Handelingen
Chapter 24
Petrus Canisius Bible, 1…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Old Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Chamorro: Gospels,…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chamorro: Gospels, Acts and Psalms
1Vijf dagen later kwam de de hogepriester Ananias met enige oudsten, vergezeld van een advocaat, Tertullus genaamd, om Paulus bij den landvoogd aan te klagen.
1YA anae malofan sinco na jaane, si Ananias y mas magas na pale tumunog yan y manamco, yan un gacumuentos na naanña si Tertulo; mamacuentos gui magalaje contra si Pablo.
2Toen deze vóórgeroepen was, begon Tertullus zijn aanklacht in deze vorm: Dat wij, dank zij u, volkomen vrede genieten, en dat door uw beleid veel verbeteringen voor dit volk tot stand zijn gekomen,
2Ya anae janamaagange si Tertulo, jatutujon famaaela, ilegña: Liija na pot jago na mansenmagofjam ni y dinangculon pas, yan mansenmauleg na chocho y manmachogüe güine na nasion pot y minaulegmo,
3dat, edele Felix, erkennen we met grote dankbaarheid altijd en overal.
3Ya inresisibeja siempre gui todo y lugat sija contodo y minegae y grasia, O gosmauleg Felix.
4Maar om u niet te lang op te houden, bid ik u, met uw gewone welwillendheid een ogenblik naar ons te luisteren.
4Ya pot ti junasaga jao laapmam, jutayuyut jao na unecungogjam pot y minauleg y didide na finomo.
5We hebben namelijk bevonden, dat deze man een pest is; dat hij onrust stookt onder de Joden van heel de wereld; dat hij een voorman van de sekte der Nazareërs is;
5Sa inseda este na taotao na case, yan numanafanenbeste gui entalo y Judios todo y tano; yan y magas y secta y Nasareno sija;
6en dat hij zelfs heeft getracht, de tempel te ontwijden. We hebben hem dus gegrepen, en wilden hem oordelen naar onze Wet.
6Güiya locue jumajanao, ya janafanataelaye y guimayuus: ya inquene güe sa manmalagojam na injisga jaftaemanoja y layta.
7Maar de hoofdman Lúsias is tussenbeide gekomen, heeft hem met groot geweld aan onze handen ontrukt,
7Lao y mas magas y inetnon as Lysias mato guiya jame, yan y dangculon linalaloña ya jacone gui canaemame;
8en zijn aanklagers gelast, voor u te verschijnen. Zo ge hem er naar vraagt, kunt ge zelf alles van hem te weten komen, waarvan wij dezen hier beschuldigen.
8Ya jatago y fumaaela na ufanmato guiya jago ya jagoja siña unegsamina ya untungo todo este sija na güinaja ni y infaaela güe.
9De Joden vielen hem bij, en verzekerden, dat het inderdaad zó was.
9Ya y Judios locue, jaconsienteja este na güinaja na utaegüine.
10Op een wenk van den landvoogd, dat Paulus mocht spreken, antwoordde hij aldus Daar ik weet, dat gij sedert vele jaren rechter zijt over dit volk, ga ik welgemoed mij verantwoorden.
10Ayonae si Pablo, anae sineñas ni y magalaje na ucuentos; manope ilegña: Pot y jutungo na jago guinin jues megae na anos güine na nasion, juguesfanope pot guajoja;
11Ge kunt u vergewissen, dat het niet meer dan twaalf dagen geleden is, dat ik naar Jerusalem ben gekomen, om te aanbidden.
11Para untungo na taya trabia mas di dose años, desde qui cajuloyo Jerusalem para jufanadora.
12Ook heeft men mij met niemand zien redetwisten of een volksoploop zien verwekken, noch in de tempel, noch in de synagogen,
12Ya taya nae masodayo gui templo juaguaguaguate ni jaye na taotao, ni junafangalamten y taotao sija; ni y sinagoga, ni mano na siuda;
13noch in de stad. Ook kunnen ze u niet bewijzen, waarvan ze mij nu beschuldigen.
13Ya ti siña ujaaprueba y güinaja ni y mafaaelajo pago.
14Maar dit beken ik u wel: Ik dien den God onzer vaderen volgens de richting, die zij ketterij gelieven te noemen, ofschoon ik toch alles geloof, wat in de Wet en de Profeten geschreven staat.
14Lao este juconfesatñaejon guiya jago, na y jinanao ni y mafananaan un Secta, taegüenao nae jusesetbe si Yuus mañaenata; jujonggue todo y güinaja ni y manmatugue gui Lay yan y profeta sija.
15Op God heb ik de hoop gebouwd, die ze zelf ook delen, dat er een verrijzenis zal zijn van rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
15Ya guaja ninanggaco as Yuus, taegüije iya sija locue, na uguaja quinajulo guinin manmatae; parejoja y manmauleg yan y manaelaye.
16En daarom doe ik mijn best, altijd een onbesmet geweten te hebben voor God en voor de mensen.
16Ya pot este na juprocucura, na uguaja siempre gui jinasoco na chajo umofefende si Yuus, ni y taotao sija.
17Welnu, na een afwezigheid van meerdere jaren keerde ik terug, om aalmoezen aan mijn volk te brengen, en om offers op te dragen.
17Ya pago megae esta na años manmalofan matoyo para juchulie limosna y nasionjo, yan inefrese sija:
18Terwijl ik me hiertoe aan het reinigen was, vonden enige Joden uit Azië mij in de tempel; dus zonder volksoploop en zonder rumoer.
18Masodayo yan estesija, gasgas gui jalom y guimayuus, ya taya linajyan taotao, ni atboroto; lao guaja palo Judios ni y manguinin Asia:
19Die lieden dus hadden eigenlijk voor u moeten verschijnen, en mij in staat van beschuldiging stellen, zo ze iets tegen mij hadden in te brengen.
19Ya sija, mannesesita ufangaegue güine gui menamo, ya ujasangan cao guaja jafa contra guajo.
20Of laten zij hier eens zeggen, aan welk misdrijf ze mij schuldig hebben bevonden, toen ik voor de Hoge Raad ben verschenen;
20Patseno, sotta este y mangaegue güine ya ujasangan, yaguin manmañoda taelaye na finatinas guiya guajo, mientras tumotojgueyo gui menan y inetnon,
21of het moest gaan over dat éne woord, dat ik uitriep, toen ik in hun midden stond: Om de verrijzenis der doden sta ik thans voor u terecht.
21Ya pot esteja y un inagang, anae estabayo gui entaloñija, ya umagangyo: Pot y quinajulo guinin y manmatae na jumafaesen pago na jaane pot jamyo.
22Ofschoon Felix zeer goed bekend was met al wat deze richting betrof, verdaagde hij toch het proces, en zeide tot hen: Wanneer de overste Lúsias hier is gekomen, zal ik uw zaak onderzoeken.
22Lao si Felix, pot guaja mas magajet tiningoña ni ayo na jinanao, janafanmadetiene sija ya ilegña: Yaguin tumunog y mas magas y inetnon as Lysias, jutungo tododoja este y chechomiyo.
23Hij beval den honderdman, hem wel gevangen te houden, maar het hem niet moeilijk te maken, en niemand van zijn vrienden te beletten, hem te verzorgen.
23Ya jatago un senturion na uadaje si Pablo, yan unae linibre ya chaña chumochoma y manatungoña na ufanmato guiya güiya, pat umasetbe.
24Enige dagen later lieten Felix en zijn vrouw Drusilla, die een jodin was, Paulus ontbieden, en hoorden hem over het geloof in Christus Jesus.
24Ya malofan unos cuantos na jaane, mato si Felix yan y asaguaña as Drusila na Judia, ya janamaagange si Pablo, ya majungog guiya güiya pot y jinenggue as Jesucristo.
25Maar toen hij sprak van rechtvaardigheid, kuisheid en het toekomstig oordeel, werd Felix bang, en zeide: Ga nu maar heen; als ik tijd heb, zal ik u weer laten roepen.
25Ya anae jaadingane pot y tininas, yan y minauleg, yan y jinisga ni ufato, ninamaañao si Felix, ya manope ilegña: Janao unjanao pago, ya yaguin guaja mauleg na lugat junamaagagange jao.
26Hij hoopte meteen, dat Paulus hem geld zou geven; ook daarom ontbood hij hem vaak, en onderhield zich met hem.
26Ya jananangga locue na uninae as Pablo salape para usinetta; enaomina jatago na ufafato cada rato, ya ujaatungo.
27Maar na verloop van twee jaren kreeg Felix tot opvolger Pórcius Festus. En daar Felix de Joden aan zich wilde verplichten, liet hij Paulus in de gevangenis achter.
27Lao anae malofan dos años, si Porcio Festo mato gui cuatton Felix: ya si Felix malago na ufanue y Judios minagof, japolo si Pablo na umapreso.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.