Numeri 20
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Toen in de eerste maand heel de gemeenschap der Israëlieten in de woestijn Sin was gekomen, vestigde het volk zich te Kadesj. Daar stierf Mirjam, en werd zij begraven.
1و تمامی جماعت بنیاسرائیل در ماه اول به بیابان صین رسیدند، و قوم درقادش اقامت کردند، و مریم در آنجا وفات یافته، دفن شد.
2Eens toen de gemeenschap geen water had, liep men tegen Moses en Aäron te hoop.
2و برای جماعت آب نبود. پس بر موسی وهارون جمع شدند.
3Het volk zocht twist met Moses, en zei: Ach, waren we maar gestorven, toen onze broeders omkwamen voor het aanschijn van Jahweh!
3و قوم با موسی منازعت کرده، گفتند: «کاش که میمردیم وقتی که برادران ما در حضور خداوند مردند!
4Waarom hebt gij de gemeente van Jahweh naar deze woestijn gevoerd, om ons hier met ons vee te doen omkomen!
4و چرا جماعت خداوند را به این بیابان آوردید تا ما و بهایم ما، دراینجا بمیریم؟
5Waarom hebt gij ons uit Egypte geleid, om ons naar deze dorre streek te brengen, waar geen plek is, om te zaaien, waar geen vijg is, geen wijnstok of granaat, zelfs geen water om te drinken!
5و ما را از مصر چرا برآوردید تا مارا به اینجای بد بیاورید که جای زراعت و انجیرو مو و انار نیست؟ و آب هم نیست که بنوشیم!»
6Toen liepen Moses en Aäron van de gemeente weg naar de ingang van de openbaringstent, en vielen op hun aangezicht neer. De heerlijkheid van Jahweh verscheen hun,
6و موسی و هارون از حضور جماعت نزد درخیمه اجتماع آمدند، و به روی خود درافتادند، وجلال خداوند بر ایشان ظاهر شد.
7en Jahweh sprak tot Moses:
7و خداوندموسی را خطاب کرده، گفت:
8Neem de staf, en roep met uw broeder Aäron de gemeenschap bijeen, en gebied in hun bijzijn de rots, water te geven. Gij moet voor hen water uit de rots doen vloeien, en de gemeente en haar vee te drinken geven.
8«عصا را بگیر و توو برادرت هارون جماعت را جمع کرده، در نظرایشان به این صخره بگویید که آب خود را بدهد، پس آب را برای ایشان از صخره بیرون آورده، جماعت و بهایم ایشان را خواهی نوشانید.»
9Moses nam dus de staf voor het aanschijn van Jahweh weg, zoals Hij hem bevolen had,
9پس موسی عصا را از حضور خداوند، چنانکه او را فرموده بود، گرفت.
10riep met Aäron de gemeente bijeen voor de rots en sprak tot haar: Luistert, rebellen! Kunnen wij wel uit deze rots voor u water doen vloeien!
10و موسی وهارون، جماعت را پیش صخره جمع کردند، و به ایشان گفت: «ای مفسدان بشنوید، آیا از این صخره آب برای شما بیرون آوریم؟»
11Daarbij hief Moses zijn hand op, en sloeg twee maal met zijn staf op de rots; toen vloeide er water in overvloed uit, zodat de gemeenschap met haar vee kon drinken.
11و موسی دست خود را بلند کرده، صخره را دو مرتبه باعصای خود زد و آب بسیار بیرون آمد که جماعت و بهایم ایشان نوشیدند.
12Maar Jahweh sprak tot Moses en Aäron: Omdat gij Mij niet hebt geloofd, en Mij voor de ogen van de Israëlieten niet als heilig behandeld hebt, zult gij deze gemeente niet binnenleiden in het land, dat Ik hun heb geschonken.
12و خداوند به موسی و هارون گفت: «چونکه مرا تصدیق ننمودید تا مرا در نظر بنیاسرائیل تقدیس نمایید، لهذا شما این جماعت را به زمینی که به ایشان دادهام داخل نخواهید ساخت.»
13Dit is het water van Meriba, waar de Israëlieten met Jahweh hebben getwist, en Hij Zich aan hen als heilig toonde.
13این است آب مریبهجایی که بنیاسرائیل با خداوندمخاصمه کردند، و او خود را در میان ایشان تقدیس نمود.
14Van Kadesj uit zond Moses gezanten naar den koning van Edom met de boodschap: Zo spreekt uw broeder Israël! Gij kent alle wederwaardigheden, die wij hebben ondervonden.
14و موسی، رسولان از قادش نزد ملک ادوم فرستاد که «برادر تو اسرائیل چنین میگوید: که تمامی مشقتی را که بر ما واقع شده است، تومی دانی.
15Onze vaderen zijn naar Egypte getrokken, en wij hebben lange tijd in Egypte gewoond. Maar de Egyptenaren hebben ons evenals onze vaderen mishandeld.
15که پدران ما به مصر فرود آمدند ومدت مدیدی در مصر ساکن میبودیم، و مصریان با ما و با پدران ما، بد سلوکی نمودند.
16Wij hebben tot Jahweh geroepen, en Hij heeft ons gehoord, en zijn engel gezonden, om ons uit Egypte te leiden. Nu zijn wij in Kadesj, een stad aan de grens van uw gebied,
16و چون نزد خداوند فریاد برآوردیم، او آواز ما را شنیده، فرشتهای فرستاد و ما را از مصر بیرون آورد. واینک ما در قادش هستیم، شهری که در آخرحدود توست.
17en wij zouden graag door uw land trekken. Wij zullen niet door uw velden en wijngaarden gaan, en geen water drinken uit uw putten, maar de koninklijke weg blijven houden, zonder rechts of links af te wijken, zolang wij door uw gebied trekken.
17تمنا اینکه از زمین تو بگذریم، از مزرعه و تاکستان نخواهیم گذشت، و آب ازچاهها نخواهیم نوشید، بلکه از شاهراهها خواهیم رفت، و تا از حدود تو نگذشته باشیم، به طرف راست یا چپ انحراف نخواهیم کرد.»
18Maar Edom gaf hem ten antwoord: Gij moogt er bij mij niet door; anders trek ik u met het zwaard tegemoet.
18ادوم وی را گفت: «از من نخواهی گذشت والا به مقابله تو با شمشیر بیرون خواهم آمد.»
19De Israëlieten drongen bij hem aan: Wij zullen de gebaande wegen houden, en mocht ik of mijn vee van uw water drinken, dan zal ik daarvoor betalen. Het heeft toch niets te betekenen, dat ik te voet er doorheen trek.
19بنیاسرائیل در جواب وی گفتند: «از راههای عام خواهیم رفت و هرگاه من و مواشیم از آب توبنوشیم قیمت آن را خواهم داد، فقط بر پایهای خود میگذرم و بس.»
20Hij antwoordde: Ge komt er niet door! En Edom trok hem met veel volk en sterk gewapend tegemoet.
20گفت: «نخواهی گذشت.» و ادوم با خلق بسیار و دست قوی به مقابله ایشان بیرون آمد.
21Daar Edom dus aan Israël de doortocht weigerde door zijn gebied, moest Israël om hem heen trekken.
21بدینطور ادوم راضی نشد که اسرائیل را از حدود خود راه دهد، پس اسرائیل از طرف او رو گردانید.
22Toen heel de gemeenschap der Israëlieten van Kadesj was opgetrokken, bereikten zij de berg Hor.
22پس تمامی جماعت بنیاسرائیل از قادش کوچ کرده، به کوه هور رسیدند.
23En op de berg Hor, aan de grens van het land van Edom, sprak Jahweh tot Moses en Aäron:
23و خداوندموسی و هارون را در کوه هور نزد سرحد زمین ادوم خطاب کرده، گفت:
24Aäron zal bij zijn volk worden verzameld; want hij zal het land, dat Ik de Israëlieten heb gegeven, niet binnengaan, omdat gij beiden u bij het water van Meriba tegen mijn bevel hebt verzet.
24«هارون به قوم خودخواهد پیوست، زیرا چونکه شما نزد آب مریبه از قول من عصیان ورزیدید، از این جهت او به زمینی که به بنیاسرائیل دادم، داخل نخواهد شد.
25Neem Aäron en zijn zoon Elazar met u mee, en laat ze de berg Hor bestijgen.
25پس هارون و پسرش العازار را برداشته، ایشان را به فراز کوه هور بیاور.
26Ontdoe Aäron van zijn gewaden, en bekleed er zijn zoon Elazar mee. Dan zal Aäron daar bij zijn volk worden verzameld en daar sterven.
26و لباس هارون رابیرون کرده، بر پسرش العازار بپوشان، و هارون درآنجا وفات یافته، به قوم خود خواهد پیوست.»
27Moses deed, wat Jahweh hem had bevolen, en ten aanschouwen van heel de gemeenschap bestegen zij de berg Hor.
27پس موسی به طوری که خداوند او را امرفرموده بود، عمل نموده، ایشان درنظر تمامی جماعت به فراز کوه هور برآمدند.
28Moses ontdeed Aäron van zijn gewaden, en bekleedde er zijn zoon Elazar mee. En Aäron stierf daar op de top van de berg. Toen Moses en Elazar van de berg afdaalden,
28و موسی لباس هارون را بیرون کرده، به پسرش العازارپوشانید. و هارون در آنجا بر قله کوه وفات یافت، و موسی و العازار از کوه فرود آمدند.
29en heel de gemeenschap zag, dat Aäron gestorven was, beweende heel het huis van Israël Aäron dertig dagen lang.
29و چون تمامی جماعت دیدند که هارون مرد، جمیع خاندان اسرائیل برای هارون سی روز ماتم گرفتند.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.