Jesaja 60
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Sta dan op, word verlicht, want uw licht is gekomen, De glorie van Jahweh gaat over u op!
1兴起,发光!因为你的光已经来到! 耶和华的荣耀发现照耀你。
2Want zie, terwijl de duisternis de aarde bedekt, En het donker de volken: Is Jahweh over u opgegaan, En straalt zijn glorie over u uit;
2看哪,黑暗遮盖大地, 幽暗遮盖万民, 耶和华却要显现照耀你; 他的荣耀要现在你身上。
3Nu komen de volkeren naar uw licht, En koningen naar uw stralenglans!
3万国要来就你的光; 君王要来就你发现的光辉。
4Sla uw ogen op, en zie om u heen: Ze zijn allen verzameld, en gaan naar u op; Van verre snellen uw zonen toe, Uw dochters worden op de heup gedragen.
4你举目向四方观看; 众人都聚集来到你这里。 你的众子从远方而来; 你的众女也被怀抱而来。
5Gij zult het zien, en stralen van blijdschap, En uw hart zal bonzen van vreugd: Want dan stromen de schatten der zee naar u toe, De rijkdom der volken komt op u af.
5那时,你看见就有光荣; 你心又跳动又宽畅; 因为大海丰盛的 货物 必转来归你; 列国的财宝也必来归你。
6Een vloed van kamelen zal u bedekken, Dromedarissen van Midjan en Efa; Uit Sjeba trekken ze allen met goud en met wierook, En verkondigen blijde Jahweh’s lof.
6成群的骆驼, 并 米甸 和 以法 的独峰驼必遮满你; 示巴 的众人都必来到; 要奉上黄金乳香, 又要传说耶和华的赞美。
7Al de schapen van Kedar zijn voor u samengedreven, En Nebajots rammen staan voor u klaar; Ze bestijgen mijn altaar als een aangenaam offer, Om het huis van mijn glorie te eren.
7基达 的羊群都必聚集到你这里, 尼拜约 的公羊要供你使用, 在我坛上必蒙悦纳; 我必荣耀我荣耀的殿。
8Wie komen als een wolk daar aangevlogen, En als duiven naar hun til?
8那些飞来如云、 又如鸽子向窗户飞回的是谁呢?
9De bodems der kustlanden liggen voor Mij al bijeen, De schepen van Tarsjisj voorop: Om uw zonen van verre te brengen, Tegelijk met hun zilver en goud, Voor de Naam van Jahweh, uw God, Voor Israëls Heilige, die u glorie bereidt.
9众海岛必等候我, 首先是 他施 的船只, 将你的众子连他们的金银从远方一同带来, 都为耶和华—你 神的名, 又为 以色列 的圣者, 因为他已经荣耀了你。
10Dan bouwen de vreemden uw muren op, En hun koningen zullen u dienen; Want al heb Ik u in mijn gramschap geslagen, In mijn liefde ontferm Ik Mij over u.
10外邦人必建筑你的城墙; 他们的王必服事你。 我曾发怒击打你, 现今却施恩怜恤你。
11Uw poorten zullen altijd open staan, Nooit worden gesloten bij dag of bij nacht: Opdat de volken u hun rijkdommen brengen, Begeleid door hun vorsten.
11你的城门必时常开放, 昼夜不关; 使人把列国的财物带来归你, 并将他们的君王牵引而来。
12-
12哪一邦哪一国不事奉你,就必灭亡, 也必全然荒废。
13De glorie van de Libanon zal tot u komen: Cypressen, platanen en dennen tezamen, Om mijn heilige stede te sieren, De plek voor mijn voeten te eren.
13黎巴嫩 的荣耀, 就是松树、杉树、黄杨树, 都必一同归你, 为要修饰我圣所之地; 我也要使我脚踏之处得荣耀。
14Deemoedig komen de zonen van uw tyrannen tot u, Voor uw voetzolen werpen al, die u versmaadden, zich neer, Ze zullen u noemen: de Stad van Jahweh, De Sion van Israëls Heilige!
14素来苦待你的,他的子孙都必屈身来就你; 藐视你的,都要在你脚下跪拜。 他们要称你为「耶和华的城」, 为「 以色列 圣者的 锡安 」。
15Van de verlatene, die gij waart, Van de gehate, waar niemand doorheen trok, Maak Ik een trots voor de eeuwen, Een lust van geslacht op geslacht.
15你虽然被撇弃被厌恶, 甚至无人经过, 我却使你变为永远的荣华, 成为累代的喜乐。
16De melk der volkeren zult ge drinken, En koninklijke borsten zuigen. Dan zult ge weten, dat Ik, Jahweh, het ben, die u redt, Jakobs Sterke, die u verlost!
16你也必吃万国的奶, 又吃君王的奶。 你便知道我—耶和华是你的救主, 是你的救赎主, 雅各 的大能者。
17Voor koper breng Ik u goud, en zilver voor ijzer, Koper voor hout, en ijzer voor stenen. Vrede stel Ik aan tot uw leiders, En gerechtigheid tot uw heersers.
17我要拿金子代替铜, 拿银子代替铁, 拿铜代替木头, 拿铁代替石头; 并要以和平为你的官长, 以公义为你的监督。
18Van geweld wordt in uw land niet langer gehoord, Van verwoesting noch puinen binnen uw grenzen; Maar uw muren zult ge Redding noemen, En Glorie uw poorten.
18你地上不再听见强暴的事, 境内不再听见荒凉毁灭的事。 你必称你的墙为「拯救」, 称你的门为「赞美」。
19De zon zal des daags uw licht niet meer zijn, De glans der maan u ‘s nachts niet beschijnen; Maar Jahweh zal een eeuwig Licht voor u zijn, En uw God wordt uw Luister!
19日头不再作你白昼的光; 月亮也不再发光照耀你。 耶和华却要作你永远的光; 你 神要为你的荣耀。
20Uw zon gaat nimmer meer onder, En uw maan neemt niet af; Want Jahweh zal een eeuwig Licht voor u zijn: Uw dagen van rouw zijn ten einde!
20你的日头不再下落; 你的月亮也不退缩; 因为耶和华必作你永远的光。 你悲哀的日子也完毕了。
21Uw volk zal enkel rechtvaardigen zijn, En het land voor eeuwig bezitten: De loot, die Ik plantte, Het werk mijner handen, om Mij te verheerlijken.
21你的居民都成为义人, 永远得地为业; 是我种的栽子,我手的工作, 使我得荣耀。
22De kleinste wordt een geslacht, De geringste een machtige natie. Ik, Jahweh, heb het gezegd; Te zijner tijd zal Ik het haastig volbrengen!
22至小的 族 要加增千倍; 微弱的国必成为强盛。 我—耶和华要按定期速成这事。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.