Иеремии от Господа:
13Zo spreekt Jahweh, Israëls God! Ik heb een verbond met uw vaderen gesloten, toen Ik ze uit het land van Egypte, hun slavenverblijf, heb geleid, en hun gezegd:
13так говорит Господь, Бог Израилев: Я заключил завет с отцами вашими, когда вывел их из земли Египетской, из дома рабства, и сказал:
14Na zeven jaren moet ieder van u zijn hebreeuwsen broeder, die zich aan u heeft verkocht, de vrijheid schenken; zes jaren mag hij u dienen, dan moet ge hem laten gaan. Maar uw vaderen hebben niet naar Mij gehoord, hebben niet willen luisteren!
14“в конце седьмого года отпускайте каждый брата своего, Еврея, который продал себя тебе; пусть он работает тебе шесть лет, а потом отпусти его от себя на волю”; но отцы ваши не послушали Меня и не приклонили уха своего.
15Nu waart gijzelf tot inkeer gekomen, en hebt gedaan wat goed is in mijn ogen, door onder elkander een vrijlating af te kondigen, en voor mijn aanschijn een verbintenis daartoe aan te gaan in het huis, waarover mijn Naam is uitgeroepen.
15Вы ныне обратились и поступили справедливо пред очами Моими, объявив каждый свободу ближнему своему, и заключили предо Мною завет в доме, над которым наречено имя Мое;
16Maar ge zijt daar weer op teruggekomen, en hebt daardoor mijn Naam ontwijd: iedereen heeft zijn slaaf en slavin, die ge hadt laten gaan waarheen ze wilden, teruggehaald, en ze weer met geweld tot zijn slaven en slavinnen gemaakt.
16но потом раздумали и обесславили имя Мое, и возвратили к себе каждый раба своего и каждый рабу свою, которых отпустили на волю, куда душе их угодно, и принуждаете их быть у вас рабами и рабынями.
17Daarom spreekt Jahweh: Ge hebt niet naar Mij willen luisteren, om de vrijlating af te kondigen voor uw broeder en naaste. Welnu, dan kondig Ik ù een vrijlating aan, is de godsspraak van Jahweh: “voor het zwaard, de pest en de honger”; en Ik maak u ten afschrik voor alle koninkrijken der aarde.
17Посему так говорит Господь: вы не послушались Меня в том, чтобы каждый объявил свободу брату своему и ближнему своему; за то вот Я, говорит Господь, объявляю вам свободу подвергнуться мечу, моровой язве и голоду, и отдам вас на озлобление во все царства земли;
18Ik zal met de mannen, die mijn verbond overtraden en die zich aan de verbintenis niet hielden, die zij voor mijn aanschijn hebben aangegaan, handelen als met het kalf, dat ze in twee stukken hebben gehouwen, waar zij tussendoor zijn gelopen.
18и отдам преступивших завет Мой и не устоявших в словах завета, который они заключили пред лицем Моим, рассекши тельца надвое и пройдя между рассеченными частями его,
19De aanvoerders van Juda en Jerusalem, de hovelingen en priesters en heel het mindere volk, die tussen de stukken van het kalf zijn gelopen,
19князей Иудейских и князей Иерусалимских, евнухов и священников и весь народ земли, проходивший между рассеченными частями тельца, -
20zal Ik in de macht van hun vijanden leveren en van hen die ze naar het leven staan, en hun lijken zullen het aas zijn voor de vogels in de lucht en de beesten op aarde.
20отдам их в руки врагов их и в руки ищущих души их, и трупы их будут пищею птицам небесным и зверям земным.
21Ook Sedekias, den koning van Juda, met al zijn aanvoerders lever Ik aan hun vijanden uit en aan hen die ze naar het leven staan, aan het leger van den koning van Babel, dat nu van u is weggetrokken.
21И Седекию, царя Иудейского, и князей его отдам в руки врагов их и в руки ищущих души их и в руки войска царя Вавилонского, которое отступило от вас.
22Zie, Ik ontbied ze opnieuw, is de godsspraak van Jahweh, en breng ze terug naar deze stad; ze zullen haar belegeren, innemen, en in vlammen doen opgaan. En van de steden van Juda zal Ik een wildernis maken, waar niemand meer woont!
22Вот, Я дам повеление, говорит Господь, и возвращу их к этому городу, и они нападут на него, и возьмут его, и сожгут его огнем, и города Иудеи сделаю пустынею необитаемою.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.