Zacharias 11
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Libanon, open uw poorten, Opdat het vuur uw ceders verteert;
1เลบานอน จงเปิดประตูของเธอ ให้ไฟเผาผลาญต้นซีดาร์ของเธอ
2Jammer, cypres, want de ceder is gevallen, De machtigen liggen geveld; Huilt, gij eiken van Basjan, Want het ondoordringbare woud ligt tegen de grond!
2ต้นไซเปรส จงคร่ำครวญ เพราะต้นซีดาร์ล้มแล้ว เพราะต้นไม้อันสง่างามถูกทำลาย ต้นโอ๊กแห่งบาชาน จงคร่ำครวญ เพราะป่าอันแข็งแกร่งถูกโค่นแล้ว
3Hoor, het klagen der herders, Want hun lustoord is vernield; Hoor, het brullen der leeuwen, Want de pracht van de Jordaan ligt verwoest!
3ฟังเสียงคนเลี้ยงแกะคร่ำครวญ! เพราะสง่าราศีของพวกเขาถูกทำลาย ฟังเสียงสิงโตหนุ่มคำราม! เพราะความโอ่อ่าของจอร์แดนพังพินาศแล้ว
4Zo spreekt Jahweh, mijn God! Weid de schapen, ter slachting bestemd;
4พระยาห์เวห์พระเจ้าของข้าพเจ้ากล่าวดังนี้ “จงเลี้ยงดูฝูงแกะที่จะถูกฆ่า
5die de kopers straffeloos doden; waarvan de verkopers zeggen: Geprezen zij Jahweh, ik ben er rijk mee geworden; waarmee de herders geen medelijden hebben.
5ผู้ซื้อฆ่าพวกมันโดยไม่ถูกลงโทษ ผู้ขายพูดว่า ‘ขอพระยาห์เวห์ได้รับคำสรรเสริญ เพราะข้าพเจ้าร่ำรวยแล้ว’ แม้แต่คนเลี้ยงของมันเองก็ไม่สงสาร
6Want Ik zal de bewoners van het land niet meer sparen, is de godsspraak van Jahweh; neen, Ik lever al die lieden aan hun herder over, en aan hun verkoper; die zullen het land verdrukken, en Ik zal ze niet uit hun greep verlossen.
6เพราะเราจะไม่สงสารชาวแผ่นดินนี้อีก” พระยาห์เวห์กล่าว “แต่เราจะมอบทุกคนไว้ในมือเพื่อนบ้านและในมือกษัตริย์ของเขา พวกเขาจะตีแผ่นดินนี้ และเราจะไม่ช่วยผู้คนให้พ้นจากมือพวกเขา”
7Zo werd ik de herder der kudde, ter slachting bestemd, voor de schapenkopers. Ik koos mij twee herdersstokken uit; de ene noemde ik: “Goedheid”, de andere: “Band”. Toen begon ik de kudde te weiden.
7ข้าพเจ้าจึงเลี้ยงดูฝูงแกะที่จะถูกฆ่า โดยเฉพาะตัวที่ถูกกดขี่ในฝูง ข้าพเจ้าเอาไม้เท้ามาสองอัน ตั้งชื่ออันหนึ่งว่า ‘ความโปรดปราน’ อีกอันว่า ‘ความสามัคคี’ แล้วเลี้ยงดูฝูงแกะ
8In één maand liet ik de drie herders verdwijnen. Toen werd ik ook met de schapen ongeduldig, en zij kregen afkeer van mij.
8ข้าพเจ้ากำจัดคนเลี้ยงแกะสามคนในเดือนเดียว เพราะข้าพเจ้าเบื่อหน่ายพวกเขา และพวกเขาก็รังเกียจข้าพเจ้า
9En ik sprak: Ik weid u niet meer; laat sterven wat dood moet, verdwijnen wat weg moet, en de rest kan elkander verslinden!
9ข้าพเจ้าพูดว่า “ข้าพเจ้าจะไม่เลี้ยงดูพวกคุณ ตัวไหนจะตายก็ให้ตาย ตัวไหนจะถูกกำจัดก็ให้ถูกกำจัด ส่วนตัวที่เหลือก็ให้กินเนื้อกันเอง”
10Ik nam dus mijn stok “Goedheid”, en brak hem aan stukken, om het verbond te verbreken, dat ik met heel het volk had gesloten.
10ข้าพเจ้าเอาไม้เท้าชื่อความโปรดปรานมาหัก เพื่อเลิกพันธสัญญาที่ข้าพเจ้าทำไว้กับชนชาติทั้งหลาย
11Op diezelfde dag werd het verbroken; en de schapenkopers, die acht op mij sloegen, begrepen, dat het een woord van Jahweh was.
11มันถูกหักในวันนั้น เหล่าผู้ยากจนในฝูงแกะที่ฟังข้าพเจ้าจึงรู้ว่านี่คือคำของพระยาห์เวห์
12Ik zeide hun: Zo het u goeddunkt, geef me mijn loon; zo niet, dan kunt ge het laten. Zij gaven mij dertig zilverlingen als loon.
12ข้าพเจ้าบอกพวกเขาว่า “ถ้าพวกคุณเห็นสมควร ก็จ่ายค่าจ้างให้ข้าพเจ้า ถ้าไม่เห็นสมควร ก็เก็บไว้” พวกเขาจึงชั่งเงินสามสิบชิ้นเป็นค่าจ้างให้ข้าพเจ้า
13Maar Jahweh zeide tot mij: Werp het weg voor den pottenbakker; een mooie prijs, waarop gij door hen wordt geschat! Ik nam dus de dertig zilverlingen, en wierp ze in het huis van Jahweh voor den pottenbakker.
13พระยาห์เวห์บอกข้าพเจ้าว่า “จงโยนมันให้ช่างปั้นหม้อ ราคางามเสียจริงที่พวกเขาตีค่าเรา!” ข้าพเจ้าเอาเงินสามสิบชิ้นนั้นโยนให้ช่างปั้นหม้อในวิหารของพระยาห์เวห์
14Vervolgens brak ik mijn tweede stok “Band” in stukken: om de broederschap tussen Juda en Israël te verbreken.
14แล้วข้าพเจ้าหักไม้เท้าอีกอันชื่อความสามัคคี เพื่อตัดความสัมพันธ์ฉันพี่น้องระหว่างยูดาห์กับอิสราเอล
15Nu sprak Jahweh tot mij: Rust u nu uit als een dwaze herder!
15พระยาห์เวห์บอกข้าพเจ้าว่า “จงเอาเครื่องมือของคนเลี้ยงแกะโง่เขลามาอีกครั้ง
16Want zie, Ik ga over het land een herder stellen, die niet omziet naar wat verdwijnt, het ver-verstrooide niet opzoekt, het gewonde niet heelt, het gezonde niet voedt, maar het vlees verslindt van de vetten, en hun de poten breekt.
16เพราะเราจะตั้งคนเลี้ยงแกะขึ้นในแผ่นดินนี้ เขาจะไม่เหลียวแลตัวที่ถูกกำจัด ไม่ตามหาตัวที่กระจัดกระจาย ไม่รักษาตัวที่บาดเจ็บ และไม่เลี้ยงตัวที่สมบูรณ์ แต่จะกินเนื้อแกะอ้วน และฉีกกีบของมันเป็นชิ้น ๆ
17Maar wee dien dwazen herder van Mij, die de schapen verlaat! Het zwaard zal zijn arm en rechteroog treffen; zijn arm zal verdorren, zijn rechteroog wordt helemaal blind.
17หายนะจงมีแก่คนเลี้ยงแกะไร้ค่าที่ทิ้งฝูงแกะ! ดาบจะฟันแขนและตาขวาของเขา แขนจะเหี่ยวแห้งสิ้น และตาขวาจะบอดสนิท!”
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.