Jeremia
Chapter 39
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Synodal Translatio…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Synodal Translation (Синодальный перевод)
1In het negende jaar van Sedekias, den koning van Juda, in de tiende maand, was Nabukodonosor, de koning van Babel, met heel zijn leger tegen Jerusalem opgerukt, en was de belegering begonnen.
1В девятый год Седекии, царя Иудейского, в десятый месяц, пришел Навуходоносор, царь Вавилонский, со всем войском своим к Иерусалиму, и обложили его.
2In het elfde jaar van Sedekias, op de negende dag van de vierde maand werd er een bres in de stad geslagen,
2А в одиннадцатый год Седекии, в четвертый месяц, в девятый день месяца город был взят.
3en trokken al de aanvoerders van den koning van Babel er binnen, en vatten post bij de Midden-poort; het waren Neboe-Zaradan het hoofd van de lijfwacht, Neboe- Sjazban de opperbevelhebber, Nergal-Saréser de generaal, met alle aanvoerders van den koning van Babel.
3И вошли в него все князья царя Вавилонского, и расположились в средних воротах, Нергал-Шарецер, Самгар-Нево, Сарсехим, начальник евнухов, Нергал-Шарецер, начальник магов, и все остальные князья царя Вавилонского.
4Toen Sedekias, de koning van Juda, en al de strijders hen zagen, namen ze de vlucht, verlieten des nachts de stad in de richting van de koninklijke tuin, door de poort tussen de beide muren, en sloegen de weg naar de Araba in.
4Когда Седекия, царь Иудейский, и все военные люди увидели их, - побежали, и ночью вышли из города через царский сад в ворота между двумя стенами и пошли по дороге равнины.
5Maar het leger der Chaldeën zette hen achterna, haalde Sedekias op de vlakte van Jericho in, nam hem gevangen, en bracht hem naar Nabukodonosor, den koning van Babel, die te Ribla in het landschap Chamat vertoefde. Daar velde de koning van Babel zijn vonnis.
5Но войско Халдейское погналось за ними; и настигли Седекию на равнинах Иерихонских; и взяли его и отвели к Навуходоносору, царю Вавилонскому, в Ривлу, в землю Емаф, где он произнес суд над ним.
6Hij liet in Ribla de zonen van Sedekias voor zijn ogen vermoorden; ook al de edelen van Juda slachtte de koning van Babel af.
6И заколол царь Вавилонский сыновей Седекии в Ривле перед его глазами, и всех вельмож Иудейских заколол царь Вавилонский;
7Daarna liet hij Sedekias de ogen uitsteken, en in boeien slaan, om hem naar Babel te brengen.
7а Седекии выколол глаза и заковал его в оковы, чтобы отвести его в Вавилон.
8De Chaldeën staken het koninklijk paleis en de huizen der burgerij in brand, en haalden de muren van Jerusalem neer.
8Дом царя и домы народа сожгли Халдеи огнем, и стены Иерусалима разрушили.
9Wat er van de bevolking der stad was overgebleven, met de overlopers, die zich aan hen hadden overgegeven en de verdere rest van het volk, bracht Neboe- Zaradan, het hoofd van de lijfwacht, naar Babel in ballingschap.
9А остаток народа, остававшийся в городе, и перебежчиков, которые перешли к нему, и прочий оставшийся народ Навузардан, начальник телохранителей, переселил в Вавилон.
10Alleen een deel van het armste volk, dat niets bezat, liet Neboe- Zaradan, het hoofd van de lijfwacht, toen in het land van Juda achter, en gaf hun wijngaarden en akkers.
10Бедных же из народа, которые ничего не имели, Навузардан, начальник телохранителей, оставил в Иудейской земле и дал им тогда же виноградники и поля.
11Met betrekking tot Jeremias gaf Nabukodonosor, de koning van Babel, aan Neboe-Zaradan het hoofd van de lijfwacht, het volgend bevel:
11А о Иеремии Навуходоносор, царь Вавилонский, дал такое повеление Навузардану, начальнику телохранителей:
12Ge moet hem onder uw hoede nemen, en hem geen leed berokkenen; maar met hem doen, zoals hijzelf u zal zeggen.
12возьми его и имей его во внимании, и не делай ему ничего худого, но поступай с ним так, как он скажет тебе.
13Daarom lieten Neboe-Zaradan het hoofd van de lijfwacht, Neboe-Sjazban de opperbevelhebber, en Nergal- Saréser de generaal, en alle aanvoerders van den koning van Babel,
13И послал Навузардан, начальник телохранителей, и Навузазван, начальник евнухов, и Нергал-Шарецер, начальник магов, и все князья царя Вавилонского
14Jeremias uit de gevangen-hof halen, en vertrouwden hem toe aan Gedaljáhoe, den zoon van Achikam, zoon van Sjafan, om hem in vrijheid naar huis te brengen. Zo bleef hij te midden van het volk.
14послали и взяли Иеремию со двора стражи, и поручили его Годолии, сыну Ахикама, сына Сафанова, отвести его домой. И он остался жить среди народа.
15Terwijl Jeremias nog gevangen zat in de gevangen-hof was het woord van Jahweh tot hem gericht:
15К Иеремии, когда он еще содержался во дворе темничном, было слово Господне:
16Ge moet aan den Ethiopiër Ebed-Mélek gaan zeggen: Zo spreekt Jahweh der heirscharen, Israëls God! Zie, Ik ga mijn woorden over deze stad ten uitvoer brengen, tot haar ongeluk en niet tot haar heil; op die dag zullen ze voor uw ogen worden voltrokken.
16иди, скажи Авдемелеху Ефиоплянину: так говорит Господь Саваоф, Бог Израилев: вот, Я исполню слова Мои о городе сем во зло, а не в добро ему, и они сбудутся в тот день перед глазами твоими;
17Maar u zal Ik redden op die dag, is de godsspraak van Jahweh; gij zult niet aan de mannen worden overgeleverd, waarvoor ge beducht zijt.
17но тебя Я избавлю в тот день, говорит Господь, и не будешь предан в руки людей, которых ты боишься.
18Neen, Ik zal u laten ontkomen; ge zult niet vallen door het zwaard, maar uw buit zal lijfsbehoud zijn, omdat ge op Mij hebt vertrouwd, is de godsspraak van Jahweh!
18Я избавлю тебя, и ты не падешь от меча, и душа твоя останется у тебя вместо добычи, потому что ты на Меня возложил упование, сказал Господь.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.