Jozua 14
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Dit zijn de erfdelen, die de Israëlieten in het land Kanaän hebben ontvangen, en die de priester Elazar en Josuë, de zoon van Noen, met de familiehoofden der stammen aan de Israëlieten hebben toegewezen.
1و اینهاست ملکهایی که بنیاسرائیل درزمین کنعان گرفتند، که العازار کاهن ویوشع بن نون و روسای آبای اسباط بنیاسرائیل برای ایشان تقسیم کردند.
2Ieder erfdeel werd door het lot bepaald, zoals Jahweh door Moses met betrekking tot de negen en een halve stam had bevolen.
2برحسب قرعه، ملکیت ایشان شد، برای نه سبط و نصف سبط، چنانکه خداوند بهدست موسیامر فرموده بود.
3Want Moses had aan twee en een halve stam een erfdeel gegeven in het Overjordaanse; aan de Levieten had hij onder hen geen erfdeel gegeven;
3زیرا که موسی ملکیت دو سبط و نصف سبط رابه آن طرف اردن داده بود، امابه لاویان هیچ ملکیت در میان ایشان نداد.
4maar de zonen van Josef vormden twee stammen: Manasse en Efraïm. Men gaf dus aan de Levieten geen aandeel in het land, maar alleen steden, om er te wonen, met bijbehorende weidegrond voor hun vee en hun have.
4زیرا پسران یوسف دو سبط بودند، یعنی منسی و افرایم، و به لاویان هیچ قسمت در زمین ندادند، غیر از شهرها به جهت سکونت و اطراف آنها به جهت مواشی واموال ایشان.
5Zoals Jahweh het Moses bevolen had, zo hebben de Israëlieten ook gedaan bij de verdeling van hun land.
5چنانکه خداوند موسی را امرفرموده بود، همچنان بنیاسرائیل عمل نموده، زمین را تسلیم کردند.
6Toen nu de Judeërs bij Josuë te Gilgal kwamen, zei Kaleb, de zoon van Jefoenne, de Kenizziet, tot hem: Gij weet, wat Jahweh aangaande mij en u tot Moses, den man van God, te Kadesj-Barnéa heeft gesproken.
6آنگاه بنی یهودا در جلجال نزد یوشع آمدند، و کالیب بن یفنه قنزی وی را گفت: «سخنی را که خداوند به موسی، مرد خدا، درباره من و تو وقادش برنیع گفت میدانی.
7Ik was veertig jaar, toen Moses, de dienaar van Jahweh, mij van Kadesj-Barnéa uitzond, om het land te verspieden, en naar geweten heb ik hem verslag uitgebracht;
7من چهل ساله بودم وقتی که موسی، بنده خداوند، مرا از قادش برنیع برای جاسوسی زمین فرستاد، و برای او خبر بازآوردم چنانکه در دل من بود.
8en terwijl mijn broeders, die met mij waren opgetrokken, het volk maar angstig maakten, bleef ik getrouw aan Jahweh, mijn God.
8لیکن برادرانم که همراه من رفته بودند دل قوم را گداختند، و اما من یهوه خدای خود را به تمامی دل پیروی کردم.
9Daarom verklaarde Moses toentertijd onder ede: “Het land, waarop gij uw voet hebt gezet, zal u en uw zonen voor altijd tot erfdeel zijn, omdat gij Jahweh, mijn God, trouw zijt gebleven.”
9ودر آن روز موسی قسم خورد و گفت: البته زمینی که پای تو بر آن گذارده شد برای تو و اولادت ملکیت ابدی خواهد بود، زیرا که یهوه خدای مرابه تمامی دل پیروی نمودی.
10Welnu, Jahweh heeft mij naar zijn belofte reeds vijf en veertig jaar in het leven gespaard, sinds Jahweh aldus tot Moses heeft gesproken: al die tijd, dat Israël in de woestijn heeft omgezworven. Nu ben ik vijf en tachtig jaar geworden,
10و الان اینک خداوند چنانکه گفته بود این چهل و پنج سال مرازنده نگاه داشته است، از وقتی که خداوند این سخن را به موسی گفت هنگامی که اسرائیل دربیابان راه میرفتند، و الان، اینک من امروز هشتادو پنج ساله هستم.
11maar op de dag van vandaag nog even sterk, als toen Moses mij uitzond; zoals toen heb ik nu nog de kracht, om te strijden, om uit te trekken en terug te keren.
11و حال امروز قوت من باقی است مثل روزی که موسی مرا فرستاد، چنانکه قوت من در آن وقت بود، همچنان قوت من الان است، خواه برای جنگ کردن و خواه برای رفتن وآمدن.
12Geef me nu deze bergstreek, waarover Jahweh destijds gesproken heeft; want ge hebt toen zelf gehoord, dat daar Anakieten wonen, en grote versterkte steden zijn. Wellicht zal ik ze, naar het woord van Jahweh, met zijn hulp kunnen uitdrijven
12پس الان این کوه را به من بده که در آن روز خداوند دربارهاش گفت، زیرا تو در آن روزشنیدی که عناقیان در آنجا بودند، و شهرهایش بزرگ و حصاردار است، شاید خداوند با من خواهد بود تا ایشان را بیرون کنم، چنانکه خداوند گفته است.»
13Toen zegende Josuë Kaleb, den zoon van Jefoenne, en gaf hem Hebron tot erfdeel.
13پس یوشع او را برکت داد و حبرون را به کالیب بن یفنه به ملکیت بخشید.
14Zo is Hebron tot op de huidige dag erfbezit van Kaleb, den zoon van Jefoenne, den Kenizziet, omdat hij trouw is gebleven aan Jahweh, den God van Israël.
14بنابراین حبرون تا امروز ملکیت کالیب بن یفنه قنزی شد، زیرا که یهوه خدای اسرائیل را به تمامی دل پیروی نموده بود.
15Hebron werd vroeger Kirjat-Arba genoemd; deze Arba was de grote man onder de Anakieten. En het land rustte uit van de strijd.
15و قبل از آن نام حبرون، قریه اربع بود که او در میان عناقیان مرد بزرگ ترین بود. پس زمین از جنگ آرام گرفت.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.