Jesaja 43
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Maar nu spreekt Jahweh, Die u heeft geschapen, o Jakob, Die u heeft gevormd, o Israël: Vrees niet, want Ik heb u vrij gekocht; Bij uw naam u geroepen: Gij zijt de mijne!
1و الان خداوند که آفریننده توای یعقوب، و صانع توای اسرائیل است چنین میگوید: «مترس زیرا که من تو را فدیه دادم و تو را به اسمت خواندم پس تو از آن من هستی.
2Toen ge door de wateren trokt, was Ik met u, Of door stromen: ze konden u niet overstelpen; Al moest ge door vuur, ge kondt niet verbranden, En de vlammen verzengden u niet.
2چون از آبها بگذری من با تو خواهم بود و چون از نهرها (عبورنمایی ) تو را فرونخواهند گرفت. وچون از میان آتش روی، سوخته نخواهی شد وشعلهاش تو را نخواهد سوزانید.
3Want Ik ben Jahweh, uw God, Israëls Heilige, Uw Redder! Ik gaf voor u Egypte prijs, En Koesj en Seba in ruil;
3زیرا من یهوه خدای تو و قدوس اسرائیل نجاتدهنده توهستم. مصر را فدیه تو ساختم و حبش و سبا را به عوض تو دادم.
4Want ge waart kostbaar in mijn ogen, Hooggeschat, Ik had u lief; Landen gaf Ik voor u weg, Volken tot pand voor uw leven!
4چونکه در نظر من گرانبها و مکرم بودی و من تو را دوست میداشتم پس مردمان را به عوض تو و طوایف را در عوض جان تو تسلیم خواهم نمود.
5Wees dus niet bang, Want Ik ben met u! Van het oosten zal Ik uw kroost laten komen, Ik breng u weer van het westen bijeen;
5مترس زیرا که من با توهستم و ذریت تو را از مشرق خواهم آورد و تو رااز مغرب جمع خواهم نمود.
6Tot het noorden zeg Ik: Geef op, Tot het zuiden: Weerhoud ze niet! Breng terug van verre mijn zonen, Mijn dochters van de grenzen der aarde:
6به شمال خواهم گفت که “بده “ و به جنوب که “ممانعت مکن”. پسران مرا از جای دور و دخترانم را از کرانهای زمین بیاور.
7Allen, die naar mijn Naam zijn genoemd, Die Ik schiep tot mijn glorie, die Ik vormde en maakte.
7یعنی هرکه را به اسم من نامیده شودو او را به جهت جلال خویش آفریده و او رامصور نموده و ساخته باشم.»
8Laat gaan het volk, dat ogen heeft, maar blind was geworden, De doven, ofschoon ze oren hebben!
8قومی را که چشم دارند اما کور هستند و گوش دارند اما کرمی باشند بیرون آور.
9Laat alle volken samen komen, De naties bijeen! Wie van de goden kan zoiets voorspellen, Het verkonden vooraf? Dat ze hun getuigen brengen, en hun beweringen staven; Men zal ze horen, en zeggen: ‘t Is waar!
9جمیع امتها با هم جمع شوند و قبیلهها فراهم آیند پس در میان آنهاکیست که از این خبر دهد و امور اولین را به مااعلام نماید. شهود خود را بیاورند تا تصدیق شوند یا استماع نموده، اقرار بکنند که این راست است.
10Maar mijn getuigen, zegt Jahweh, zijt gij, Mijn dienaars, die Ik heb uitverkoren; Opdat zij erkennen, in Mij geloven, En goed begrijpen, dat Ik het ben: Dat vóór Mij geen god heeft bestaan, En ná Mij geen ander zal zijn!
10یهوه میگوید که «شما و بنده من که او رابرگزیدهام شهود من میباشید. تا دانسته، به من ایمان آورید و بفهمید که من او هستم و پیش از من خدایی مصور نشده و بعد از من هم نخواهد شد.
11Ik, Ik ben Jahweh; Er is geen ander redder dan Ik!
11من، من یهوه هستم و غیر از من نجاتدهندهای نیست.
12Ik ben het ook, die de redding voorspelde, En verkondde vooraf! Ik ben geen vreemde onder u, En gij zijt mijn getuigen, is de godsspraak van Jahweh! Ik ben God van eeuwigheid af,
12من اخبار نموده و نجات دادهام و اعلام نموده و درمیان شما خدای غیر نبوده است. خداوند میگوید که شما شهود من هستید و من خدا هستم.
13En zal het in de toekomst ook zijn! Niemand, die uit mijn hand kan redden; Als Ik het doe, wie zal het beletten?
13و از امروز نیز من او میباشم وکسیکه از دست من تواند رهانید نیست. من عمل خواهم نمود و کیست که آن را رد نماید؟»
14Zo spreekt Jahweh, uw Verlosser, Israëls Heilige.
14خداوند که ولی شما و قدوس اسرائیل است چنین میگوید: «بخاطر شما به بابل فرستادم و همه ایشان را مثل فراریان فرود خواهم آورد وکلدانیان را نیز در کشتیهای وجد ایشان.
15Om uwentwil zal Ik er een naar Babel zenden, En alle grendels doen vallen, De Chaldeën vernielen, Hun jubel in weeklacht verkeren: Ik, Jahweh, uw Heilige, Ik, Israëls Schepper, uw Koning!
15من خداوند قدوس شما هستم. آفریننده اسرائیل و پادشاه شما.»
16Zo spreekt Jahweh, die een weg door de zee had gebaand, Een pad door de onstuimige wateren;
16خداوند که راهی در دریا و طریقی درآبهای عظیم میسازد چنین میگوید:
17Die wagens en paarden er over liet gaan, Met krijgsmacht en strijders: Maar ze lagen neer, en stonden niet op, Uitgedoofd als een kwijnende pit!
17«آنکه ارابهها و اسبها و لشکر و قوت آن را بیرون میآورد، ایشان با هم خواهند خوابید و نخواهندبرخاست و منطفی شده، مثل فتیله خاموش خواهند شد.
18Blijft nu niet staren op wat vroeger gebeurde, En staat bij het verleden niet stil;
18چیزهای اولین را بیاد نیاورید ودر امور قدیم تفکر ننمایید.
19Zie, Ik ga iets nieuws beginnen: Het is al ontloken, bemerkt ge het niet? Thans maak Ik door de stèppe een weg, En stromen in de woestijn!
19اینک من چیزنویی بوجود میآورم و آن الان بظهور میآید. آیاآن را نخواهید دانست؟ بدرستی که راهی دربیابان و نهرها در هامون قرار خواهم داد.
20De wilde beesten zullen Mij loven, Jakhalzen en struisen: Want Ik breng water in de woestijn, En in de wildernis stromen, Om mijn uitverkoren volk te drenken,
20حیوانات صحرا گرگان و شترمرغها مرا تمجیدخواهند نمود چونکه آب در بیابان و نهرها درصحرا بوجود میآورم تا قوم خود و برگزیدگان خویش را سیراب نمایم.
21Het volk dat Ik Mij vormde, en dat mijn lof zal verkonden!
21این قوم را برای خودایجاد کردم تا تسبیح مرا بخوانند.
22Toch Jakob, hebt ge Mij niet aangeroepen, Israël, u om Mij niet bekommerd;
22اما توای یعقوب مرا نخواندی و توای اسرائیل از من به تنگ آمدی!
23Gij hebt Mij geen schapen ten offer gebracht, Met uw slachtoffers Mij niet geëerd; Met spijsoffers ben Ik u niet lastig gevallen, Om wierook plaagde Ik u niet!
23گوسفندان قربانی های سوختنی خود را برای من نیاوردی و به ذبایح خود مراتکریم ننمودی! به هدایا بندگی بر تو ننهادم و به بخور تو را به تنگ نیاوردم.
24Ge hebt Mij geen reukwerk gekocht met uw geld, Mij niet met het vet van uw offers verzadigd: Met uw zonden zijt ge Mij lastig gevallen, Met uw misdaden hebt ge Mij geplaagd!
24نی معطر را به جهت من به نقره نخریدی و به پیه ذبایح خویش مرا سیر نساختی. بلکه به گناهان خود بر من بندگی نهادی و به خطایای خویش مرا به تنگ آوردی.
25Neen, Ik, Ikzelf delg uw misdaden uit, Uit eigen beweging gedenk Ik uw zonden niet meer!
25من هستم من که بخاطر خود خطایای تو رامحو ساختم و گناهان تو را بیاد نخواهم آورد.
26Kom mijn geheugen te hulp, en laat ons pleiten tegen elkaar; Spreek op, zo gij u rechtvaardigen wilt!
26مرا یاد بده تا با هم محاکمه نماییم. حجت خودرا بیاور تا تصدیق شوی.
27Uw eerste vader heeft tegen Mij al gezondigd, En uw leiders waren Mij ontrouw!
27اجداد اولین تو گناه ورزیدند و واسطه های تو به من عاصی شدند.
28Daarom heb Ik de heilige vorsten onteerd, Jakob met banvloek, Israël met schande geslagen!
28بنابراین من سروران قدس را بیاحترام خواهم ساخت و یعقوب را به لعنت و اسرائیل را به دشنام تسلیم خواهم نمود.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.