Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Septuagint (Brenton Greek text, with Apocrypha)
1Wie Jahweh vreest, hem treft geen onheil; En wordt hij beproefd, hij wordt telkens bevrijd.
1Ἐλέησον ἡμᾶς, δέσποτα ὁ Θεὸς πάντων, καὶ ἐπίβλεψον·
2Het is niet verstandig, de Wet te haten, Want men verliest de koers als een schip in de storm.
2καὶ ἐπίβαλε τὸν φόβον σου ἐπὶ πάντα τὰ ἔθνη.
3Een verstandig man geeft acht op Gods woord, En vertrouwt op zijn Wet als op een orakel.
3Ἔπαρον τὴν χεῖρά σου ἐπὶ ἔθνη ἀλλότρια, καὶ ἰδέτωσαν τὴν δυναστείαν σου.
4Bereid uw zaak voor en handel dan; Zorg eerst voor een rusthuis en neem dan rust.
4Ὥσπερ ἐνώπιον αὐτῶν ἡγιάσθης ἐν ἡμῖν, οὕτως ἐνώπιον ἡμῶν μεγαλυνθείης ἐν αὐτοῖς·
5Als het rad van een wagen is het hart van een dwaas, Als een wentelend wiel zijn gedachten.
5Καὶ ἐπιγνώτωσάν σε καθάπερ καὶ ἡμεῖς ἐπέγνωμεν, ὅτι οὐκ ἔστι Θεὸς πλήν σου Κύριε.
6Wie telkens wisselt van vriend, gelijkt op een hengst, Die hinnikt onder iederen ruiter.
6Ἐγκαίνισον σημεῖα, καὶ ἀλλοίωσον θαυμάσια·
7Waarom verschilt de ene dag van de ander? Het licht komt toch van dezelfde zon!
7δόξασον χεῖρα καὶ βραχίονα δεξιόν· ἔγειρον θυμὸν, καὶ ἔκχεον ὀργήν· ἔξαρον ἀντίδικον, καὶ ἔκτριψον ἐχθρόν.
8Door Jahweh's wijsheid zijn ze onderscheiden, Sommige er van zijn dagen van feest;
8Σπεῦσον καιρὸν, καὶ μνήσθητι ὁρκισμοῦ, καὶ ἐκδιηγησάσθωσαν τὰ μεγαλεῖά σου.
9Want sommige heeft Hij gezegend en geheiligd, En andere tot gewone dagen gemaakt.
9Ἐν ὀργῇ πυρὸς καταβρωθήτω ὁ σωζόμενος, καὶ οἱ κακοῦντες τὸν λαόν σου εὕροισαν ἀπώλειαν.
10Zo is iedere mens uit stof, Omdat de mens uit aarde is gemaakt.
10Σύντριψον κεφαλὰς ἀρχόντων ἐχθρῶν λεγόντων, οὐκ ἔστι πλὴν ἡμῶν.
11Maar Jahweh's wijsheid deed hen uiteengaan, En maakte hun wegen verschillend.
11Σύναγε πάσας φυλὰς Ἰακώβ.
12Sommigen van hen heeft Hij gezegend en verheven; Hen geheiligd, en tot Zich getrokken; Anderen heeft Hij gevloekt en vernederd, En ze verdreven uit hun woonsteden.
12Λαμπρὰ καρδία καὶ ἀγαθὴ ἐπὶ ἐδέσμασιν τῶν βρωμάτων αὐτῆς ἐπιμελήσεται.
13Zoals de klei in de hand van den pottenbakker Vorm ontvangt naar zijn verkiezing, Zo is de mens in de hand van zijn Schepper: Van Hem ontvangt hij zijn taak.
no verse 13 in this text
14Tegenover het kwaad staat het goed, Tegenover het leven de dood; Tegenover den goede staat de slechte, Zoals licht tegenover duisternis staat.
no verse 14 in this text
15Zie naar al de werken Gods; Altijd zijn het er twee, het een tegenover het ander.
no verse 15 in this text
16Al ben ik als laatste gekomen, Als een arenlezer achter de maaiers,
no verse 16 in this text
17Toch snelde ook ik onder Gods zegen toe, En heb als een oogster mijn wijnkuip gevuld.
no verse 17 in this text
18Ziet, hoe ik niet alleen voor mijzelf heb gewerkt, Maar voor allen, die wijsheid zoeken.
no verse 18 in this text
19Hoort dus, prinsen van geheel het volk, Gij, leiders der gemeente, luistert naar mij!
no verse 19 in this text
20Kind of vrouw, broer of vriend, Laat ze niet heersen over uw leven.
no verse 20 in this text
21Zo lang er leven in u is en adem, Zij niemand over u de baas. Geef uw vermogen niet aan een ander, Opdat ge hem later niet behoeft te vragen.
no verse 21 in this text
22Want beter is het, dat uw kinderen u moeten bidden, Dan dat gij naar de hand van uw kinderen moet zien.
no verse 22 in this text
23Blijf heer en meester bij al wat ge doet,
no verse 23 in this text
24En werp geen smet op uw eer; Als het getal van uw dagen voleind is, Op de dag van de dood, verdeel eerst dan uw bezit.
no verse 24 in this text
25Zoals hooi, stok en last bij den ezel, Zo passen straf en werk bij den slaaf.
no verse 25 in this text
26Laat uw slaaf werken, zonder verpozen, Want maakt ge het hem licht, dan wordt hij u ontrouw.
no verse 26 in this text
27Juk, boeien en roede maken hem gedwee; Bestraf dus een slechten slaaf met gestrengheid.
no verse 27 in this text
28Laat uw slaaf werken, en hij wordt niet opstandig; Want ledigheid veroorzaakt veel kwaad.
no verse 28 in this text
29Zet hem aan het werk, zoals het hem past; En gehoorzaamt hij niet, sla zijn voeten in kluisters.
no verse 29 in this text
30Maar ga u nooit tegen iemand te buiten, En doe nimmer iets zonder recht.
no verse 30 in this text
31Bezit ge een slaaf, heb hem lief als uzelf, Want ge hebt hem ook nodig als uzelf;
no verse 31 in this text
32Hebt ge een slaaf, beschouw hem als broeder, En woed niet tegen uw eigen bloed.
no verse 32 in this text
33Want behandelt ge hem slecht, dan loopt hij weg; En zijt ge hem kwijt, waar vindt ge hem terug?
no verse 33 in this text

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.