Jeremia 35
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
1Het woord, dat door Jahweh tot Jeremias gericht werd in de dagen van Jojakim, den zoon van Josias en koning van Juda.
1Реч која дође Јеремији од Господа у време Јоакима, сина Јосијиног цара Јудиног, говорећи:
2Ge moet naar de Rekabieten-familie gaan en een onderhoud met hen hebben; ge moet ze naar de tempel van Jahweh brengen, en hun in een der zalen wijn voorzetten.
2Иди к дому синова Рихавових и говори с њима, те их доведи у дом Господњи, у коју клет, и подај им вино, нека пију.
3Ik ging dus Jaäzanja halen, den zoon van Jirmejáhoe, zoon van Chabassinja, met zijn broers en al zijn zonen, en het hele geslacht der Rekabieten,
3Тада узех Јазанију, сина Јеремије, сина Ховасијиног и браћу његову и све синове и сав дом синова Рихавових.
4en bracht ze naar de tempel van Jahweh in de zaal der zonen van Chanan, den zoon van den godsman Jigdaljáhoe, die naast het vertrek der aanvoerders ligt en boven het vertrek van den dorpelwachter Maäsejáhoe, den zoon van Sjalloem.
4И доведох их у дом Господњи, у клет синова Анана сина Игдалијиног човека Божијег, која је до клети кнезовске, над клећу Масије сина Салумовог, вратара.
5Ik zette de leden van het Rekabieten-geslacht kannen met wijn en bekers voor, en sprak tot hen: Drinkt wijn!
5И метнух пред синове дома Рихавовог крчаге пуне вина, и чаше, па им рекох: Пијте вино.
6Maar zij gaven ten antwoord: Wij drinken geen wijn! Want onze vader Jonadab, de zoon van Rekab, heeft het ons verboden, en gezegd: Nooit moogt ge wijn drinken, gij noch uw kinderen;
6А они рекоше: Нећемо пити вино, јер Јонадав, син Рихавов, отац наш забранио нам је рекавши: Не пијте вино, ни ви ни синови ваши до века;
7gij moogt u ook geen huizen bouwen, geen koren zaaien, geen wijngaarden planten of bezitten; maar altijd moet ge in tenten wonen, opdat ge lang moogt blijven leven op de grond, waar ge rondzwerft.
7и куће не градите, ни семена сејте, ни винограда садите нити га држите, него у шаторима живите свега века свог, да бисте дуго живели на земљи, где сте дошљаци.
8Wij zijn onzen vader Jehonadab, den zoon van Rekab, gehoorzaam gebleven in alles wat hij ons heeft bevolen: wijzelf, onze vrouwen, onze zonen en dochters drinken ons leven lang geen wijn,
8И послушасмо глас Јонадава, сина Рихавовог оца свог, у свему што нам заповеди да не пијемо вино свега века свог, ни ми ни наше жене, ни синови наши ни кћери наше,
9bouwen geen huizen om er in te wonen, en bezitten geen wijngaard, geen akker of bouwland.
9ни да градимо кућа да у њима живимо, ни да имамо винограда ни њиве ни усева.
10Wij zijn in tenten blijven wonen, en houden ons gehoorzaam aan al wat onze vader Jonadab ons heeft voorgeschreven.
10Него живимо у шаторима, и слушамо и чинимо све како нам је заповедио Јонадав, отац наш.
11Alleen toen Nabukodonosor, de koning van Babel, tegen het land was opgetrokken, hebben we tot elkander gezegd: Komt, laten we naar Jerusalem vluchten voor het leger der Chaldeën en Arameërs. En zo wonen we nu in Jerusalem.
11А кад дође Навуходоносор, цар вавилонски, у ову земљу, рекосмо: Хајде да отидемо у Јерусалим испред војске халдејске и војске сирске; и тако остасмо у Јерусалиму.
12Toen werd het woord van Jahweh tot Jeremias gericht:
12Тада дође реч Господња Јеремији говорећи:
13Zo spreekt Jahweh der heirscharen, Israëls God! Ga, en spreek tot de mannen van Juda en de bewoners van Jerusalem: Zult gij u dan nimmer laten gezeggen, en naar mijn woorden luisteren, is de godsspraak van Jahweh?
13Овако вели Господ над војскама Бог Израиљев: Иди реци Јудејцима и Јерусалимљанима: Зар нећете да примите науке да слушате речи моје? Говори Господ.
14De voorschriften van Jehonadab, den zoon van Rekab, die zijn zonen verboden heeft wijn te drinken, zijn trouw onderhouden; ze hebben geen wijn gedronken tot de dag van vandaag, maar zijn gehoorzaam gebleven aan het gebod van hun vader. En Ik ben tot u blijven spreken van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat, maar gij hebt niet naar Mij willen luisteren.
14Извршују се речи Јонадава, сина Рихавовог, који забрани синовима својим да не пију вино, и не пију вино до данас, него слушају заповест оца свог; а ја вам говорих зарана једнако, а ви ме не послушасте.
15Ik heb u al mijn profeten, mijn dienaars, gezonden, en u voortdurend laten vermanen: Bekeert u toch allen van uw boze wandel, verbetert toch uw gedrag, loopt geen vreemde goden na om die te vereren; dan zult ge op de grond blijven wonen, die Ik u en uw vaderen heb geschonken. Maar ge hebt niet willen horen, naar Mij niet geluisterd.
15И слах к вама све слуге своје пророке зарана једнако говорећи: Вратите се сваки са свог пута злог, и поправите дела своја и не идите за другим боговима служећи им, пак ћете остати у земљи коју сам дао вама и оцима вашим, али не пригнусте уха свог нити ме послушасте.
16Waarachtig, de zonen van Jehonadab, den zoon van Rekab, hebben het gebod in ere gehouden, dat hun vader hun had gegeven; maar dit volk heeft niet naar Mij willen luisteren!
16Да, синови Јонадава сина Рихавовог извршују заповест оца свог што им је заповедио, а тај народ не слуша мене.
17Daarom spreekt Jahweh der heirscharen, Israëls God! Zie, Ik zal over Juda en alle bewoners van Jerusalem alle rampen brengen, waarmee Ik ze heb bedreigd, omdat ze niet geluisterd hebben, toen Ik tot hen sprak, geen antwoord hebben gegeven, toen Ik ze riep!
17Зато овако вели Господ Бог над војскама, Бог Израиљев: Ево, ја ћу пустити на Јуду и на све становнике јерусалимске све зло што изрекох за њих; јер им говорах, а они не послушаше, и звах их а они се не одазваше.
18Maar tot het Rekabieten-geslacht sprak Jeremias: Zo spreekt Jahweh der heirscharen, Israëls God! Omdat ge geluisterd hebt naar het voorschrift van Jehonadab, uw vader, al zijn geboden hebt opgevolgd en alles volbracht hebt wat hij u heeft bevolen:
18А породици Рихавовој рече Јеремија: Овако вели Господ над војскама Бог Израиљев: Што слушате заповест Јонадава оца свог и држите све заповести његове и чините све како вам је заповедио,
19Daarom spreekt Jahweh der heirscharen, Israëls God! Nooit zal het Jehonadab, den zoon van Rekab, aan een man ontbreken, die voor mijn aangezicht staat: in eeuwigheid niet!
19зато овако вели Господ над војскама Бог Израиљев: Неће нестати Јонадаву, сину Рихавовом човека који би стајао преда мном до века.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.