Deuteronomium 7
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Wanneer Jahweh, uw God, u het land heeft binnengeleid, dat gij thans in bezit gaat nemen, zal Hij talrijke volken voor u verjagen, de Chittieten, Girgasjieten, Amorieten, Kanaänieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jeboesieten, zeven volken talrijker en machtiger dan gij.
1چون یهوه، خدایت، تو را به زمینی که برای تصرفش به آنجا میروی درآورد، وامتهای بسیار را که حتیان و جرجاشیان و اموریان و کنعانیان و فرزیان و حویان و یبوسیان، هفت امت بزرگتر و عظیم تر از تو باشند، از پیش تواخراج نماید.
2Maar wanneer Jahweh, uw God, ze aan u heeft overgeleverd en gij ze verslaat, dan moet ge ze met de banvloek treffen; ge moogt geen verbond met hen sluiten en hun geen genade verlenen,
2و چون یهوه خدایت، ایشان را بهدست تو تسلیم نماید، و تو ایشان را مغلوب سازی، آنگاه ایشان را بالکل هلاک کن، و با ایشان عهد مبند و بر ایشان ترحم منما.
3en u niet vermaagschappen met hen, uw dochters niet aan hun zonen geven en hun dochters niet voor uw zonen nemen.
3و با ایشان مصاهرت منما؛ دختر خود را به پسر ایشان مده، و دختر ایشان را برای پسر خود مگیر.
4Want zij zouden uw zonen van Mij vervreemden, zodat zij vreemde goden gaan dienen; dan zou de toorn van Jahweh tegen u ontbranden, en zou Hij u spoedig verdelgen!
4زیراکه اولاد تو را از متابعت من برخواهند گردانید، تاخدایان غیر را عبادت نمایند، و غضب خداوندبرشما افروخته شده، شما را بزودی هلاک خواهد ساخت.
5Neen, maar zó moet gij met hen handelen: hun altaren moet ge omverwerpen, hun wijstenen verbrijzelen, hun heilige bomen omhouwen, hun afgodsbeelden verbranden.
5بلکه با ایشان چنین عمل نمایید؛ مذبحهای ایشان را منهدم سازید، وتمثالهای ایشان را بشکنید و اشیریم ایشان را قطع نمایید، و بتهای تراشیده ایشان را به آتش بسوزانید.
6Want gij zijt een volk, dat aan Jahweh, uw God, is gewijd. Jahweh, uw God, heeft u uitverkoren onder alle volken op aarde, om Hem een eigen volk te zijn.
6زیرا که تو برای یهوه، خدایت، قوم مقدس هستی. یهوه خدایت تو را برگزیده است تااز جمیع قومهایی که بر روی زمیناند، قوم مخصوص برای خود او باشی.
7Niet omdat gij talrijker zijt dan andere volken, heeft Jahweh Zich aan u gehecht en u uitverkoren, want gij zijt het kleinste van alle volken;
7خداوند دل خود را با شما نبست و شما رابرنگزید از این سبب که از سایر قومها کثیرتربودید، زیرا که شما از همه قومها قلیلتر بودید.
8maar omdat Jahweh u lief had en zijn eed wilde houden, die Hij uw vaderen gezworen had, daarom heeft Jahweh u weggeleid met sterke hand en u bevrijd uit het slavenhuis, uit de macht van Farao, den koning van Egypte.
8لیکن از این جهت که خداوند شما را دوست میداشت، و میخواست قسم خود را که برای پدران شما خورده بود، بجا آورد، پس خداوند شما را با دست قوی بیرون آورد، و از خانه بندگی از دست فرعون، پادشاه مصر، فدیه داد.
9Erken dus, dat Jahweh, uw God, waarachtig God is; de getrouwe God, die het Verbond houdt en genade bewijst aan die Hem beminnen en zijn geboden onderhouden, tot in het duizendste geslacht,
9پس بدان که یهوه، خدای تو، اوست خدا، خدای امین که عهد و رحمت خود را با آنانی که او را دوست میدارند و اوامر او را بجا میآورند تا هزار پشت نگاه میدارد.
10maar die aan den lijve straft en verdelgt die Hem haten; die geen uitstel verleent aan die Hem haten, maar hen in eigen persoon laat boeten.
10و آنانی را که او را دشمن دارند، بر روی ایشان مکافات رسانیده، ایشان را هلاک میسازد. و به هرکه او را دشمن دارد، تاخیرننموده، او را بر رویش مکافات خواهد رسانید.
11Onderhoud dus de geboden, de bepalingen en voorschriften, waarvan ik u heden de naleving beveel.
11پس اوامر و فرایض و احکامی را که من امروزبه جهت عمل نمودن به تو امر میفرمایم نگاه دار.
12Want zo ge aan deze voorschriften gehoorzaamt, ze onderhoudt en volbrengt, dan zal Jahweh, uw God, het Verbond houden, en u genade bewijzen, zoals Hij het uw vaders gezworen heeft.
12پس اگر این احکام را بشنوید و آنها را نگاه داشته، بجا آورید، آنگاه یهوه خدایت عهد ورحمت را که برای پدرانت قسم خورده است، باتو نگاه خواهد داشت.
13Hij zal u beminnen, u zegenen en vermenigvuldigen; Hij zal in het land, dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft, u te zullen geven, zegenen de vrucht van uw schoot en de vrucht van uw akker, uw koren, uw most en uw olie, de dracht uwer runderen en de worp uwer schapen.
13و تو را دوست داشته، برکت خواهد داد، و خواهد افزود، و میوه بطن توو میوه زمین تو را و غله و شیره و روغن تو را ونتاج رمه تو را و بچه های گله تو را، در زمینی که برای پدرانت قسم خورد که به تو بدهد، برکت خواهد داد.
14Boven alle volken zult gij worden gezegend; geen onvruchtbare zal er onder u zijn, onder uw mannen of vrouwen, zelfs niet onder uw vee.
14از همه قومها مبارک تر خواهی شد، و در میان شما و بهایم شما، نر یا ماده، نازادنخواهد بود.
15Jahweh zal iedere ziekte ver van u houden, en u met geen der afschuwelijke egyptische kwalen bezoeken, die ge hebt leren kennen, maar ze doen neerkomen op al die u haten.
15و خداوند هر بیماری را از تو دورخواهد کرد، و هیچکدام از مرضهای بد مصر راکه میدانی، برتو عارض نخواهد گردانید، بلکه برتمامی دشمنانت آنها را خواهد آورد.
16Gij zult zonder erbarmen alle volken verslinden, die Jahweh, uw God, u gaat overleveren; ge moogt hun goden niet dienen, want dat zou een valstrik voor u zijn.
16وتمامی قومها را که یهوه بدست تو تسلیم میکندهلاک ساخته، چشم تو برآنها ترحم ننماید، وخدایان ایشان را عبادت منما، مبادا برای تو دام باشد.
17Misschien denkt ge bij uzelf: Die volken zijn talrijker dan ik; hoe zal ik ze kunnen verjagen?
17و اگر در دلت گویی که این قومها از من زیادهاند، چگونه توانم ایشان را اخراج نمایم؟
18Neen, vrees ze niet! Herinner u steeds, wat Jahweh, uw God, aan Farao en heel Egypte gedaan heeft:
18از ایشان مترس بلکه آنچه را یهوه خدایت بافرعون و جمیع مصریان کرد، نیکو بیاد آور.
19de grote rampen, de tekenen en wonderen, die gij met eigen oog hebt aanschouwd; de sterke hand en gespierde arm, waarmee Jahweh, uw God, u heeft weggeleid! Zo zal Jahweh, uw God, alle volken treffen, voor wie gij bevreesd zijt.
19یعنی تجربه های عظیمی را که چشمانت دیده است، و آیات و معجزات و دست قوی و بازوی دراز را که یهوه، خدایت، تو را به آنها بیرون آورد. پس یهوه، خدایت، با همه قومهایی که از آنهامی ترسی، چنین خواهد کرد.
20Zelfs horzels zendt Jahweh, uw God, op hen af, tot ook de rest, die zich voor u heeft verborgen, is verdelgd.
20و یهوه خدایت نیز زنبورها در میان ایشان خواهد فرستاد، تاباقی ماندگان و پنهان شدگان ایشان از حضور توهلاک شوند.
21Neen, gij moet hen niet vrezen; want Jahweh, uw God, verblijft in uw midden, een machtige en ontzagwekkende God!
21از ایشان مترس زیرا یهوه خدایت که در میان توست، خدای عظیم و مهیب است.
22Zeker, Jahweh, uw God, zal die volken slechts langzaam aan voor u verjagen, en gij zult ze niet ineens kunnen verdelgen; anders krijgen de wilde dieren de overhand op u.
22و یهوه، خدایت، این قومها را از حضورتو به تدریج اخراج خواهد نمود، ایشان را بزودی نمی توانی تلف نمایی مبادا وحوش صحرا برتوزیاد شوند.
23Maar Jahweh, uw God, levert ze aan u over, en houdt ze in grote verwarring, tot ze vernietigd zijn.
23لیکن یهوه خدایت، ایشان را بهدست تو تسلیم خواهد کرد، و ایشان را به اضطراب عظیمی پریشان خواهد نمود تا هلاک شوند.
24Hij levert hun koningen aan u uit, en zelfs hun naam zult ge wegvagen onder de hemel; niemand zal voor u stand kunnen houden, totdat gij ze hebt verdelgd.
24و ملوک ایشان را بدست تو تسلیم خواهد نمود، تا نام ایشان را از زیر آسمان محوسازی، و کسی یارای مقاومت با تو نخواهدداشت تا ایشان را هلاک سازی.
25Hun afgodsbeelden moet ge verbranden, het zilver en goud, dat hen bedekt, niet begeren en niet in bezit nemen, opdat het geen valstrik voor u wordt; want het is een afschuw voor Jahweh, uw God.
25و تمثالهای خدایان ایشان را به آتش بسوزانید، به نقره وطلایی که بر آنهاست، طمع مورز، و برای خودمگیر، مبادا از آنها به دام گرفتار شوی، چونکه نزد یهوه، خدای تو، مکروه است.
26Een dergelijke gruwel moogt ge niet in uw huis brengen; anders wordt ge eveneens met de banvloek getroffen: gij moet er van gruwen en walgen; want het is met de banvloek geslagen.
26و چیزمکروه را به خانه خود میاور، مبادا مثل آن حرام شوی، از آن نهایت نفرت و کراهت دار چونکه حرام است.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.