Ezechiel 14
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Eens kwamen enigen van Israëls oudsten naar mij toe; en toen ze voor mij zaten,
1有幾個 以色列 長老到我這裏來,坐在我面前。
2werd het woord van Jahweh tot mij gericht:
2耶和華的話就臨到我說:
3Mensenkind, deze mensen dragen hun schandgoden hoog in het hart, en ze houden de ogen niet af van wat hen tot zonde prikkelt; en zou Ik Mij dan door hèn laten ondervragen?
3「人子啊,這些人已將他們的假神接到心裏,把陷於罪的絆腳石放在面前,我豈能絲毫被他們求問嗎?
4Spreek daarom tot hen en zeg hun: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Alwie uit het huis van Israël zijn schandgoden hoog in het hart draagt, en zijn ogen niet afhoudt van wat hem tot zonde prikkelt, en dan toch naar den profeet durft lopen: dien zal Ik, Jahweh, van antwoord dienen, ondanks zijn talrijke schandgoden;
4所以你要告訴他們:『主耶和華如此說: 以色列 家的人中,凡將他的假神接到心裏,把陷於罪的絆腳石放在面前,又就了先知來的,我-耶和華在他所求的事上,必按他眾多的假神回答他,
5om het hart te wonden van Israëls huis, van allen, die voor hun schandgoden van Mij zijn weggelopen.
5好在 以色列 家的心事上捉住他們,因為他們都藉着假神與我生疏。』
6Daarom moet ge tot het huis van Israël zeggen: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Bekeert u, komt terug van al uw schandgoden, wendt uw gelaat af van al uw gruwelen.
6「所以你要告訴 以色列 家說:『主耶和華如此說:回頭吧!離開你們的偶像,轉臉莫從你們一切可憎的事。』
7Want alwie uit Israëls huis, of van de vreemdelingen die in Israël verblijven, zich van Mij afwendt, zijn schandgoden hoog in het hart draagt, en zijn ogen niet afhoudt van wat hem tot zonde prikkelt, en dan toch naar den profeet durft lopen, om hem naar Mij te ondervragen:dien zal Ik, Jahweh, zelf van antwoord dienen!
7因為 以色列 家的人,或在 以色列 中寄居的外人,凡與我隔絕,將他的假神接到心裏,把陷於罪的絆腳石放在面前,又就了先知來要為自己的事求問我的,我-耶和華必親自回答他。
8Zo iemand zal Ik in het oog blijven houden, hem stellen tot een voorbeeld en spreekwoord, en hem uit de kring van mijn volk verbannen. Zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben!
8我必向那人變臉,使他作了警戒,笑談,令人驚駭,並且我要將他從我民中剪除;你們就知道我是耶和華。
9En mocht de profeet zich laten verleiden, om zelf een uitspraak te doen, dan heb Ik, Jahweh, dien profeet verleid. Ik zal mijn hand tegen hem uitstrekken, en hem uit de kring van mijn volk Israël verstoten.
9先知若被迷惑說一句預言,是我-耶和華任那先知受迷惑,我也必向他伸手,將他從我民 以色列 中除滅。
10Beiden zullen zij schuldig zijn: de vrager zal even schuldig zijn als de profeet.
10他們必擔當自己的罪孽。先知的罪孽和求問之人的罪孽都是一樣,
11Zo zal het huis van Israël niet langer van Mij afdwalen, en zich door al zijn wandaden niet langer bezoedelen; maar zij zullen Mij een volk, en Ik voor hen een God zijn, spreekt Jahweh, de Heer.
11好使 以色列 家不再走迷離開我,不再因各樣的罪過玷污自己,只要作我的子民,我作他們的上帝。這是主耶和華說的。」
12Dit woord van Jahweh werd tot mij gericht:
12耶和華的話臨到我說:
13Mensenkind, gesteld: een land heeft door trouweloze afval tegen Mij gezondigd, en Ik strek mijn hand ertegen uit, breek er de broodstok, zend er hongersnood heen, en verdelg er mens en vee;
13「人子啊,若有一國犯罪干犯我,我也向他伸手折斷他們的杖,就是斷絕他們的糧,使饑荒臨到那地,將人與牲畜從其中剪除;
14en gesteld ook, dat deze drie mannen er zouden wonen: Noë, Daniël en Job; dan zouden zij, maar ook zij alleen, door hun rechtvaardigheid hun leven redden, zegt Jahweh, de Heer!
14其中雖有 挪亞 、 但以理 、 約伯 這三人,他們只能因他們的義救自己的性命。這是主耶和華說的。
15Of Ik laat wilde dieren op dat land los, die het ontvolken, en het wordt zó eenzaam, dat uit vrees voor de dieren niemand het durft betreden;
15我若使惡獸經過糟踐那地,使地荒涼,以致因這些獸,人都不得經過;
16en die drie mannen zouden er wonen: zowaar Ik leef, zegt Jahweh, de Heer, geen zoon of dochter zouden ze redden; zij alleen zouden ontkomen, en het land zou een wildernis worden.
16雖有這三人在其中,主耶和華說:我指着我的永生起誓,他們連兒帶女都不能得救,只能自己得救,那地仍然荒涼。
17Of Ik kom met een zwaard op dat land af, en roep: “Zwaard, trek door het land!” en Ik vaag er mens en dier uit weg;
17或者我使刀劍臨到那地,說:刀劍哪,要經過那地,以致我將人與牲畜從其中剪除;
18en die drie mannen zouden er wonen: zowaar Ik leef, zegt Jahweh, de Heer, geen zoon of dochter zouden ze redden; zij alleen zouden ontkomen.
18雖有這三人在其中,主耶和華說:我指着我的永生起誓,他們連兒帶女都不能得救,只能自己得救。
19Of Ik laat een pest op dat land los en stort er mijn bloedige gramschap op uit, om mens en dier eruit te verdelgen;
19或者我叫瘟疫流行那地,使我滅命的忿怒傾在其上,好將人與牲畜從其中剪除;
20en Noë, Daniël en Job zouden er wonen: zowaar Ik leef, spreekt Jahweh, de Heer, geen zoon of dochter zouden ze redden; zij alleen zouden om hun rechtvaardigheid hun leven behouden.
20雖有 挪亞 、 但以理 、 約伯 在其中,主耶和華說:我指着我的永生起誓,他們連兒帶女都不能救,只能因他們的義救自己的性命。」
21Want dit zegt Jahweh, de Heer: Als Ik echter mijn ergste strafgerichten: zwaard, hongersnood, wilde dieren en pest op Jerusalem heb losgelaten, om er mens en dier uit te verdelgen,
21主耶和華如此說:「我將這四樣大災-就是刀劍、饑荒、惡獸、瘟疫降在 耶路撒冷 ,將人與牲畜從其中剪除,豈不更重嗎?
22dan zal er toch een rest uit overblijven, die zonen en dochters meebrengt en naar u toe komt. Als ge dan hun gedrag en hun gedoe aanschouwt, zult ge berusten in het kwaad, dat Ik Jerusalem aandeed, in alles wat Ik het heb berokkend.
22然而其中必有剩下的人,他們連兒帶女必帶到你們這裏來,你們看見他們所行所為的,要因我降給 耶路撒冷 的一切災禍,便得了安慰。
23Zij zullen u doen berusten, als ge hun gedrag en hun gedoe aanschouwt; en ge zult erkennen, dat Ik niet zonder reden gedaan heb, wat Ik daar deed, spreekt Jahweh, de Heer.
23你們看見他們所行所為的,得了安慰,就知道我在 耶路撒冷 中所行的並非無故。這是主耶和華說的。」
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.