Deuteronomium 4
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Nu dan Israël, gehoorzaam aan de bepalingen en voorschriften, die ik ga leren en volbreng ze, opdat gij moogt leven en het land moogt binnengaan en bezitten, dat Jahweh, de God uwer vaderen, u wil schenken.
1پس الانای اسرائیل، فرایض و احکامی راکه من به شما تعلیم میدهم تا آنها را بجاآورید بشنوید، تا زنده بمانید و داخل شده، زمینی را که یهوه، خدای پدران شما، به شمامی دهد به تصرف آورید.
2Gij moogt niets toevoegen aan wat ik u ga bevelen, noch er iets afdoen: maar gij moet de geboden van Jahweh, uw God, die ik u heden geef, onderhouden.
2بر کلامی که من به شماامر میفرمایم چیزی میفزایید و چیزی از آن کم منمایید، تا اوامر یهوه خدای خود را که به شماامر میفرمایم، نگاه دارید.
3Met eigen ogen hebt ge gezien, wat Jahweh gedaan heeft om Báal-Peor. Want iedereen, die Báal-Peor achterna liep, heeft Jahweh, uw God, uit uw midden verdelgd;
3چشمان شما آنچه راخداوند در بعل فغور کرد دید، زیرا هرکه پیروی بعل فغور کرد، یهوه خدای تو، او را از میان توهلاک ساخت.
4maar gij, die trouw zijt gebleven aan Jahweh, uw God, zijt allen nog heden in leven.
4اما جمیع شما که به یهوه خدای خود ملصق شدید، امروز زنده ماندید.
5Ziet, ik leer u de bepalingen en voorschriften, zoals Jahweh, mijn God, mij heeft bevolen, om ze getrouw te volbrengen in het land, dat ge nu in bezit gaat nemen.
5اینک چنانکه یهوه، خدایم، مرا امر فرموده است، فرایض و احکام به شما تعلیم نمودم، تا درزمینی که شما داخل آن شده، به تصرف میآورید، چنان عمل نمایید.
6Onderhoudt ze dus en leeft ze na! Want daarin zal uw wijsheid en inzicht bestaan in de ogen der volken, die, als zij al die bepalingen horen, zullen zeggen: Waarachtig, een wijs en verstandig volk is deze machtige natie!
6پس آنها را نگاه داشته، بجا آورید زیرا که این حکمت و فطانت شماست، در نظر قومهایی که چون این فرایض رابشنوند، خواهند گفت: «هرآینه این طایفهای بزرگ، قوم حکیم، و فطانت پیشهاند.»
7Want welke machtige natie heeft een god zo nabij als Jahweh, onze God, ons nabij is, zo vaak wij Hem aanroepen;
7زیرا کدام قوم بزرگ است که خدا نزدیک ایشان باشدچنانکه یهوه، خدای ما است، در هروقت که نزداو دعا میکنیم؟
8en welke machtige natie heeft zulke rechtvaardige bepalingen en voorschriften, als heel deze Wet, die ik u heden geef!
8و کدام طایفه بزرگ است که فرایض و احکام عادلهای مثل تمام این شریعتی که من امروز پیش شما میگذارم، دارند؟
9Waak dus met de grootste zorg, om niets te vergeten, van wat uw eigen ogen hebben aanschouwd; verlies het heel uw leven niet uit uw gedachten, maar prent het uw kinderen en kleinkinderen in.
9لیکن احتراز نما و خویشتن را بسیار متوجه باش، مبادا این چیزهایی را که چشمانت دیده است فراموش کنی و مبادا اینها در تمامی ایام عمرت از دل تو محو شود، بلکه آنها را به پسرانت و پسران پسرانت تعلیم ده.
10Eens hebt gij op de Horeb voor het aanschijn van Jahweh, uw God, gestaan, terwijl Jahweh tot mij sprak: Verzamel het volk voor Mij; Ik zal hun mijn woorden doen horen, opdat zij leren mogen Mij te vrezen, zolang zij leven op aarde, en het ook hun zonen mogen leren.
10در روزی که درحضور یهوه خدای خود در حوریب ایستاده بودی و خداوند به من گفت: «قوم را نزد من جمع کن تا کلمات خود را به ایشان بشنوانم، تا بیاموزندکه در تمامی روزهایی که برروی زمین زنده باشنداز من بترسند، و پسران خود را تعلیم دهند.»
11Toen zijt gij naderbij gekomen, en aan de voet van de berg gaan staan. En terwijl de berg in vlammen stond, die oplaaiden tot in het hart van de hemel, en er een donkere wolk en diepe duisternis hing,
11وشما نزدیک آمده، زیر کوه ایستادید، و کوه تا به وسط آسمان به آتش و تاریکی و ابرها و ظلمت غلیظ میسوخت.
12sprak Jahweh tot u uit het vuur. Gij hebt toen de klank van woorden gehoord, alleen maar geluid, doch geen gedaante aanschouwd.
12و خداوند با شما از میان آتش متکلم شد، و شما آواز کلمات را شنیدید، لیکن صورتی ندیدید، بلکه فقط آواز را شنیدید.
13Hij openbaarde u zijn Verbond, de tien geboden, die Hij u beval te volbrengen, en die Hij op twee stenen tafelen schreef.
13و عهد خود را که شما را به نگاه داشتن آن مامور فرمود، برای شما بیان کرد، یعنی ده کلمه را و آنها را بر دو لوح سنگ نوشت.
14En aan mij heeft Jahweh toen bevolen, u de bepalingen en voorschriften te leren, opdat gij ze zoudt volbrengen in het land, dat gij in bezit gaat nemen.
14و خداوندمرا در آنوقت امر فرمود که فرایض و احکام را به شما تعلیم دهم، تا آنها را در زمینی که برای تصرفش به آن عبور میکنید، بجا آورید.
15En omdat gij dus in het geheel geen gedaante aanschouwd hebt, toen Jahweh op de Horeb midden uit het vuur tot u sprak, daarom moet gij er u zorgvuldig voor wachten,
15پس خویشتن را بسیار متوجه باشید، زیرادر روزی که خداوند با شما در حوریب از میان آتش تکلم مینمود، هیچ صورتی ندیدید.
16misdadig een beeld van een afgod te maken, onder welke gedaante dan ook: in de vorm van een man of een vrouw,
16مبادا فاسد شوید و برای خود صورت تراشیده، یا تمثال هر شکلی از شبیه ذکور یا اناث بسازید.
17in de vorm van een of ander beest op aarde, in de vorm van gevleugelde dieren in de lucht,
17یا شبیه هر بهیمهای که بر روی زمین است، یا شبیه هر مرغ بالدار که در آسمان میپرد.
18in de vorm van dieren, die over de aarde kruipen, in de vorm van vissen, die in het water onder de aarde leven.
18یا شبیه هر خزندهای بر زمین یا شبیه هرماهیای که در آبهای زیر زمین است.
19Wacht u er voor, uw blikken naar de hemel op te slaan en bij het zien van zon, maan en sterren, heel het heir van de hemel, u te laten verleiden, om hen te aanbidden en te dienen. Want Jahweh, uw God, heeft die aan alle volken onder heel de hemel overgelaten;
19و مباداچشمان خود را بسوی آسمان بلند کنی، و آفتاب و ماه و ستارگان و جمیع جنود آسمان را دیده، فریفته شوی و سجده کرده، آنها را که یهوه خدایت برای تمامی قومهایی که زیر تمام آسمانند، تقسیم کرده است، عبادت نمایی.
20maar u heeft Jahweh uitverkoren en u uit Egypte, die smeltoven, geleid, om Hem tot een eigen volk te zijn, zoals thans het geval is.
20لیکن خداوند شما را گرفته، از کوره آهن ازمصر بیرون آورد تا برای او قوم میراث باشید، چنانکه امروز هستید.
21Daar Jahweh om uwentwil vergramd op mij was, heeft Hij gezworen, dat ik de Jordaan niet zal oversteken en het heerlijke land, dat Jahweh, uw God, u als erfdeel zal geven, niet zal binnengaan,
21و خداوند بخاطر شما بر من غضبناک شده، قسم خورد که از اردن عبور نکنم و به آن زمین نیکو که یهوه خدایت به تو برای ملکیت میدهد، داخل نشوم.
22maar dat ik in dit land zal moeten sterven. Ik zelf zal dus de Jordaan niet overtrekken, maar gij zult er over gaan, en dit heerlijke land in bezit nemen.
22بلکه من در این زمین خواهم مرد واز اردن عبور نخواهم کرد، لیکن شما عبورخواهید کرد، و آن زمین نیکو را به تصرف خواهیدآورد.
23Dan moet ge u er voor hoeden, het Verbond te vergeten, dat Jahweh, uw God, met u sloot, en afgoden te maken, onder welke gedaante dan ook, wat Jahweh, uw God, u verboden heeft.
23پس احتیاط نمایید، مبادا عهد یهوه، خدای خود را که با شما بسته است فراموش نمایید، و صورت تراشیده یا شبیه هر چیزی که یهوه خدایت به تو نهی کرده است، برای خودبسازی.
24Want Jahweh, uw God, is een verterend vuur, een naijverige God.
24زیرا که یهوه خدایت آتش سوزنده وخدای غیور است.
25Maar wanneer gij kinderen en kleinkinderen zult hebben verwekt, en reeds lang zult zijn ingeburgerd in het land, dan zult gij misdadig afgoden maken onder een of andere gedaante, kwaad doen in de ogen van Jahweh, uw God, en Hem krenken.
25چون پسران و پسران پسران را تولیدنموده، و در زمین مدتی ساکن باشید، اگر فاسدشده، صورت تراشیده، و شبیه هرچیزی رابسازید و آنچه در نظر یهوه خدای شما بد است بجا آورده، او را غضبناک سازید،
26Doch ik neem heden hemel en aarde tegen u tot getuigen, dat gij dan spoedig uit het land zult worden verdelgd, dat gij nu aan de overkant van de Jordaan in bezit gaat nemen. Dan zult gij daar niet lang blijven wonen, maar tot den laatsten man worden uitgeroeid.
26آسمان وزمین را امروز بر شما شاهد میآورم که از آن زمینی که برای تصرف آن از اردن بسوی آن عبورمی کنید البته هلاک خواهید شد. و روزهای خودرا در آن طویل نخواهید ساخت، بلکه بالکل هلاک خواهید شد.
27Dan zal Jahweh u onder de volken verstrooien, en slechts weinigen van u zullen overblijven onder de naties, waar Jahweh u heen drijft.
27و خداوند شما را در میان قومها پراکنده خواهد نمود، و شما در میان طوایفی که خداوند شما را به آنجا میبرد، قلیل العدد خواهید ماند.
28Daar zult gij goden kunnen dienen, door mensenhanden gemaakt, hout en steen, die zien noch horen, eten noch ruiken.
28و در آنجا خدایان ساخته شده دست انسان از چوپ و سنگ راعبادت خواهید کرد، که نمی بینند و نمی شنوند ونمی خورند و نمی بویند.
29Maar zodra gij dan Jahweh, uw God, weer zult zoeken, zult gij Hem vinden, zo ge Hem zoekt met heel uw hart en heel uw ziel.
29لیکن اگر از آنجا یهوه خدای خود را بطلبی، او را خواهی یافت. بشرطی که او را به تمامی دل و به تمامی جان خود تفحص نمایی.
30Wanneer gij in benauwdheid zijt en dit alles u treft, zult gij u ten laatste bekeren tot Jahweh, uw God, en weer naar Hem luisteren.
30چون در تنگی گرفتار شوی، و جمیع این وقایع برتو عارض شود، در ایام آخر بسوی یهوه خدای خود برگشته، آواز او را خواهی شنید.
31Want Jahweh, uw God, is een barmhartige God! Hij zal u verlaten noch verdelgen, en het Verbond niet vergeten, dat Hij uw vaderen bezworen heeft.
31زیرا که یهوه خدای تو خدای رحیم است، تو را ترک نخواهد کرد و تو را هلاک نخواهد نمود، و عهد پدرانت را که برای ایشان قسم خورده بود، فراموش نخواهد کرد.
32Ondervraag de oude tijden, die u vooraf zijn gegaan, sinds de dag, dat Jahweh den mens heeft geschapen op aarde; ondervraag het ene eind van de hemel tot het andere eind, of er ooit zo iets groots is geschied en ooit zo iets is gehoord;
32زیرا که از ایام پیشین که قبل از تو بوده است از روزی که خدا آدم را برزمین آفرید، و از یک کناره آسمان تا به کناره دیگر بپرس که آیا مثل این امر عظیم واقع شده یا مثل این شنیده شده است؟
33of ooit een volk de stem van een god heeft gehoord, die uit het vuur heeft gesproken, zoals gij hebt gehoord, en in leven bleef;
33آیا قومی هرگز آواز خدا را که از میان آتش متکلم شود، شنیده باشند و زنده بمانند، چنانکه تو شنیدی؟
34of ooit een god het heeft beproefd, midden uit een ander volk zich een volk te komen halen door rampen, tekenen, wonderen en oorlogen, met sterke hand, gespierde arm en onder grote verschrikkingen, zoals Jahweh, uw God, voor uw eigen ogen met u heeft gedaan in Egypte.
34و آیا خدا عزیمت کرد که برود وقومی برای خود از میان قوم دیگر بگیرد باتجربهها و آیات و معجزات و جنگ و دست قوی و بازوی دراز شده و ترسهای عظیم، موافق هرآنچه یهوه خدای شما برای شما در مصر درنظر شما بعمل آورد؟
35U is het getoond, opdat gij zoudt weten, dat Jahweh God is, en geen ander dan Hij.
35این برتو ظاهر شد تابدانی که یهوه خداست و غیر از او دیگری نیست.
36Om u te onderrichten heeft Hij uit de hemel zijn stem laten horen en op de aarde u zijn machtig vuur laten zien, en hebt gij midden uit het vuur zijn woorden gehoord.
36از آسمان آواز خود را به تو شنوانید تا تو راتادیب نماید، و برزمین آتش عظیم خود را به تونشان داد و کلام او را از میان آتش شنیدی.
37Omdat Hij uw vaderen heeft bemind en hun nageslacht heeft uitverkoren, omdat Hij u in eigen persoon met grote kracht uit Egypte heeft geleid,
37و ازاین جهت که پدران تو را دوست داشته، ذریت ایشان را بعد از ایشان برگزیده بود، تو را به حضرت خود با قوت عظیم از مصر بیرون آورد.
38om volken, groter en machtiger dan gij, voor u te verdrijven, u in hun land te geleiden en het u als erfdeel te schenken, zoals heden geschiedt:
38تا امتهای بزرگتر و عظیم تر از تو را پیش روی تو بیرون نماید و تو را درآورده، زمین ایشان رابرای ملکیت به تو دهد، چنانکه امروز شده است.
39daarom moet gij heden erkennen en in uw hart prenten, dat Jahweh God is in de hemel daarboven en op aarde beneden, en anders geen.
39لهذا امروز بدان و دردل خود نگاه دار که یهوه خداست، بالا در آسمان و پایین برروی زمین ودیگری نیست.
40Onderhoudt zijn bepalingen en geboden, die ik u heden ga geven, opdat het u en uw zonen na u goed moge gaan, en gij lang het land moogt bewonen, dat Jahweh, uw God, u voor altijd gaat schenken.
40و فرایض و اوامر او را که من امروز به تو امر میفرمایم نگاهدار، تا تو را و بعداز تو فرزندان تو را نیکو باشد و تا روزهای خود رابر زمینی که یهوه خدایت به تو میدهد تا به ابدطویل نمایی.
41Toen zonderde Moses in het oosten, in het Overjordaanse, drie steden af,
41آنگاه موسی سه شهر به آن طرف اردن بسوی مشرق آفتاب جدا کرد.
42waarheen iemand zou kunnen vluchten, die zijn naaste zonder opzet had gedood, en zonder dat hij hem vroeger had gehaat, en waar hij in leven zou blijven als hij in een van die steden de wijk had genomen.
42تا قاتلی که همسایه خود را نادانسته کشته باشد و پیشتر باوی بغض نداشته به آنها فرار کند، و به یکی از این شهرها فرار کرده، زنده ماند.
43Bij de Rubenieten Béser van de woestijn, in de vlakte, bij de Gadieten Ramot in Gilad, en bij de Manassieten Golan in Basjan.
43یعنی باصر دربیابان، در زمین همواری به جهت روبینیان، وراموت در جلعاد به جهت جادیان، و جولان درباشان به جهت منسیان.
44Dit is de wet, die Moses de Israëlieten voorhield,
44و این است شریعتی که موسی پیش روی بنیاسرائیل نهاد.
45en dit zijn de beschikkingen, bepalingen en voorschriften, die Moses aan de Israëlieten afkondigde, na hun uittocht uit Egypte.
45این است شهادات و فرایض و احکامی که موسی به بنیاسرائیل گفت، وقتی که ایشان از مصر بیرون آمدند.
46Het geschiedde in het Overjordaanse, in de vallei tegenover Bet-Peor in het land van Sichon, den koning der Amorieten, die in Chesjbon woonde, nadat Moses en de Israëlieten, na hun uittocht uit Egypte, hem hadden verslagen,
46به آنطرف اردن در دره مقابل بیت فغور در زمین سیحون، ملک اموریان که در حشبون ساکن بود، و موسی وبنیاسرائیل چون از مصر بیرون آمده بودند او رامغلوب ساختند.
47en zijn land en dat van Og, den koning van Basjan, de beide koningen der Amorieten, die ten oosten in het Overjordaanse woonden, in bezit hadden genomen:
47و زمین او را و زمین عوج ملک باشان را، دو ملک اموریانی که به آنطرف اردن بسوی مشرق آفتاب بودند، به تصرف آوردند.
48van Aroër af, dat aan de rand van het Arnon-dal ligt tot aan de berg Sirjon (dat is de Hermon)
48از عروعیر که بر کناره وادی ارنون است تا جبل سیئون که حرمون باشد.
49met heel de Araba aan de oostelijke oever van de Jordaan tot aan de zee van de Araba aan de voet van de hellingen van de Pisga.
49و تمامی عربه به آنطرف اردن بسوی مشرق تا دریای عربه زیر دامنه های فسجه.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.