Genesis
Chapter 7
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Old Persian Versio…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Toen sprak Jahweh tot Noë: Ga met uw gezin in de ark, want Ik heb u rechtvaardig voor mijn aanschijn bevonden te midden van dit geslacht.
1و خداوند به نوح گفت: «تو و تمامی اهل خانه ات به کشتی در آیید، زیرا تو را در این عصر به حضور خود عادل دیدم.
2Neem van alle reine dieren zeven paar mee, telkens mannetjes met hun wijfjes, maar van de onreine dieren een enkel paar, eveneens mannetje en wijfje;
2و از همه بهایم پاک، هفت هفت، نر و ماده با خود بگیر، و از بهایم ناپاک، دودو، نر و ماده،
3ook van de vogels in de lucht zeven paar, de mannetjes met hun wijfjes: om hun soort in stand te houden over de hele aarde.
3و از پرندگان آسمان نیزهفت هفت، نر و ماده را، تا نسلی بر روی تمام زمین نگاه داری.
4Want over zeven dagen zal Ik het op aarde doen stortregenen, veertig dagen en veertig nachten; en al wat leeft, en wat Ik gemaakt heb, zal Ik van de aarde verdelgen.
4زیرا که من بعد از هفت روزدیگر، چهل روز و چهل شب باران می‌بارانم، وهر موجودی را که ساخته‌ام، از روی زمین محومی سازم.»
5En Noë deed alles, wat Jahweh hem bevolen had.
5پس نوح موافق آنچه خداوند او را امرفرموده بود، عمل نمود.
6Noë was zeshonderd jaar oud, toen de zondvloed over de aarde kwam.
6و نوح ششصد ساله بود، چون طوفان آب بر زمین آمد.
7En voor het water van de zondvloed vluchtte Noë in de ark met zijn zonen, zijn vrouw en de vrouwen van zijn zonen.
7و نوح وپسرانش و زنش و زنان پسرانش با وی از آب طوفان به کشتی در‌آمدند.
8Van de reine en onreine dieren, van de vogels, en van al wat over de aarde kruipt,
8از بهایم پاک و ازبهایم ناپاک، و از پرندگان و از همه حشرات زمین،
9kwam telkens een paar, mannetje en wijfje, naar Noë binnen de ark, zoals God Noë geboden had.
9دودو، نر و ماده، نزد نوح به کشتی در‌آمدند، چنانکه خدا نوح را امر کرده بود.
10En op de zevende dag stortten de wateren van de zondvloed over de aarde.
10و واقع شدبعد از هفت روز که آب طوفان بر زمین آمد.
11In het zeshonderdste levensjaar van Noë, in de tweede maand, op de zeven en twintigste dag van de maand, toen braken alle kolken los van de geweldige afgrond, en werden de sluizen van de hemel geopend;
11و در سال ششصد از زندگانی نوح، در روزهفدهم از ماه دوم، در همان روز جمیع چشمه های لجه عظیم شکافته شد، و روزنهای آسمان گشوده.
12er stortte een regen op de aarde, veertig dagen en veertig nachten.
12و باران، چهل روز و چهل شب بر روی زمین می‌بارید.
13Nog diezelfde dag ging Noë in de ark met Sem, Cham en Jáfet, de zonen van Noë, met de vrouw van Noë en de drie vrouwen van zijn zonen;
13در همان روز نوح وپسرانش، سام و حام و یافث، و زوجه نوح و سه زوجه پسرانش، با ایشان داخل کشتی شدند.
14zijzelf met alle soorten van wilde en tamme dieren, met alle soorten van wat er over de aarde kruipt, met alle soorten van vogels, alles wat veren en vleugels heeft.
14ایشان و همه حیوانات به اجناس آنها، و همه بهایم به اجناس آنها، و همه حشراتی که بر زمین می‌خزند به اجناس آنها، و همه پرندگان به اجناس آنها، همه مرغان و همه بالداران.
15In paren kwamen alle levende wezens naar Noë in de ark:
15دودواز هر ذی جسدی که روح حیات دارد، نزد نوح به کشتی در‌آمدند.
16zij kwamen naar het bevel van God: mannetje en wijfje van al wat leeft. En Jahweh deed de deur achter hen dicht.
16و آنهایی که آمدند نر و ماده از هر ذی جسد آمدند، چنانکه خدا وی را امرفرموده بود. و خداوند در را از عقب او بست.
17Toen kwam de zondvloed over de aarde, veertig dagen lang. De wateren stegen, en droegen de ark, zodat zij zich van de aarde verhief.
17و طوفان چهل روز بر زمین می‌آمد، و آب همی افزود و کشتی را برداشت که از زمین بلندشد.
18Nog bleef het water wassen en stijgen op aarde, en de ark dreef op het water voort.
18و آب غلبه یافته، بر زمین همی افزود، وکشتی بر سطح آب می‌رفت.
19Hoger en hoger klommen de wateren op aarde, zodat zelfs de hoogste bergen, die onder heel de hemel zijn, werden bedekt.
19و آب بر زمین زیاد و زیاد غلبه یافت، تا آنکه همه کوههای بلندکه زیر تمامی آسمانها بود، مستور شد.
20Vijftien ellen steeg het water boven de bergen, zodat ze helemaal bedolven werden.
20پانزده ذراع بالاتر آب غلبه یافت و کوهها مستور گردید.
21Alle schepselen kwamen om, alles wat zich op de aarde beweegt: vogels, tamme en wilde dieren met al wat over de aarde kruipt; en eveneens alle mensen.
21و هر ذی جسدی که بر زمین حرکت می‌کرد، ازپرندگان و بهایم و حیوانات و کل حشرات خزنده بر زمین، و جمیع آدمیان، مردند.
22Alles stierf, wat op het droge leefde met levensadem in zijn neus.
22هرکه دم روح حیات در بینی او بود، از هر‌که در خشکی بود، مرد.
23Al wat op aarde bestond, werd verzwolgen; mens, viervoetige dieren, kruipende dieren en vogels in de lucht werden van de aarde verdelgd. Noë alleen, en wat met hem in de ark was, bleef over.
23و خدا محو کرد هر موجودی را که برروی زمین بود، از آدمیان و بهایم و حشرات وپرندگان آسمان، پس از زمین محو شدند. و نوح باآنچه همراه وی در کشتی بود فقط باقی ماند.
24De wateren hielden de aarde honderd vijftig dagen bedekt.
24وآب بر زمین صد و پنجاه روز غلبه می‌یافت.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.