Ester 5
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1De derde dag bekleedde Ester zich met een koninklijk gewaad, begaf zich naar de binnenhof van het koninklijk paleis, en bleef tegenover de ingang van de troonzaal staan. Daar zat de koning tegenover de ingang der zaal op zijn koningstroon.
1Ora, no terceiro dia, Ester vestiu seus trajes reais e ficou no pátio interno do palácio do rei, em frente ao palácio do rei. O rei estava assentado em seu trono real no palácio real, de frente para a entrada do palácio.
2Maar zodra hij koningin Ester in de voorhof zag staan, was hij haar goedgunstig gezind, en reikte haar de gouden schepter toe, die hij in de hand had. Daarop kwam Ester naderbij en raakte de punt van de schepter aan.
2Quando o rei viu a rainha Ester em pé no pátio, ela alcançou favor diante dele; e o rei estendeu para Ester o cetro de ouro que estava em sua mão. Então Ester se aproximou e tocou a ponta do cetro.
3Daarop sprak de koning haar toe: Wat hebt ge koningin Ester, en wat verlangt ge? Al is het de helft van mijn koninkrijk, het zal u worden gegeven.
3Então o rei lhe perguntou: “O que você deseja, rainha Ester? Qual é o seu pedido? Lhe será concedido, até mesmo a metade do reino.”
4Ester antwoordde: Als het den koning behaagt, kome hij vandaag met Haman aan de maaltijd, die ik voor hem heb bereid.
4Ester disse: “Se parecer bem ao rei, venham hoje o rei e Hamã ao banquete que preparei para ele.”
5De koning beval: Gaat onmiddellijk Haman halen, opdat wij aan Esters verlangen kunnen voldoen. Zo kwam de koning met Haman aan de maaltijd. die Ester bereid had.
5Então o rei disse: “Tragam Hamã depressa, para que se faça o que Ester pediu.” Assim, o rei e Hamã foram ao banquete que Ester havia preparado.
6En bij het wijndrinken vroeg de koning aan Ester: Wat is uw verlangen? Het wordt ingewilligd. Al wat ge vraagt, al was het ook de helft van mijn rijk, het zal u worden gegeven.
6Durante o banquete de vinho, o rei disse a Ester: “Qual é a sua petição? Ela lhe será concedida. Qual é o seu pedido? Mesmo que seja a metade do reino, será atendido.”
7Ester antwoordde: Mijn verlangen en bede?
7Então Ester respondeu e disse: “Minha petição e meu pedido são estes:
8Als ik bij den koning genade heb gevonden en het hem behaagt, mijn wens te vervullen en mijn bede te verhoren, dan kome hij met Haman morgen weer aan de maaltijd, die ik hem zal bereiden; dan zal ik ‘s konings vraag beantwoorden.
8Se achei favor aos olhos do rei, e se for do agrado do rei conceder a minha petição e atender ao meu pedido, que o rei e Hamã venham ao banquete que prepararei para eles, e amanhã farei como o rei disse.”
9Die dag verliet Haman vrolijk en welgemoed het paleis; maar toen hij in het koninklijke poortgebouw Mordokai zag, die niet opstond en zich niet voor hem verroerde, werd hij woedend op Mordokai.
9Então Hamã saiu naquele dia alegre e de bom humor; mas, quando Hamã viu Mardoqueu à porta do rei, e que ele não se levantou nem se moveu diante dele, encheu-se de ira contra Mardoqueu.
10Hij bedwong zich echter en ging naar huis. Daar liet hij zijn vrienden en zijn vrouw Zéresj bij zich komen,
10Contudo, Hamã se conteve e foi para casa. Lá, ele mandou chamar seus amigos e Zeres, sua mulher.
11en pochte voor hen op zijn grote rijkdom en zijn talrijke zonen, op de grootheid, waartoe hij door ‘s konings gunst gekomen was, en zijn verheffing boven alle vorsten en koninklijke beambten.
11Hamã lhes contou sobre a glória de suas riquezas, a multidão de seus filhos, todas as coisas em que o rei o havia promovido, e como o havia exaltado acima dos príncipes e servos do rei.
12En hij zeide: Zelfs koningin Ester heeft niemand anders dan mij uitgenodigd tot een maaltijd, die zij bereid had; ook voor morgen ben ik weer met den koning bij haar gevraagd.
12Hamã também disse: “Além disso, a rainha Ester não permitiu que ninguém entrasse com o rei no banquete que ela havia preparado, a não ser eu; e amanhã também estou convidado por ela, junto com o rei.
13Maar dat alles is niets, zolang ik dien jood Mordokai in het koninklijke poortgebouw zie zitten.
13Porém, tudo isso de nada me vale, enquanto eu vir o judeu Mardoqueu sentado à porta do rei.”
14Daarom gaven zijn vrouw Zéresj en al zijn vrienden hem de raad: Laat een hoge paal maken, vijftig el hoog, en vraag morgenvroeg den koning verlof, daar Mordokai aan op te hangen; dan kunt ge vrolijk met den koning naar de maaltijd gaan. Deze raad beviel Haman, en hij liet de paal oprichten.
14Então Zeres, sua mulher, e todos os seus amigos lhe disseram: “Mande fazer uma forca de cinquenta côvados de altura, e pela manhã fale com o rei para que Mardoqueu seja enforcado nela. Depois, vá alegremente com o rei ao banquete.” Isso agradou a Hamã, e ele mandou fazer a forca.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.