Jesaja 30
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Wee de weerspannige zonen, is de godsspraak van Jahweh, Die plannen beramen, maar buiten Mij om, Verbonden sluiten, maar tegen mijn geest, Om zonde op zonde te stapelen;
1خداوند میگوید که وای بر پسران فتنه انگیز که مشورت میکنند لیکن نه ازمن و عهد میبندند لیکن نه از روح من، تا گناه را برگناه مزید نمایند.
2Die naar Egypte trekken, Zonder Mij te hebben geraadpleegd, Om onder Farao’s schutse te vluchten, In Egypte’s schaduw te schuilen.
2که برای فرود شدن به مصرعزیمت میکنند اما از دهان من سوال نمی نمایندو به قوت فرعون پناه میگیرند و به سایه مصراعتماد دارند.
3Maar Farao’s schuts zal een smaad voor u zijn, De vlucht in Egypte’s schaduw een schande.
3لهذا قوت فرعون خجالت واعتماد به سایه مصر رسوایی شما خواهد بود.
4Want al gaan ook uw vorsten naar Sóan, En trekken uw boden tot Chanes,
4زیرا که سروران او در صوعن هستند و ایلچیان وی به حانیس رسیدهاند.
5Allen komen bedrogen uit Bij een volk, dat hen toch niet kan helpen; Dat hulp brengt noch redding, Maar enkel schande en smaad.
5همگی ایشان از قومی که برای ایشان فایده ندارند خجل خواهند شد که نه معاونت و نه منفعتی بلکه خجالت و رسوایی نیز برای ایشان خواهند بود.
6Door de gloeiende Négeb trekken ze heen, Door het land van benauwing en angst, Van leeuwinnen en brullende leeuwen, Van adders en vliegende draken. Ze dragen hun rijkdom op de ruggen der ezels, Op kemel-bulten hun schatten, naar een volk, dat niet helpt,
6وحی درباره بهیموت جنوبی: از میان زمین تنگ و ضیق که از آنجا شیر ماده و اسد وافعی ومار آتشین پرنده میآید. توانگری خویش را برپشت الاغان و گنجهای خود را بر کوهان شتران نزد قومی که منفعت ندارند میبرند.
7Naar Egypte, wiens hulp ijdel en leeg is, Dat ik genoemd heb: Slapende Ráhab!
7چونکه اعانت مصریان عبث و بیفایده است از این جهت ایشان را رهب الجلوس نامیدم.
8Ga nu, en schrijf het voor hen op een blad, En teken het op in een boek, Opdat het in de komende tijden Een getuigenis blijve voor eeuwig:
8الان بیا و این رادر نزد ایشان بر لوحی بنویس و بر طوماری مرقوم ساز تا برای ایام آینده تا ابدالاباد بماند.
9Ze zijn een weerbarstige natie, Ontrouwe zonen, Kinderen, die niet willen horen Naar Jahweh’s gebod.
9زیرا که این قوم فتنه انگیز و پسران دروغگومی باشند. پسرانی که نمی خواهند شریعت خداوند را استماع نمایند.
10Tot de zieners zeggen ze: Ziet niet; Tot de profeten: voorspelt ons geen waarheid; Maar zegt ons enkel wat aangenaam is, Voorspelt ons wat ons kan strelen.
10که به رائیان میگویند: رویت مکنید و به انبیا که برای ما به راستی نبوت ننمایید بلکه سخنان شیرین به ماگویید و به مکاید نبوت کنید.
11Wijkt af van de weg, Buigt af van het pad, En laat ons met rust, en verveelt ons niet Met Israëls Heilige!
11از راه منحرف شوید و از طریق تجاوز نمایید و قدوس اسرائیل را از نظر ما دور سازید.
12Daarom zegt Israëls Heilige: Omdat gij dit woord veracht, En vertrouwt en steunt op leugen en bedrog,
12بنابراین قدوس اسرائیل چنین میگوید: «چونکه شما این کلام را ترک کردید و بر ظلم وفساد اعتماد کرده، بر آن تکیه نمودید،
13Zal deze zonde u zijn als een wankel stuk van een hoge muur, Dat overhelt en plotseling omlaag stort.
13از این جهت این گناه برای شما مثل شکاف نزدیک به افتادن که در دیوار بلند پیش آمده باشد و خرابی آن در لحظهای بغته پدید آید خواهد بود.
14Het breekt, zoals een aarden kruik wordt verbrijzeld, Meedogenloos, zodat er geen scherf van heel blijft: Om vuur te halen uit de haard, Of water uit de put te scheppen.
14وشکستگی آن مثل شکستگی کوزه کوزهگرخواهد بود که بیمحابا خرد میشود بطوری که ازپاره هایش پارهای به جهت گرفتن آتش از آتشدان یا برداشتن آب از حوض یافت نخواهد شد.»
15Want zo heeft Jahweh gesproken, De Heer, Israëls Heilige: In bekering en berusting Ligt uw redding; In stilte en vertrouwen Ligt uw kracht; Maar gij hebt niet willen horen,
15زیرا خداوند یهوه قدوس اسرائیل چنین میگوید: «به انابت و آرامی نجات مییافتید وقوت شما از راحت و اعتماد میبود، امانخواستید.
16Ge hebt gezegd: Neen! Op paarden willen we vluchten; Ja, ge zùlt moeten vluchten! Op dravers zullen we rennen; Ja, uw vervolgers rennen achter u aan!
16و گفتید: نی بلکه بر اسبان فرارمی کنیم، لهذا فرار خواهید کرد و بر اسبان تیز روسوار میشویم لهذا تعاقب کنندگان شما تیز روخواهند شد.
17Duizend van u slaan op de vlucht voor het dreigen van één, Tienduizend voor het dreigen van vijf; Totdat uw overschot zal zijn als een mast op een bergtop, Als een banier op een heuvel.
17هزار نفر از نهیب یک نفر فرارخواهند کرد و شما از نهیب پنج نفر خواهیدگریخت تا مثل بیدق بر قله کوه و علم بر تلی باقی مانید.»
18Toch blijft Jahweh wachten op u, om u genadig te zijn, Verheft Hij zich, om zich over u te ontfermen; Want Jahweh is een rechtvaardig God: Gelukkig allen, die op Hem hopen!
18و از این سبب خداوند انتظار میکشد تا بر شما رافت نماید و از این سبب برمی خیزد تا برشما ترحم فرماید چونکه یهوه خدای انصاف است. خوشابحال همگانی که منتظر وی باشند.
19Ja, volk van Sion, dat in Jerusalem woont: Gij zult niet altijd hoeven wenen; Zodra gij roept, zal Hij zich uwer ontfermen, Zodra Hij u hoort, u verhoren.
19زیرا که قوم در صهیون در اورشلیم ساکن خواهند بود و هرگز گریه نخواهی کرد و به آوازفریادت بر تو ترحم خواهد کرد، و چون بشنود تورا اجابت خواهد نمود.
20Al reikt ook de Heer u het brood der benauwing, En het water van nood, Uw Leraar zal zich niet altijd verbergen. Uw ogen zullen uw Leidsman aanschouwen;
20و هرچند خداوند شمارا نان ضیق و آب مصیبت بدهد اما معلمانت باردیگر مخفی نخواهند شد بلکه چشمانت معلمان تو را خواهد دید.
21Uw oren zullen de woorden horen, Die achter u worden gesproken: Dit is de weg; blijft hem bewandelen, Al zoudt ge ook rechts of links willen gaan;
21و گوشهایت سخنی را ازعقب تو خواهد شنید که میگوید: راه این است، در آن سلوک بنما هنگامی که به طرف راست یاچپ میگردی.
22Dan zult ge het zilver, dat uw goden bedekt, En het gouden beslag uwer beelden Als onrein beschouwen, en verwerpen als drek: Weg er mee, zult ge zeggen!
22و پوشش بتهای ریخته نقره خویش را و ستر اصنام تراشیده طلای خود رانجس خواهید ساخت و آنها را مثل چیز نجس دور انداخته، به آن خواهی گفت: دور شو.
23Dan zal Hij regen schenken voor uw zaad, Waarmede gij uw akker bezaait; En het koren, dat aan uw bodem ontspruit, Zal mals zijn en sappig. Dan zal uw kudde op ruime weiden grazen,
23و باران تخمت را که زمین خویش را به آن زرع میکنی و نان محصول زمینت را خواهد داد وآن پر مغز و فراوان خواهد شد و در آن زمان مواشی تو در مرتع وسیع خواهند چرید.
24Met uw ossen en ezels, die de akker bewerken, En veevoer eten, met hartige kruiden vermengd, Met zeef en wan gezift.
24وگاوان و الاغانت که زمین را شیار مینمایند، آذوقه نمک دار را که با غربال و اوچوم پاک شده است خواهند خورد.
25Dan zullen op alle hoge bergen en heuvels De beken stromen van water! En als de grote slachting begint, en torens vallen,
25و در روز کشتار عظیم که برجها در آن خواهد افتاد نهرها و جویهای آب برهر کوه بلند و به هر تل مرتفع جاری خواهد شد.
26Zal het licht der maan als zonnelicht stralen. Het licht der zon zal zevenmaal krachtiger zijn, En als het licht van zeven dagen schitteren, Wanneer Jahweh de wonden van zijn volk zal verbinden, De striemen geneest, die Hij sloeg.
26و در روزی که خداوند شکستگی قوم خود راببندد و ضرب جراحت ایشان را شفا دهدروشنایی ماه مثل روشنایی آفتاب و روشنایی آفتاب هفت چندان مثل روشنایی هفت روزخواهد بود.
27Zie, daar nadert de Naam van Jahweh van verre, In laaiende woede en dichte rook; Zijn lippen vol gramschap, Verslindende vlammen zijn tong;
27اینک اسم خداوند از جای دور میآید، درغضب خود سوزنده و در ستون غلیظ و لبهایش پر از خشم و زبانش مثل آتش سوزان است.
28Zijn adem als een bruisende stroom, Die reikt tot de hals. Hij zal de naties ziften met de wan der vernieling, En de toom van verderf om de kaken der volkeren slaan!
28ونفخه او مثل نهر سرشار تا به گردن میرسد تا آنکه امتها را به غربال مصیبت ببیزد و دهنه ضلالت رابر چانه قومها بگذارد.
29En terwijl bij u de zangen weerschallen, Als in de nacht, dat er feest wordt gevierd, En er vreugd in uw hart is, als gij optrekt met fluiten, Om naar de berg van Jahweh te gaan, Israëls Rots:
29و شما را سرودی خواهد بود مثل شب تقدیس نمودن عید وشادمانی دل مثل آنانی که روانه میشوند تا به آوازنی به کوه خداوند نزد صخره اسرائیل بیایند.
30Dan zal Jahweh de majesteit van zijn donder doen horen, En zijn dreigende arm laten zien, In grimmige toorn en verslindende vlammen, In orkaan en stortvloed en hagelstenen.
30وخداوند جلال آواز خود را خواهد شنوانید وفرود آوردن بازوی خود را با شدت غضب وشعله آتش سوزنده و طوفان و سیل و سنگهای تگرگ ظاهر خواهد ساخت.
31Ja, Assjoer zal sidderen voor Jahweh’s stem, Als Hij hem met de roede zal slaan;
31زیرا که آشور به آواز خداوند شکسته خواهد شد و او را با عصاخواهد زد.
32En iedere stokslag, waarmee Jahweh hem tuchtigt, Zal hem raken bij pauken, citer en dans!
32و هر ضرب عصای قضا که خداوندبه وی خواهد آورد با دف و بربط خواهد بود و باجنگهای پر شورش با آن مقاتله خواهد نمود.
33Want al lang staat zijn Tófet gereed, Diep en breed als voor Molok; Zijn brandstapel ligt vol stoppels en hout, Als een zwavelstroom steekt de adem van Jahweh hem aan!
33زیرا که توفت از قبل مهیا شده و برای پادشاه آماده گردیده است. آن را عمیق و وسیع ساخته است که تودهاش آتش و هیزم بسیار است و نفخه خداوند مثل نهر کبریت آن را مشتعل خواهدساخت.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.