Leviticus 12
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Londona Biblio (Esperanto, 1910)
1Jahweh sprak tot Moses:
1Kaj la Eternulo ekparolis al Moseo, dirante:
2Zeg aan de Israëlieten: Wanneer een vrouw baart en een jongen krijgt, is zij zeven dagen onrein, even onrein als zij is tijdens haar stonden.
2Diru al la Izraelidoj jene: Se virino fruktigos semon kaj naskos knabeton, tiam ŝi estos malpura dum sep tagoj; kiel en la tagoj de sia monataĵa suferado ŝi estos malpura.
3Op de achtste dag moet haar zoon worden besneden.
3Kaj en la oka tago oni cirkumcidu la karnon de lia prepucio.
4Daarna moet zij nog drie en dertig dagen in het bloed blijven, waarvan zij gereinigd moet worden; niets heiligs mag zij aanraken noch in het heiligdom komen, eer de dagen van haar reiniging zijn verstreken.
4Tridek tri tagojn ŝi restu en la sango de sia puriĝo; nenion sanktan ŝi tuŝu kaj en la sanktejon ŝi ne venu, ĝis finiĝos la tagoj de ŝia puriĝo.
5Als ze een meisje krijgt, is ze veertien dagen even onrein als tijdens haar stonden; daarna moet ze nog zes en zestig dagen blijven in het bloed, waarvan ze gereinigd moet worden.
5Se ŝi naskos knabineton, tiam ŝi estu malpura dum du semajnoj kiel ĉe sia monataĵo, kaj sesdek ses tagojn ŝi restu en la sango de sia puriĝo.
6Wanneer de dagen van haar reiniging, nodig voor een zoon of dochter, zijn verstreken, moet zij een eenjarig lam als brandoffer en een jonge duif of een tortel als zondeoffer naar den priester brengen bij de ingang van de openbaringstent.
6Kaj kiam finiĝos la tagoj de ŝia puriĝo post filo aŭ filino, ŝi alportu jaraĝan ŝafidon kiel bruloferon, kaj kolombidon aŭ turton kiel pekoferon, al la pordo de la tabernaklo de kunveno, al la pastro.
7Deze zal ze voor het aanschijn van Jahweh brengen en voor haar verzoening verkrijgen; zo zal zij van haar bloedvloeiing worden gereinigd. Dit is de wet voor de vrouw, die een jongen of een meisje heeft gebaard.
7Kaj li tion alportos antaŭ la Eternulon kaj pekliberigos ŝin, kaj ŝi puriĝos de sia sangofluado. Tio estas la leĝo pri naskintino, ĉu de knabo, ĉu de knabino.
8Zo ze geen schaap kan bekostigen, moet ze twee tortels of twee jonge duiven nemen; de een voor het brandoffer, de ander voor het zondeoffer. En de priester zal verzoening voor haar verkrijgen en zo zal ze worden gereinigd.
8Kaj se ŝi ne estas sufiĉe bonstata, por alporti ŝafidon, tiam ŝi prenu du turtojn aŭ du kolombidojn, unu kiel bruloferon kaj la duan kiel pekoferon; kaj la pastro pekliberigos ŝin, kaj ŝi puriĝos.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.