Jozua 7
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Maar de Israëlieten hadden zich toch aan de ban vergrepen. Want Akan, de zoon van Karmi, zoon van Zabdi, zoon van Zara, uit de stam Juda, had iets genomen wat met de ban was geslagen, zodat de toorn van Jahweh tegen de Israëlieten ontbrand was.
1و بنیاسرائیل در آنچه حرام شده بود خیانت ورزیدند، زیرا عخان ابن کرمی ابن زبدی ابن زارح از سبط یهودا، از آنچه حرام شده بود گرفت، و غضب خداوند بر بنیاسرائیل افروخته شد.
2Nu zond Josuë uit Jericho mannen naar Ai, dat bij Bet-Awen ligt ten oosten van Betel, met de opdracht: Gaat het land verkennen! De mannen trokken dus uit, om Ai te verspieden.
2و یوشع از اریحا تا عای که نزد بیت آون به طرف شرقی بیت ئیل واقع است، مردان فرستاد وایشان را خطاب کرده، گفت: «بروید و زمین راجاسوسی کنید.» پس آن مردان رفته، عای راجاسوسی کردند.
3Bij hun terugkeer zeiden ze tot Josuë: Laat niet het hele volk optrekken; als er twee of drie duizend man gaan, nemen ze Ai wel in. Ge behoeft niet het hele volk te vermoeien; want ze zijn daarginds niet talrijk.
3و نزد یوشع برگشته، او راگفتند: «تمامی قوم برنیایند؛ به قدر دو یا سه هزارنفر برآیند و عای را بزنند و تمامی قوم را به آنجازحمت ندهی زیرا که ایشان کماند.»
4Zo trokken ongeveer drie duizend man van het volk er op af. Maar ze moesten vluchten voor de bewoners van Ai,
4پس قریب به سه هزار نفر از قوم به آنجا رفتند و از حضورمردان عای فرار کردند.
5en dezen sloegen er zes en dertig van hen neer, achtervolgden hen buiten de poort tot bij de steengroeven, en versloegen hen op de helling. Toen versmolt het hart van het volk als water.
5و مردان عای از آنها به قدر سی و شش نفر کشتند و از پیش دروازه تاشباریم ایشان را تعاقب نموده، ایشان را در نشیب زدند، و دل قوم گداخته شده، مثل آب گردید.
6Nu scheurde Josuë zijn kleren, en wierp zich met de oudsten van Israël plat ter aarde voor de ark van Jahweh tot de avond toe. Ze strooiden zich stof op het hoofd,
6و یوشع و مشایخ اسرائیل جامه خود راچاک زده، پیش تابوت خداوند تا شام رو به زمین افتادند، و خاک بهسرهای خود پاشیدند.
7en Josuë sprak: Ach Jahweh, mijn Heer; waarom hebt Gij dit volk dan over de Jordaan gebracht? Om ons aan de Amorieten over te leveren, om ons in het verderf te storten? Hadden we toch maar besloten, om in het Overjordaanse te blijven!
7و یوشع گفت: «آهای خداوند یهوه برای چه این قوم را از اردن عبور دادی تا ما را بهدست اموریان تسلیم کرده، ما را هلاک کنی، کاش راضی شده بودیم که به آن طرف اردن بمانیم.
8Ach Heer, wat zal ik zeggen, nu Israël zijn vijanden de rug heeft toegekeerd?
8آهای خداوندچه بگویم بعد از آنکه اسرائیل از حضور دشمنان خود پشت دادهاند.
9Als de Kanaänieten en alle bewoners van het land het vernemen, zullen ze ons omsingelen en onze naam van de aarde uitroeien. En hoe wilt Gij dan zorgen voor uw grote Naam?
9زیرا چون کنعانیان و تمامی ساکنان زمین این را بشنوند دور ما را خواهندگرفت و نام ما را از این زمین منقطع خواهند کرد، و تو به اسم بزرگ خود چه خواهی کرد؟»
10Jahweh gaf Josuë ten antwoord: Sta op! Wat ligt ge hier op uw aangezicht neer?
10خداوند به یوشع گفت: «برخیز چرا تو به این طور به روی خود افتادهای.
11Israël heeft gezondigd: ze hebben het verbond geschonden, dat Ik ze had opgelegd: ze hebben iets weggenomen wat met de ban was geslagen, het gestolen en stil bij hun huisraad verborgen.
11اسرائیل گناه کرده، و از عهدی نیز که به ایشان امر فرمودم تجاوز نمودهاند و از چیز حرام هم گرفته، دزدیدهاند، بلکه انکار کرده، آن را در اسباب خودگذاشتهاند.
12Daarom zijn de Israëlieten niet opgewassen tegen hun vijanden, daarom slaan ze voor hen op de vlucht; want ze zijn onder de ban gekomen, en Ik zal niet langer met u zijn, tenzij ge de ban uit uw midden verwijdert.
12از این سبب بنیاسرائیل نمی توانندبه حضور دشمنان خود بایستند و از حضوردشمنان خود پشت دادهاند، زیرا که ملعون شدهاند، و اگر چیز حرام را از میان خود تباه نسازید، من دیگر با شما نخواهم بود.
13Sta op, heilig het volk en beveel: Heiligt u voor morgen! Want aldus spreekt Jahweh, Israëls God: “Israël, er is iets onder u, dat door de ban is getroffen. Ge zult niet opgewassen zijn tegen uw vijanden, tot gij die ban uit uw midden hebt verwijderd.”
13برخیزقوم را تقدیس نما و بگو برای فردا خویشتن راتقدیس نمایید، زیرا یهوه خدای اسرائیل چنین میگوید: ای اسرائیل چیزی حرام در میان توست و تا این چیز حرام را از میان خود دور نکنی، پیش روی دشمنان خود نمی توانیایستاد.
14Ge moet daarom morgen stam voor stam aantreden; daarna de stam, die Jahweh zal aanwijzen, geslacht voor geslacht; vervolgens het geslacht, dat Jahweh zal aanwijzen, familie voor familie; dan de familie, die Jahweh zal aanwijzen, man voor man.
14پس بامدادان، شما موافق اسباط خود نزدیک بیایید، وچنین شود که سبطی را که خداوند انتخاب کند به قبیله های خود نزدیک آیند، و قبیلهای را که خداوند انتخاب کند به خاندانهای خود نزدیک بیایند، و خاندانی را که خداوند انتخاب کند به مردان خود نزدیک آیند.
15Wie dan wordt aangewezen als schuldig aan de ban, moet met al, wat hem toebehoort, worden verbrand, omdat hij het verbond met Jahweh heeft geschonden en een zonde in Israël begaan.
15و هرکه آن چیز حرام نزد او یافت شود با هرچه دارد به آتش سوخته شود، زیرا که از عهد خداوند تجاوز نموده، قباحتی در میان اسرائیل به عمل آورده است.»
16Vroeg in de morgen liet Josuë dus de Israëlieten stam voor stam aantreden; aangewezen werd de stam Juda.
16پس یوشع بامدادان بزودی برخاسته، اسرائیل را به اسباط ایشان نزدیک آورد و سبطیهودا گرفته شد.
17Daarna de geslachten van Juda; en het geslacht Zara werd aangewezen. Vervolgens het geslacht van Zara naar zijn families; en aangewezen werd de familie Zabdi.
17و قبیله یهودا را نزدیک آوردو قبیله زارحیان گرفته شد. پس قبیله زارحیان رابه مردان ایشان نزدیک آورد و زبدی گرفته شد.
18Ten slotte die familie man voor man; en aangewezen werd Akan, de zoon van Karmi, zoon van Zabdi, zoon van Zara, uit de stam Juda.
18و خاندان او را به مردان ایشان نزدیک آورد وعخان بن کرمی ابن زبدی بن زارح از سبط یهوداگرفته شد.
19Nu sprak Josuë tot Akan: Mijn zoon, geef eer aan Jahweh, Israëls God, en breng Hem hulde, door mij te bekennen, wat ge gedaan hebt, zonder mij iets te verzwijgen.
19و یوشع به عخان گفت: «ای پسر من الان یهوه خدای اسرائیل را جلال بده و نزد اواعتراف نما و مرا خبر بده که چه کردی و از مامخفی مدار.»
20En Akan antwoordde Josuë: Ja, ik heb gezondigd tegen Jahweh, Israëls God. Dit heb ik gedaan.
20عخان در جواب یوشع گفت: «فی الواقع به یهوه خدای اسرائیل گناه کرده، وچنین و چنان به عمل آوردهام.
21Toen ik onder de buit een mooie babylonische mantel, twee honderd zilveren sikkels en een gouden staaf ter waarde van vijftig sikkels bemerkte, wilde ik die graag hebben, en nam ze mee. Alles is in de grond verstopt midden in mijn tent, het zilver onderop.
21چون در میان غنیمت ردایی فاخر شنعاری و دویست مثقال نقره و یک شمش طلا که وزنش پنجاه مثقال بوددیدم، آنها را طمعورزیده، گرفتم، و اینک درمیان خیمه من در زمین است و نقره زیر آن میباشد.»
22Nu liet Josuë een paar mannen vlug naar de tent gaan; het was inderdaad in de tent verstopt, en het zilver lag onderop.
22آنگاه یوشع رسولان فرستاد و به خیمه دویدند، و اینک در خیمه او پنهان بود و نقره زیرآن.
23Ze haalden het uit de tent weg, brachten het bij Josuë, en heel Israël legde het voor Jahweh neer.
23و آنها را از میان خیمه گرفته، نزد یوشع وجمیع بنیاسرائیل آوردند و آنها را به حضورخداوند نهادند.
24Toen nam Josuë, en heel Israël met hem, Akan, den zoon van Zara, met het zilver, de mantel en de gouden staaf, met zijn zonen en dochters, zijn runderen, ezels en schapen, met zijn tent en heel zijn bezit, en bracht ze naar de vallei van Akor.
24و یوشع و تمامی بنیاسرائیل با وی عخان پسر زارح و نقره و ردا و شمش طلا وپسرانش و دخترانش و گاوانش و حمارانش وگوسفندانش و خیمهاش و تمامی مایملکش راگرفته، آنها را به وادی عخور بردند.
25En Josuë sprak: Hoe hebt gij ons in het ongeluk gestort! Daarom stort Jahweh thans u in het ongeluk! Heel Israël stenigde hem,
25و یوشع گفت: «برای چه ما را مضطرب ساختی؟ خداوندامروز تو را مضطرب خواهد ساخت.» پس تمامی اسرائیل او را سنگسار کردند و آنها را به آتش سوزانیدند و ایشان را به سنگها سنگسار کردند.
26en stapelde een grote steenhoop boven hem op, die er nu nog is. Toen bedaarde Jahweh’s ziedende toorn. Daarom heet die plaats tot op de huidige dag: Vallei van Akor.
26و توده بزرگ از سنگها بر او برپا داشتند که تا به امروز هست، و خداوند از شدت غضب خودبرگشت، بنابراین اسم آن مکان تا امروز وادی عخور نامیده شده است.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.