Jeremia
Chapter 13
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Synodal Translatio…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Synodal Translation (Синодальный перевод)
1Jahweh sprak tot mij: Ga u een linnen gordel kopen, en doe die om uw midden; maar laat er geen water bij komen.
1Так сказал мне Господь: пойди, купи себе льняной пояс и положи его на чресла твои, но в воду не клади его.
2Ik kocht een gordel, zoals Jahweh gezegd had, en sloeg hem mij om.
2И я купил пояс, по слову Господню, и положил его на чресла мои.
3Toen werd het woord van Jahweh voor de tweede maal tot mij gericht:
3И было ко мне слово Господне в другой раз, и сказано:
4Neem de gordel, die ge gekocht hebt, en die ge om uw midden draagt; trek op naar de Eufraat, en begraaf hem daar in een rotsspleet.
4возьми пояс, который ты купил, который на чреслах твоих, и встань, пойди к Евфрату и спрячь его там в расселине скалы.
5Ik ging heen, en begroef hem bij de Eufraat, zoals Jahweh mij bevolen had.
5Я пошел и спрятал его у Евфрата, как повелел мне Господь.
6Geruime tijd later sprak Jahweh tot mij: Trek op naar de Eufraat, en haal er de gordel vandaan, die Ik u geboden heb, daar te begraven.
6По прошествии же многих дней сказал мне Господь: встань, пойди к Евфрату и возьми оттуда пояс, который Я велел тебе спрятать там.
7Weer ging ik naar de Eufraat, en groef de gordel op van de plaats, waar ik hem had begraven. En zie, de gordel was verrot, en deugde nergens meer voor.
7И я пришел к Евфрату, выкопал и взял пояс из того места, где спрятал его, и вот, пояс был испорчен, ни к чему стал не годен.
8Nu werd het woord van Jahweh tot mij gericht:
8И было ко мне слово Господне:
9Zo spreekt Jahweh! Zo zal Ik de geweldige trots van Juda en van Jerusalem laten rotten.
9так говорит Господь: так сокрушу Я гордость Иуды и великую гордость Иерусалима.
10Dat boze volk, dat weigert naar mijn woorden te luisteren, dat zijn afgestompt hart blijft volgen, en achter vreemde goden loopt, om ze te dienen en te aanbidden: het zal als deze gordel worden, die nergens voor deugt.
10Этот негодный народ, который не хочет слушать слов Моих, живет по упорству сердца своего и ходит во след иных богов, чтобы служить им и поклоняться им, будет как этот пояс, который ни к чему не годен.
11Want zoals de gordel aan iemands midden wordt gehecht, zo had Ik het hele huis van Israël en het hele huis van Juda aan Mij willen hechten, spreekt Jahweh: om mijn volk te zijn, mijn roem, mijn glorie en eer; maar ze luisterden niet.
11Ибо, как пояс близко лежит к чреслам человека, так Я приблизил к Себе весь дом Израилев и весь дом Иудин, говорит Господь, чтобы они были Моим народом и Моею славою, хвалою и украшением; но они не послушались.
12Ook het volgende moet ge hun zeggen: Zo spreekt Jahweh, Israëls God! Kruiken worden met wijn gevuld! En als ze u antwoorden: Dat weten we zelf wel, dat kruiken met wijn worden gevuld;
12Посему скажи им слово сие: так говорит Господь, Бог Израилев: всякий винный мех наполняется вином. Они скажут тебе: “разве мы не знаем, что всякий винный мех наполняется вином?”
13dan moet ge hun zeggen: Zo spreekt Jahweh! Zie, Ik ga alle bewoners van dit land, en de koningen, die op Davids troon zijn gezeten, en de priesters, profeten en alle bewoners van Jerusalem met een zwijmeldrank vullen;
13А ты скажи им: так говорит Господь: вот, Я наполню вином до опьянения всех жителей сей земли и царей, сидящих на престоле Давида, и священников, и пророков и всех жителей Иерусалима,
14en dan sla Ik ze tegen elkander te pletter, de vaders tegelijk met de zonen, spreekt Jahweh: vernielen zal Ik ze zonder genade, zonder ontferming, zonder erbarmen.
14и сокрушу их друг о друга, и отцов и сыновей вместе, говорит Господь; не пощажу и не помилую, и не пожалею истребить их.
15Hoort en luistert, weest niet trots: Want het is Jahweh, die spreekt!
15Слушайте и внимайте; не будьте горды, ибо Господь говорит.
16Geeft eer aan Jahweh, uw God, Eer het avond gaat worden, Eer ge uw voeten zult stoten Aan sombere bergen; Eer Hij het licht, dat ge wacht, tot duisternis maakt, En in donker verandert.
16Воздайте славу Господу Богу вашему, доколе Он еще не навел темноты, и доколе еще ноги ваши не спотыкаются на горах мрака: тогда вы будете ожидать света, а Он обратит его в тень смерти и сделает тьмою.
17Maar zo ge niet luistert, Zal ik wenen in stilte om uw trots; Zal mijn oog bitter schreien en stromen van tranen, Omdat de kudde van Jahweh in ballingschap gaat.
17Если же вы не послушаете сего, то душа моя в сокровенных местах будет оплакивать гордость вашу, будет плакать горько, и глаза мои будут изливаться в слезах; потому что стадо Господне отведено будет в плен.
18Zeg tot den koning en tot de gebiedster: Ge moet lager gaan zitten; Want van uw hoofd is Uw stralende kroon gevallen!
18Скажи царю и царице: смиритесь, сядьте пониже, ибо упал с головы вашей венец славы вашей.
19De steden van de Négeb zijn ingesloten, En niemand, die ze ontzet; Heel Juda gaat de ballingschap in, Is geheel ontvolkt!
19Южные города заперты, и некому отворять их; Иуда весь отводится в плен, отводится в плен весь совершенно.
20Sla uw ogen op, en zie rond: Wie zijn er uit het noorden gekomen? Waar is de kudde, u toevertrouwd, Waar zijn uw prachtige schapen?
20Поднимите глаза ваши и посмотрите на идущих от севера: где стадо, которое дано было тебе, прекрасное стадо твое?
21Wat zegt ge ervan, dat ze als meesters over u heersen, Die ge hadt aangehaald als uw minnaars; Grijpen u de weeën niet aan Als een barende vrouw?
21Что скажешь, дочь Сиона, когда Он посетит тебя? Ты сама приучила их начальствовать над тобою; не схватят ли тебя боли, как рождающую женщину?
22Vraagt ge dan nog bij uzelf: Waarom overkomt mij dit alles? Om de grootheid van uw misdaad gaan uw slippen omhoog, Worden uw hielen ontbloot!
22И если скажешь в сердце твоем: “за что постигло меня это?” - За множество беззаконий твоих открыт подол у тебя, обнажены пяты твои.
23Of kan een moor zijn huid nog veranderen, Een panter zijn vlekken: Kunt gij het goede nog doen, Die aan het kwaad zijt verslaafd?
23Может ли Ефиоплянин переменить кожу свою и барс - пятна свои? так и вы можете ли делать доброе, привыкнув делать злое?
24Neen, Ik zal u verstrooien als kaf, Dat wegstuift voor de wind van de steppe;
24Поэтому развею их, как прах, разносимый ветром пустынным.
25Dit zal uw lot en uw deel zijn, Dat Ik u toemeet, spreekt Jahweh! Omdat ge Mij hebt vergeten, En op leugens hebt vertrouwd:
25Вот жребий твой, отмеренная тебе от Меня часть, говорит Господь, потому что ты забыла Меня и надеялась на ложь.
26Daarom licht Ik uw slippen op tot uw hoofd, Komt uw schaamte te kijk!
26За то будет поднят подол твой на лице твое, чтобы открылся срам твой.
27Uw echtbreuk, uw hunkeren, uw schandelijke ontucht, Uw gruwelen op de heuvels der vlakte heb Ik gezien. Wee u, Jerusalem! Nooit wordt ge meer rein, Hoe lang het ook duurt!
27Видел Я прелюбодейство твое и неистовые похотения твои, твои непотребства и твои мерзости на холмах в поле. Горе тебе, Иерусалим! ты и после сего не очистишься. Доколе же?

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.