Handelingen
Chapter 27
Petrus Canisius Bible, 1…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Old Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Chamorro: Gospels,…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chamorro: Gospels, Acts and Psalms
1Toen tot onze afvaart naar Italië besloten was, werd Paulus met enige andere gevangenen aan een honderdman van de keizerlijke legerafdeling toevertrouwd; zijn naam was Július.
1YA anae esta majasuye na para infanmaudae gui batco para Italia, maentrega si Pablo, yan otro manpreso gui uno na y naanña si Julio, senturion gui sendalon Augusto.
2We gingen aan boord van een adramutteens schip, dat de kustplaatsen van Azië zou aandoen; en we lichtten het anker, toen ook de Macedóniër Aristarchus van Tessalonika zich bij ons had gevoegd.
2Ya anae manjalomjam gui batcon Adrumeto, comoque janao para y costan Asia, manjanaojam; ya manjajame yan un Aristarcho, taotao Masedonio na sagaña Tesalónica.
3De volgende dag gingen we te Sidon aan land, en Július, die Paulus heel welwillend bejegende, stond hem toe, zijn vrienden te bezoeken, en zich door hen te laten verzorgen.
3Ya y inagpaña na jaane, manmatojam Sidon: ya si Julio jagosgüaeya si Pablo, ya janae linibre na ujanao para y manamiguña para unamagof güe.
4Toen we vandaar vertrokken waren, zeilden we langs Cyprus heen, omdat de wind ons tegen was.
4Ya mamaudaejam gui batco manlayagjam papa jijot Chipre, desde ayo, sa y manglo contra.
5We staken de zee langs Cilicië en Pamfúlië over, en kwamen te Mura in Lúkië aan.
5Ya anae manjanaojam gui tasen jijot Silisia yan Pamfilia, manmatojam Mira, gui siudad Lisia.
6Hier vond de honderdman een alexandrijns schip, dat naar Italië zeilde, en waarop hij ons overbracht.
6Ya jasoda güije y senturion un batcon Alejandria, na jumajanao para Italia; ya janafanjalomjam.
7Na veel dagen langzaam varen kwamen we met moeite op de hoogte van Knidus; en daar de wind ongunstig bleef, stevenden we langs Kreta heen ter hoogte van Salmone,
7Ya manmaudaejam gui batco megae na jaane, sa mumayayama senñateng, yan canaja ti manmatojam guato Gnido, ti japolojam y manglo, ya manmayama jijot papa Creta, guiya Salmon;
8zeilden met moeite langs de kusten, en kwamen aan een plaats, Goede Havens genaamd, in de nabijheid van de stad Lasea.
8Ya gosmapot manmalofanjam umoriya inanaco güije na tase, manmatojam gui un lugat na mafanaan Bonito-Puerto, na jijot gui siuda Lasea.
9Daar er intussen veel tijd was verlopen, en de scheepvaart reeds onveilig werd, nu ook de vastentijd al voorbij was, waarschuwde Paulus hen,
9Ya anae megae na tiempo malofan, ya senpiligro y jinanaomame, sa y Ayunat esta malofan, ya si Pablo mansinangane sija,
10en sprak: Mannen, ik voorzie, dat de vaart zal geschieden met gevaar en grote schade, niet alleen voor de lading en het schip, maar ook voor ons leven.
10Ya ilegña nu sija: Señores, julie na este na jinanao, guaja uninalamen yan megae uninafanaelaye, ya ti y catgaja yan y batco, lao asta y jaanita locue.
11Maar de honderdman had meer vertrouwen op den stuurman en den schipper, dan op het zeggen van Paulus.
11Lao y senturion, jajonggueñaja y magas batco yan y gaeiyo y batco, qui ayo sija y sinangan Pablo.
12En daar de haven ook niet goed was gelegen, om er te overwinteren, vonden de meesten het beter, van daar weg te varen, om zo mogelijk Fenix te bereiken, een haven van Kreta, die naar het zuid- en noordwesten uitziet, en daar te overwinteren.
12Sa taya puerto nae siña para ufañaga y tiempon manenggeng, ya mas megae majaso na ufanmalofan güije gui tase locue, para ujaquelie jaftaemano nae siña manmato Fenix, ya ayo nae ufañaga güije y tiempon manenggeng, gui puerton Creta, ni y jadalalalaque y sanjaya gui sanlichan yan y sanlago gui sanlichan.
13Toen er nu een zachte zuidenwind opstak, meenden ze hun plan te kunnen volbrengen; ze lichtten het anker, en zeilden de kust van Kreta langs.
13Ya anae manguaefe didide y manglo sanjaya, pinelonñija na ujataca y malagoñija, jadingo ayo ya manjanao guato oriyan Creta.
14Maar al heel spoedig sloeg over het eiland een hevige stormwind neer, die Eurákulon wordt genoemd.
14Lao despues ti apmam na tiempo cajulo un dangculon manglo contra y batco, na mafanaan Euroclydon;
15Met geweld werd het vaartuig meegesleurd, en kon geen koers meer houden we gaven het op, en lieten ons drijven.
15Ya tinemba y batco ya tisiña injanao contra y manglo, inpelo na umachule ni y manglo.
16Onder beschutting van een klein eiland, Klauda genaamd, slaagden we er met moeite in, de sloep meester te worden,
16Ya malago asta y papa un isla na mafanaan Clauda, ya megae y chechomame pot y bote.
17en op te halen; men legde de noodkabels aan, en sloeg ze om het schip uit vrees op de Surtis te stoten, haalde men het takelwerk neer, en zwalkte zó hulpeloos rond.
17Ni y anae manmajatsa julo, ya manmaayuda, magode y batco gui sampapa; ya manmaañao na umayute gui Sirte, manatunog y layag ya ayonae manmachule ni y manglo.
18Geweldig bleef de storm ons beuken. De volgende dag wierp men de lading in zee,
18Ya janafangoschatsagajam y pinagyo, ya y inagpaña na jaane, jayute gui tase y catga, manachadeg y batco,
19en de derde dag uit eigen beweging ook het scheepstuig overboord.
19Ya y mina tres na jaane, inyite juyong ni y canaemameja y güinajan y batco.
20Meerdere dagen was er zon noch sterren te zien; en zo hevig woedde de storm, dat ons alle hoop op redding ontzonk.
20Ya megae na jaane na ti anog y atdao, ni y pution sija, ya ti didide na pagyo mato guiya jame, ya todo y ninangganmamame na infansatbo, malingo.
21Toen men reeds lang niet meer had gegeten, ging Paulus in hun midden staan, en sprak: Mannen, men had naar mij moeten luisteren, en niet van Kreta moeten vertrekken, en dit gevaar en deze schade moeten voorkomen.
21Lao despues di apmam na timañocho, tumojgue si Pablo gui entaloñija ya ilegña: Señores, yaguin inecungogyo, ti tadingo Creta para tagana este na ninalamen yan minalingo.
22Maar nu raad ik u aan, goede moed te houden; niemand van u zal het leven verliezen, alleen het schip gaat verloren.
22Lao pago juencatga jamyo na namauleg y inangoconmiyo; sa taya ni un taotao gui entre jamyo ufalingo y linâlâña, na y batcoja.
23Want deze nacht verscheen mij een engel van den God, wien ik toebehoor en dien ik aanbid,
23Sa tumotojgue gui oriyajo pago na puenge y angjet Yuus, ni y jayeyo, yan jaye y jusetbe.
24en hij sprak tot mij: “Vrees niet, Paulus; ge moet voor Caesar verschijnen; daarom behoudt God om u allen, die met u op het schip zijn”.
24Ya ilegña: Chamo maaañao Pablo; sa nesesita unmacone guato gui menan Sesat; ya estagüeja na ninae jao as Yuus ni ayo sija y mangachochongmo gui batco.
25Mannen, houdt dus goede moed; want dit vertrouwen heb ik op God, dat het gebeuren zal, zoals mij gezegd is.
25Enaomina señores, namauleg y inangoconmiyo; sa jujonggue na si Yuus, utaegüijeja y esta jasanganeyo.
26Maar we moeten schipbreuk lijden, ergens op een eiland.
26Lao nesesita tayutejit gui jilo un isla.
27In de veertiende nacht, dat we rondzwalkten in de Adriatische Zee, meende het scheepsvolk tegen middernacht te bespeuren, dat men land begon te naderen.
27Ya anae mato y mina catorse na puenge, taegüigüijeja jachuchulejajam papa yan julo tasen Adratico, ya y buente tatalopuenge, jinasonñija y marinero sija na esta manjijot gui un tano.
28Ze wierpen het dieplood uit, en peilden twintig vademen; wat verder wierpen ze het opnieuw, en peilden er vijftien.
28Ya masondalea, ya masoda biente brasa; ya anae manjanao didide mona, masondalea talo, ya masoda quinse brasa.
29Uit vrees, dat we ergens op klippen zouden stoten, wierpen ze van de achtersteven vier ankers uit, en wachtten in spanning de dageraad af.
29Ayonae manmaañaojam, na nosea infanbasnag gui jilo y acho, ya mayute cuatro na angcla juyong gui popa, ya madesesea na umanana.
30Maar toen het scheepsvolk van het schip wilde vluchten, en de sloep in zee liet onder voorwendsel, ook van de voorsteven ankers te willen uitbrengen,
30Ya y marinero cumequefanmalago gui batco anae esta manatunog y bote gui tase, ya jinasonñija na siña ujayute y angcla gui proa.
31zei Paulus tot den honderdman en tot de soldaten: Als zij niet op het schip blijven, dan is er voor u geen redding.
31Ya si Pablo ilegña ni y senturion yan y sendalo sija: Yaguin ti mañaga estesija gui batco, ti siña jamyo mansatbo.
32Toen kapten de soldaten de touwen van de sloep, en lieten haar in zee vallen.
32Ayonae y sendalo sija, jautot y tale todo gui bote, ya jasotta na upodong.
33Tegen het aanbreken van de dag spoorde Paulus allen aan, iets te gebruiken, en sprak: Het is vandaag de veertiende dag, dat gij in gespannen verwachting zit, zonder te eten of iets te gebruiken.
33Ya anae manana, si Pablo jagagao sija todos na ujafañocho, ilegña: Este y mina catorse na jaane ni y tanananggaja, sisiguejajit di manayunat, ti mañochojit ni jafa.
34Daarom raad ik u aan, wat voedsel te nemen; want dat is nodig voor uw behoud. Neen, geen haar van uw hoofd zal verloren gaan, van niemand van u.
34Enaomina jutatayuyut jamyo na infañocho, sa este para linâlâmiyo: sa ni uno gui gapon ulonmiyo ufalingo guiya jamyo.
35Toen hij dit had gezegd, nam hij brood, dankte God in het bijzijn van allen, brak het, en begon te eten.
35Ya anae munjayan jasangan este, jachule y pan ya janae grasia si Yuus gui menañija todos: ya anae jaipe, jatutujon cumano.
36Nu schepten allen moed, en ook zij begonnen te eten.
36Ya ayo todo sija y manmauleg minagofñija, mañocho locue.
37Allen tezamen waren ze met twee honderd zes en zeventig mensen aan boord.
37Ya jame todos ni y manestaba gui batco, dosientos setenta y saes na taotao sija.
38Nadat ze waren verzadigd, wierpen ze de voorraad in zee, om het schip te ontlasten.
38Ya anae manjaspog, manañajlalang y batco, ya mayute y trigo gui jalom tase.
39Toen het dag was geworden, herkenden ze het land wel niet, maar bespeurden ze toch een bocht met een strand, en besloten, zo mogelijk daar het schip te doen stranden.
39Ya anae manana, ti matungo y tano: lao masoda un diquique na sadog na guaja oriyaña; ya jinasoñija na ujanajalom y batco.
40Ze kapten de ankers, en wierpen die in zee; tegelijk maakten ze de banden der stuurriemen los, hesen de fok voor de wind, en hielden aan op het strand.
40Ya anae manmajatsa y angcla ya masotta gui tase, ya manmapula y tale y timon, ya jajatsa y layag para y manglo, ya jatutujon manjanao para y oriyan tase.
41Maar ze stieten op een landtong, en leden er schipbreuk; de voorsteven raakte vast en bleef onbeweeglijk, doch de achtersteven sloeg door de branding uiteen.
41Ya podong gui jalom un lugat anae umasoda y dos tase, ya malago y batco gui jilo tano; ya y sanmena na patte cheton, ya sumagaja ti siña calamten, lao y santate na patte mayamag ni y finijom y napo sija.
42Nu wilden de soldaten de gevangenen doden, opdat er niemand zou wegzwemmen en ontsnappen.
42Ya manatungo y sendalo sija, na ujapuno todo y preso sija, na nosea uguaja guiya sija tumungo numango ya uescapa.
43Maar de honderdman, die Paulus wilde redden, belette hun plan. Hij beval, dat allen, die konden zwemmen, het eerst overboord zouden springen, en aan land zouden trachten te komen;
43Lao y senturion malago na unasatbo si Pablo, ya jaadaje sija gui jinasoñija; ya manago na y siña numango uyute sija finena gui tase, ya ujafanjanao para y tano.
44na hen de overigen op planken en op de wrakken van het schip. En zó kwamen allen behouden aan land.
44Ya y manetejnan, palo gui jilo tabbla, yan palo gui pidason mayamag batco, ya taegüenao nae manmalofan, ya todo sija mansatbo ya manescapa seguro para y tano.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.