Efesios 5
Reina-Valera 1909Translation
Reina-Valera 1909
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1SED, pues, imitadores de Dios como hijos amados:
1Weest dus navolgers van God, als zijn geliefde kinderen;
2Y andad en amor, como también Cristo nos amó, y se entregó á sí mismo por nosotros, ofrenda y sacrificio á Dios en olor suave.
2en leeft in liefde, zoals ook Christus u heeft liefgehad en Zich voor ons heeft gegeven als gave en offer, tot een lieflijke geur voor God.
3Pero fornicación y toda inmundicia, ó avaricia, ni aun se nombre entre vosotros, como conviene á santos;
3Van ontucht, alle soort van onreinheid en hebzucht mag onder u zelfs geen sprake meer zijn, zoals dit heiligen betaamt;
4Ni palabras torpes, ni necedades, ni truhanerías, que no convienen; sino antes bien acciones de gracias.
4evenmin van vuile taal, zotteklap of spotternij. Deze dingen betamen niet; een dankgebed betaamt veel meer.
5Porque sabéis esto, que ningún fornicario, ó inmundo, ó avaro, que es servidor de ídolos, tiene herencia en el reino de Cristo y de Dios.
5Weet wel: geen ontuchtige, onreine of hebzuchtige bezit een erfdeel in het koninkrijk van Christus en van God; zo iemand staat met een afgodendienaar gelijk.
6Nadie os engañe con palabras vanas; porque por estas cosas viene la ira de Dios sobre los hijos de desobediencia.
6Laat niemand u met holle woorden bedriegen; want daarom juist komt Gods toorn over de kinderen der ongehoorzaamheid.
7No seáis pues aparceros con ellos;
7Wordt dus hun medeplichtigen niet!
8Porque en otro tiempo erais tinieblas; mas ahora sois luz en el Señor: andad como hijos de luz,
8Vroeger waart gij duisternis, thans zijt gij licht in den Heer; gedraagt u dan ook als kinderen van het licht.
9(Porque el fruto del Espíritu es en toda bondad, y justicia, y verdad;)
9Want de vrucht van het licht bestaat in allerlei goedheid, gerechtigheid en waarheid.
10Aprobando lo que es agradable al Señor.
10Onderzoekt wat welbehaaglijk is aan den Heer,
11Y no comuniquéis con las obras infructuosas de las tinieblas; sino antes bien redargüidlas.
11en neemt geen deel aan de onvruchtbare werken der duisternis; maar keurt ze af.
12Porque torpe cosa es aun hablar de lo que ellos hacen en oculto.
12Want wat door hen in het geheim wordt gedaan, is te schandelijk zelfs om het te noemen.
13Mas todas las cosas cuando son redargüidas, son manifestadas por la luz; porque lo que manifiesta todo, la luz es.
13Alles echter wat afkeurenswaardig is, wordt openbaar gemaakt door het licht; want het licht maakt alles openbaar.
14Por lo cual dice: Despiértate, tú que duermes, y levántate de los muertos, y te alumbrará Cristo.
14Daarom wordt er gezegd: “Ontwaak, gij slaper; Sta op uit de doden, En Christus zal over u lichten!”
15Mirad, pues, cómo andéis avisadamente; no como necios, mas como sabios;
15Ziet dus nauwlettend toe, hoe ge u gedraagt: niet als dwazen, maar als wijzen;
16Redimiendo el tiempo, porque los días son malos.
16benut de gunstige gelegenheid, want de tijden zijn boos.
17Por tanto, no seáis imprudentes, sino entendidos de cuál sea la voluntad del Señor.
17Weest daarom niet onverstandig, maar tracht de wil des Heren te verstaan.
18Y no os embriaguéis de vino, en lo cual hay disolución; mas sed llenos de Espíritu;
18Bedrinkt u niet aan de wijn, want dit voert tot losbandigheid; maar wordt vol van den Geest.
19Hablando entre vosotros con salmos, y con himnos, y canciones espirituales, cantando y alabando al Señor en vuestros corazones;
19Spreekt tot elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen; zingt en juicht in uw hart voor den Heer;
20Dando gracias siempre de todo al Dios y Padre en el nombre de nuestro Señor Jesucristo:
20betuigt zonder ophouden voor alles uw dank aan God en den Vader, in de naam van Jesus Christus onzen Heer.
21Sujetados los unos á los otros en el temor de Dios.
21Weest elkander onderdanig in de vreze van Christus.
22Las casadas estén sujetas á sus propios maridos, como al Señor.
22Gij vrouwen, weest onderdanig aan uw mannen, als aan den Heer.
23Porque el marido es cabeza de la mujer, así como Cristo es cabeza de la iglesia; y él es el que da la salud al cuerpo.
23Want de man is het hoofd van de vrouw, zoals Christus het Hoofd is der Kerk, Hij die de Verlosser is van het Lichaam.
24Así que, como la iglesia está sujeta á Cristo, así también las casadas lo estén á sus maridos en todo.
24Welnu, zoals de Kerk onderdanig is aan Christus, zo moeten in alles de vrouwen het zijn aan haar mannen.
25Maridos, amad á vuestras mujeres, así como Cristo amó á la iglesia, y se entregó á sí mismo por ella,
25Gij mannen, hebt uw vrouwen lief, zoals ook Christus de Kerk heeft bemind. Hij heeft Zich voor haar overgeleverd:
26Para santificarla limpiándola en el lavacro del agua por la palabra,
26om haar te heiligen en te reinigen door het Waterbad, vergezeld van het woord;
27Para presentársela gloriosa para sí, una iglesia que no tuviese mancha ni arruga, ni cosa semejante; sino que fuese santa y sin mancha.
27om Zich een heerlijke Kerk te bereiden, zonder vlek of rimpel of iets van die aard, maar heilig en zonder enige smet.
28Así también los maridos deben amar á sus mujeres como á sus mismos cuerpos. El que ama á su mujer, á sí mismo se ama.
28Zo moeten ook de mannen hun vrouwen liefhebben als hun eigen lichaam; wie zijn vrouw bemint, heeft zichzelf lief.
29Porque ninguno aborreció jamás á su propia carne, antes la sustenta y regala, como también Cristo á la iglesia;
29Welnu, niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat; maar hij voedt en verzorgt het, zoals ook Christus het doet met de Kerk,
30Porque somos miembros de su cuerpo, de su carne y de sus huesos.
30omdat we de ledematen zijn van zijn Lichaam.
31Por esto dejará el hombre á su padre y á su madre, y se allegará á su mujer, y serán dos en una carne.
31“Daarom zal de man vader en moeder verlaten, en zich hechten aan zijn vrouw; en die twee zullen één vlees worden”,
32Este misterio grande es: mas yo digo esto con respecto á Cristo y á la iglesia.
32Dit geheim is groot; ik bedoel: zijn verhouding tot Christus en de Kerk.
33Cada uno empero de vosotros de por sí, ame también á su mujer como á sí mismo; y la mujer reverencie á su marido.
33Maar hoe het ook zij: ieder van u moet zijn vrouw liefhebben als zichzelf, en de vrouw moet eerbied hebben voor den man.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.