ΙΩΒ
Chapter 12
Septuagint (Greek Old Te…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ΥΠΟΛΑΒΩΝ δὲ Ἰὼβ λέγει·
1Job antwoordde, en sprak:
2εἶτα ὑμεῖς ἐστε ἄνθρωποι· ἦ μεθ᾿ ὑμῶν τελευτήσει σοφία.
2Ja zeker, gij vertegenwoordigt het volk, En met u sterft de wijsheid uit!
3κἀμοὶ μὲν καρδία καθ᾿ ὑμᾶς ἐστι·
3Ik heb evenveel verstand als gij Wie zou trouwens dit alles niet weten?
4δίκαιος γὰρ ἀνὴρ καὶ ἄμεμπτος ἐγεννήθη εἰς χλεύασμα·
4Laat mij de spot zijn van mijn vriend; Ik roep Jahweh aan, Hij zal mij verhoren! Bespotting voor de deugd van de vromen,
5εἰς χρόνον γὰρ τακτὸν ἡτοίμαστο πεσεῖν ὑπὸ ἄλλων, οἴκους τε αὐτοῦ ἐκπορθεῖσθαι ὑπὸ ἀνόμων. οὐ μὴν δὲ ἀλλὰ μηδεὶς πεποιθέτω πονηρὸς ὢν ἀθῷος ἔσεσθαι,
5Verachting voor de beproefden: denkt het gelukskind, En een trap voor hen, wier voeten wankelen;
6ὅσοι παροργίζουσι τὸν Κύριον, ὡς οὐχὶ καὶ ἔτασις αὐτῶν ἔσται.
6Maar vrede voor de tenten der rovers, Onbezorgdheid voor hen, die God durven tarten, En die God naar hun hand willen zetten!
7ἀλλὰ δὴ ἐρώτησον τετράποδα ἐάν σοι εἴπωσι, πετεινὰ δὲ οὐρανοῦ ἐάν σοι ἀπαγγείλωσιν·
7Ondervraag slechts het vee: het zal het u leren; De vogels uit de lucht; zij vertellen het u;
8ἐκδιήγησαι γῇ, ἐάν σοι φράσῃ, καὶ ἐξηγήσονταί σοι οἱ ἰχθύες τῆς θαλάσσης.
8Of het kruipend gedierte op aarde: zij zullen het zeggen; De vissen der zee: zij lichten u in.
9τίς οὖν οὐκ ἔγνω ἐν πᾶσι τούτοις ὅτι χεὶρ Κυρίου ἐποίησε ταῦτα;
9Wie onder die allen, die het niet weet, Dat de hand van Jahweh dit wrocht!
10εἰ μὴ ἐν χειρὶ αὐτοῦ ψυχὴ πάντων ζώντων καὶ πνεῦμα παντὸς ἀνθρώπου;
10Hij, die iedere levende ziel in zijn hand heeft, En de adem van alle menselijk vlees!
11οὖς μὲν γὰρ ρήματα διακρίνει, λάρυγξ δὲ σῖτα γεύεται.
11Of kan het oor geen woorden meer toetsen, Het gehemelte geen spijzen meer proeven;
12ἐν πολλῷ χρόνῳ σοφία, ἐν δὲ πολλῷ βίῳ ἐπιστήμη.
12Is er geen wijsheid meer bij bejaarden, Op hoge leeftijd geen inzicht?
13παρ᾿ αὐτῷ σοφία καὶ δύναμις, αὐτῷ βουλὴ καὶ σύνεσις.
13Bij Hem is wijsheid en macht, Bij Hem beleid en verstand.
14ἐὰν καταβάλῃ, τίς οἰκοδομήσει; ἐὰν κλείσῃ κατ᾿ ἀνθρώπων, τίς ἀνοίξει;
14Haalt Hij omver, men bouwt niet op, Dien Hij kerkert, doet men niet open.
15ἐὰν κωλύσῃ τὸ ὕδωρ, ξηρανεῖ τὴν γῆν· ἐὰν δὲ ἐπαφῇ, ἀπώλεσεν αὐτὴν καταστρέψας.
15Houdt Hij de wateren tegen, ze drogen op; Laat Hij ze los, ze woelen het land om.
16παρ᾿ αὐτῷ κράτος καὶ ἰσχύς, αὐτῷ ἐπιστήμη καὶ σύνεσις.
16Bij Hem is kracht en vernuft, Hem behoort de verleide met den verleider;
17διάγων βουλευτὰς αἰχμαλώτους, κριτὰς δὲ γῆς ἐξέστησε.
17Raadsheren laat Hij barrevoets gaan, En rechters maakt Hij tot dwazen;
18καθιζάνων βασιλεῖς ἐπὶ θρόνους καὶ περιέδησε ζώνῃ ὀσφύας αὐτῶν.
18De boeien der koningen maakt Hij los, En legt een koord om hun eigen heup.
19ἐξαποστέλλων ἱερεῖς αἰχμαλώτους, δυνάστας δὲ γῆς κατέστρεψε.
19De priesters laat Hij barrevoets gaan, En oude geslachten brengt Hij ten val;
20διαλλάσσων χείλη πιστῶν, σύνεσιν δὲ πρεσβυτέρων ἔγνω.
20Aan vertrouwbare mannen ontneemt Hij de spraak, En ontrooft de grijsaards hun oordeel;
21ἐκχέων ἀτιμίαν ἐπ᾿ ἄρχοντας, ταπεινοὺς δὲ ἰάσατο.
21Hij stort verachting over edelen uit, En rukt de gordel der machtigen los.
22ἀνακαλύπτων βαθέα ἐκ σκότους, ἐξήγαγε δὲ εἰς φῶς σκιὰν θανάτου.
22-
23πλανῶν ἔθνη καὶ ἀπολλύων αὐτά, καταστρωνύων ἔθνη καὶ καθοδηγῶν αὐτά.
23Hij maakt naties groot, en richt ze ten gronde, Breidt volken uit, en stoot ze neer;
24διαλλάσσων καρδίας ἀρχόντων γῆς, ἐπλάνησε δὲ αὐτοὺς ἐν ὁδῷ, ᾗ οὐκ ᾔδεισαν.
24Hij berooft de vorsten der aarde van hun verstand, En laat ze in de ongebaande wildernis dolen;
25ψηλαφήσαισαν σκότος καὶ μὴ φῶς, πλανηθείησαν δὲ ὥσπερ ὁ μεθύων.
25Ze tasten in de duisternis rond, zonder licht, Ze waggelen als een dronken man.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.