Genesis 7
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Korean Bible, 1910 (한국어 성경)
1Toen sprak Jahweh tot Noë: Ga met uw gezin in de ark, want Ik heb u rechtvaardig voor mijn aanschijn bevonden te midden van dit geslacht.
1여호와께서 노아에게 이르시되 너와 네 온 집은 방주로 들어가라 네가 이 세대에 내 앞에서 의로움을 내가 보았음이니라 !
2Neem van alle reine dieren zeven paar mee, telkens mannetjes met hun wijfjes, maar van de onreine dieren een enkel paar, eveneens mannetje en wijfje;
2너는 모든 정결한 짐승은 암수 일곱씩 부정한 것은 암수 둘씩을 네게로 취하며
3ook van de vogels in de lucht zeven paar, de mannetjes met hun wijfjes: om hun soort in stand te houden over de hele aarde.
3공중의 새도 암수 일곱씩을 취하여 그 씨를 온 지면에 유전케하라
4Want over zeven dagen zal Ik het op aarde doen stortregenen, veertig dagen en veertig nachten; en al wat leeft, en wat Ik gemaakt heb, zal Ik van de aarde verdelgen.
4지금부터 칠일이면 내가 사십 주야를 땅에 비를 내려 나의 지은 모든 생물을 지면에서 쓸어 버리리라
5En Noë deed alles, wat Jahweh hem bevolen had.
5노아가 여호와께서 자기에게 명하신 대로 다 준행하였더라 !
6Noë was zeshonderd jaar oud, toen de zondvloed over de aarde kwam.
6홍수가 땅에 있을 때에 노아가 육백세라
7En voor het water van de zondvloed vluchtte Noë in de ark met zijn zonen, zijn vrouw en de vrouwen van zijn zonen.
7노아가 아들들과 아내와 자부들과 함께 홍수를 피하여 방주에 들어갔고
8Van de reine en onreine dieren, van de vogels, en van al wat over de aarde kruipt,
8정결한 짐승과 부정한 짐승과 새와 땅에 기는 모든 것이
9kwam telkens een paar, mannetje en wijfje, naar Noë binnen de ark, zoals God Noë geboden had.
9하나님이 노아에게 명하신 대로 암수 둘씩 노아에게 나아와 방주로 들어갔더니
10En op de zevende dag stortten de wateren van de zondvloed over de aarde.
10칠일 후에 홍수가 땅에 덮이니
11In het zeshonderdste levensjaar van Noë, in de tweede maand, op de zeven en twintigste dag van de maand, toen braken alle kolken los van de geweldige afgrond, en werden de sluizen van de hemel geopend;
11노아 육백세 되던 해 이월 곧 그 달 십 칠일이라 그날에 큰 깊음의 샘들이 터지며 하늘의 창들이 열려
12er stortte een regen op de aarde, veertig dagen en veertig nachten.
12사십 주야를 비가 땅에 쏟아졌더라
13Nog diezelfde dag ging Noë in de ark met Sem, Cham en Jáfet, de zonen van Noë, met de vrouw van Noë en de drie vrouwen van zijn zonen;
13곧 그 날에 노아와 그의 아들 셈, 함, 야벳과 노아의 처와 세 자부가 다 방주로 들어갔고
14zijzelf met alle soorten van wilde en tamme dieren, met alle soorten van wat er over de aarde kruipt, met alle soorten van vogels, alles wat veren en vleugels heeft.
14그들과 모든 들짐승이 그 종류대로, 모든 육축이 그 종류대로, 땅에 기는 모든 것이 그 종류대로, 모든 새 곧 각양의 새가 그 종류대로
15In paren kwamen alle levende wezens naar Noë in de ark:
15무릇 기식이 있는 육체가 둘씩 노아에게 나아와 방주로 들어갔으니
16zij kwamen naar het bevel van God: mannetje en wijfje van al wat leeft. En Jahweh deed de deur achter hen dicht.
16들어간 것들은 모든 것의 암,수라 하나님이 그에게 명하신대로 들어가매 여호와께서 그를 닫아 넣으시니라
17Toen kwam de zondvloed over de aarde, veertig dagen lang. De wateren stegen, en droegen de ark, zodat zij zich van de aarde verhief.
17홍수가 땅에 사십일을 있었는지라 물이 많아져 방주가 땅에서 올랐고
18Nog bleef het water wassen en stijgen op aarde, en de ark dreef op het water voort.
18물이 더 많아져 땅에 창일하매 방주가 물 위에 떠 다녔으며
19Hoger en hoger klommen de wateren op aarde, zodat zelfs de hoogste bergen, die onder heel de hemel zijn, werden bedekt.
19물이 땅에 더욱 창일하매 천하에 높은 산이 다 덮였더니
20Vijftien ellen steeg het water boven de bergen, zodat ze helemaal bedolven werden.
20물이 불어서 십오 규빗이 오르매 산들이 덮인지라
21Alle schepselen kwamen om, alles wat zich op de aarde beweegt: vogels, tamme en wilde dieren met al wat over de aarde kruipt; en eveneens alle mensen.
21땅위에 움직이는 생물이 다 죽었으니 곧 새와 육축과 들짐승과 땅에 기는 모든 것과 모든 사람이라
22Alles stierf, wat op het droge leefde met levensadem in zijn neus.
22육지에 있어 코로 생물의 기식을 호흡하는 것은 다 죽었더라
23Al wat op aarde bestond, werd verzwolgen; mens, viervoetige dieren, kruipende dieren en vogels in de lucht werden van de aarde verdelgd. Noë alleen, en wat met hem in de ark was, bleef over.
23지면의 모든 생물을 쓸어버리시니 곧 사람과 짐승과 기는 것과 공중의 새까지라 이들은 땅에서 쓸어버림을 당하였으되 홀로 노아와 그와 함께 방주에 있던 자만 남았더라
24De wateren hielden de aarde honderd vijftig dagen bedekt.
24물이 일백 오십일을 땅에 창일하였더라
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.