Zacharias
Chapter 11
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Old Persian Versio…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Libanon, open uw poorten, Opdat het vuur uw ceders verteert;
1ای لبنان درهای خود را باز کن تا آتش، سروهای آزاد تو را بسوزاند.
2Jammer, cypres, want de ceder is gevallen, De machtigen liggen geveld; Huilt, gij eiken van Basjan, Want het ondoordringbare woud ligt tegen de grond!
2‌ای صنوبر ولوله نما زیرا که سرو آزاد افتاده است (ودرختان ) بلند خراب شده. ای بلوطهای باشان ولوله نمایید زیرا که جنگل منیع افتاده است.
3Hoor, het klagen der herders, Want hun lustoord is vernield; Hoor, het brullen der leeuwen, Want de pracht van de Jordaan ligt verwoest!
3صدای ولوله شبانان است زیرا که جلال ایشان خراب شده؛ صدای غرش شیران ژیان است زیراکه شوکت اردن ویران گردیده است.
4Zo spreekt Jahweh, mijn God! Weid de schapen, ter slachting bestemd;
4یهوه خدای من چنین می‌فرماید که گوسفندان ذبح را بچران
5die de kopers straffeloos doden; waarvan de verkopers zeggen: Geprezen zij Jahweh, ik ben er rijk mee geworden; waarmee de herders geen medelijden hebben.
5که خریداران ایشان آنها را ذبح می‌نمایند و مجرم شمرده نمی شوند وفروشندگان ایشان می‌گویند: خداوند متبارک باد زیرا که دولتمند شده‌ایم. و شبانان آنهابرایشان شفقت ندارند.
6Want Ik zal de bewoners van het land niet meer sparen, is de godsspraak van Jahweh; neen, Ik lever al die lieden aan hun herder over, en aan hun verkoper; die zullen het land verdrukken, en Ik zal ze niet uit hun greep verlossen.
6زیرا خداوند می‌گوید: بر ساکنان این زمین بار دیگر ترحم نخواهم نمود واینک من هر کس از مردمان را به‌دست همسایه‌اش و به‌دست پادشاهش تسلیم خواهم نمود و زمین را ویران خواهند ساخت و از دست ایشان رهایی نخواهم بخشید.
7Zo werd ik de herder der kudde, ter slachting bestemd, voor de schapenkopers. Ik koos mij twee herdersstokken uit; de ene noemde ik: “Goedheid”, de andere: “Band”. Toen begon ik de kudde te weiden.
7پس من گله ذبح یعنی ضعیف ترین گله را چرانیدم و دو عصا برای خود گرفتم که یکی از آنها را نعمه نامیدم ودیگری را حبال نام نهادم و گله را چرانیدم.
8In één maand liet ik de drie herders verdwijnen. Toen werd ik ook met de schapen ongeduldig, en zij kregen afkeer van mij.
8و دریک ماه سه شبان را منقطع ساختم و جان من ازایشان بیزار شد و جان ایشان نیز از من متنفرگردید.
9En ik sprak: Ik weid u niet meer; laat sterven wat dood moet, verdwijnen wat weg moet, en de rest kan elkander verslinden!
9پس گفتم شما را نخواهم چرانید. آنکه مردنی است بمیرد و آنکه هلاک شدنی است هلاک شود و باقی ماندگان گوشت یکدیگر رابخورند.
10Ik nam dus mijn stok “Goedheid”, en brak hem aan stukken, om het verbond te verbreken, dat ik met heel het volk had gesloten.
10پس عصای خود نعمه را گرفته، آن راشکستم تا عهدی را که با تمامی قوم‌ها بسته بودم شکسته باشم.
11Op diezelfde dag werd het verbroken; en de schapenkopers, die acht op mij sloegen, begrepen, dat het een woord van Jahweh was.
11پس در آن روز شکسته شد و آن ضعیف ترین گله که منتظر من می‌بودند فهمیدندکه این کلام خداوند است.
12Ik zeide hun: Zo het u goeddunkt, geef me mijn loon; zo niet, dan kunt ge het laten. Zij gaven mij dertig zilverlingen als loon.
12و به ایشان گفتم: اگردر نظر شما پسند آید مزد مرا بدهید والا ندهید. پس به جهت مزد من، سی پاره نقره وزن کردند.
13Maar Jahweh zeide tot mij: Werp het weg voor den pottenbakker; een mooie prijs, waarop gij door hen wordt geschat! Ik nam dus de dertig zilverlingen, en wierp ze in het huis van Jahweh voor den pottenbakker.
13و خداوند مرا گفت: آن را نزد کوزه‌گر بینداز، این قیمت گران را که مرا به آن قیمت کردند. پس سی پاره نقره را گرفته، آن را در خانه خداوند نزدکوزه‌گر انداختم.
14Vervolgens brak ik mijn tweede stok “Band” in stukken: om de broederschap tussen Juda en Israël te verbreken.
14و عصای دیگر خود حبال راشکستم تا برادری را که در میان یهودا و اسرائیل بود شکسته باشم.
15Nu sprak Jahweh tot mij: Rust u nu uit als een dwaze herder!
15و خداوند مرا گفت: «بار دیگر آلات شبان احمق را برای خود بگیر.
16Want zie, Ik ga over het land een herder stellen, die niet omziet naar wat verdwijnt, het ver-verstrooide niet opzoekt, het gewonde niet heelt, het gezonde niet voedt, maar het vlees verslindt van de vetten, en hun de poten breekt.
16زیرا اینک من شبانی را در این زمین خواهم برانگیخت که از هالکان تفقد نخواهد نمود و گم شدگان را نخواهد طلبیدو مجروحان را معالجه نخواهد کرد و ایستادگان را نخواهد پرورد بلکه گوشت فربهان را خواهدخورد و سمهای آنها را خواهد کند.
17Maar wee dien dwazen herder van Mij, die de schapen verlaat! Het zwaard zal zijn arm en rechteroog treffen; zijn arm zal verdorren, zijn rechteroog wordt helemaal blind.
17وای برشبان باطل که گله را ترک می‌نماید. شمشیر بربازویش و بر چشم راستش فرود خواهد آمد وبازویش بالکل خشک خواهد شد و چشم راستش بکلی تار خواهد گردید.»

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.