Exodus 13
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1En Jahweh sprak tot Moses:
1و خداوند موسی را خطاب کرده، گفت:
2Wijd Mij alle eerstgeborenen toe. Wat bij de kinderen Israëls de moederschoot opent, bij mens of dier, behoort Mij!
2«هر نخست زادهای را که رحم رابگشاید، در میان بنیاسرائیل، خواه از انسان خواه از بهایم، تقدیس نما؛ او از آن من است.»
3sprak Moses tot het volk: Gedenk deze dag, waarop gij uit Egypte, uit het slavenhuis, zijt getrokken, omdat Jahweh u met sterke hand van hier heeft weggevoerd. Er mag geen gedesemd brood worden gegeten
3وموسی به قوم گفت: «اینروز را که از مصر از خانه غلامی بیرون آمدید، یاد دارید، زیرا خداوندشما را به قوت دست، از آنجا بیرون آورد، پس نان خمیر، خورده نشود.
4op de dag van de maand Abib, waarop gij zijt weggetrokken.
4اینروز، در ماه ابیب بیرون آمدید.
5En wanneer Jahweh u in het land van de Kanaänieten, Chittieten, Amorieten, Chiwwieten en Jeboesieten heeft gebracht: het land, dat Jahweh u geven zal, zoals Hij uw vaderen heeft gezworen, het land, dat druipt van melk en honing: volbrengt dan in deze maand, het volgende gebod:
5و هنگامی که خداوند تو را به زمین کنعانیان و حتیان و اموریان و حویان ویبوسیان داخل کند، که با پدران تو قسم خورد که آن را به تو بدهد، زمینی که به شیر و شهد جاری است، آنگاه این عبادت را در این ماه بجا بیاور.
6Eet zeven dagen ongedesemde broden, en op de zevende dag moet het feest zijn ter ere van Jahweh.
6هفت روز نان فطیر بخور، و در روز هفتمین عیدخداوند است.
7Gedurende zeven dagen moeten ongedesemde broden worden gegeten: er mag geen gedesemd brood worden gegeten: zelfs mag dan in heel uw gebied geen zuurdesem worden gevonden.
7هفت روز نان فطیر خورده شود، و هیچچیز خمیر شده نزد تو دیده نشود، و خمیرمایه نزد تو در تمامی حدودت پیدا نشود.
8En op die dag moet gij uw zoon vertellen: Dit geschiedt, om wat Jahweh voor mij heeft gedaan, toen ik uit Egypte trok.
8و در آن روز پسر خود را خبر داده، بگو: این است بهسبب آنچه خداوند به من کرد، وقتی که از مصربیرون آمدم.
9Prent het u in als een merk op uw hand en als een teken op uw voorhoofd, opdat de wet van Jahweh op uw lippen moge blijven; want met sterke hand heeft Jahweh u uit Egypte geleid.
9و این برای تو علامتی بر دستت خواهد بود و تذکرهای در میان دو چشمت، تاشریعت خداوند در دهانت باشد. زیرا خداوند تورا بهدست قوی از مصر بیرون آورد.
10Onderhoudt dit gebod jaar in jaar uit, op de tijd, die daarvoor is bepaald.
10و این فریضه را در موسمش سال به سال نگاه دار.
11Wanneer Jahweh u dus naar het land der Kanaänieten heeft gebracht, zoals Hij u en uw vaderen heeft gezworen, en het u heeft gegeven,
11«و هنگامی که خداوند تو را به زمین کنعانیان درآورد، چنانکه برای تو و پدرانت قسم خورد، و آن را به تو بخشد.
12dan moet ge al wat de moederschoot opent, aan Jahweh afstaan. Elk eerste jong, dat ge krijgt van het vee, zal voor Jahweh zijn, als het een mannelijk dier is.
12آنگاه هرچه رحم را گشاید، آن را برای خدا جدا بساز، و هرنخست زادهای از بچه های بهایم که از آن توست، نرینهها از آن خداوند باشد.
13Maar elk eerste jong van een ezelin, moet ge loskopen met een schaap; indien ge het niet wilt lossen, moet ge het de nek breken. Alle eerstgeborenen van de mensen moet ge loskopen, als het jongens zijn.
13و هر نخست زاده الاغ را به برهای فدیه بده، و اگر فدیه ندهی گردنش را بشکن، و هر نخست زاده انسان را ازپسرانت فدیه بده.
14En wanneer uw zoon u later vraagt, wat dat betekent, zeg hem dan: “Met sterke hand heeft Jahweh ons uit Egypte geleid, uit het slavenhuis.
14و در زمان آینده چون پسرت از تو سوال کرده، گوید که این چیست، اورا بگو، یهوه ما را به قوت دست از مصر، از خانه غلامی بیرون آورد.
15Want toen Farao zich hardnekkig tegen ons vertrek bleef verzetten, heeft Jahweh alle eerstgeborenen in Egypte gedood, zowel de eerstgeborenen van de mensen, als van het vee. Daarom breng ik Jahweh ieder mannelijk dier ten offer, dat de moederschoot opent, en koop ik iederen eerstgeboren zoon los.
15و چون فرعون از رها کردن ما دل خود را سخت ساخت، واقع شد که خداوندجمیع نخست زادگان مصر را از نخست زاده انسان تا نخست زاده بهایم کشت. بنابراین من همه نرینهها را که رحم را گشایند، برای خداوند ذبح میکنم، لیکن هر نخست زادهای از پسران خود رافدیه میدهم.
16Prent het u in als een merk op uw hand en als een teken op uw voorhoofd; want met sterke hand heeft Jahweh ons uit Egypte geleid.”
16و این علامتی بر دستت وعصابهای در میان چشمان تو خواهد بود، زیراخداوند ما را بقوت دست از مصر بیرون آورد.»
17Nadat Farao het volk had laten gaan, leidde God hen niet langs de weg, die naar het land der Filistijnen voerde, hoewel die de kortste was. Want God dacht, dat het volk wel eens spijt kon krijgen, wanneer het tegenstand zou ontmoeten, en dan naar Egypte zou willen terugkeren.
17و واقع شد که چون فرعون قوم را رها کرده بود، خدا ایشان را از راه زمین فلسطینیان رهبری نکرد، هرچند آن نزدیکتر بود. زیرا خدا گفت: «مبادا که چون قوم جنگ بینند، پشیمان شوند و به مصر برگردند.»
18Daarom liet God het volk een omweg maken door de woestijn naar de Rode Zee. In volmaakte orde trokken de Israëlieten op uit het land van Egypte.
18اما خدا قوم را از راه صحرای دریای قلزم دور گردانید. پس بنیاسرائیل مسلح شده، از زمین مصر برآمدند.
19Moses nam het gebeente van Josef met zich mee; want Josef had de kinderen Israëls bezworen: Wanneer God op u heeft neergezien, voert dan mijn gebeente van hier met u mee.
19و موسی استخوانهای یوسف را با خود برداشت، زیرا که او بنیاسرائیل را قسم سخت داده، گفته بود: «هرآینه خدا از شما تفقد خواهد نمود واستخوانهای مرا از اینجا با خود خواهید برد.»
20Zo braken zij van Soekkot op en sloegen hun legerplaats op te Etam aan de rand van de woestijn.
20و از سکوت کوچ کرده، در ایتام به کنار صحرااردو زدند.
21En Jahweh ging voor hen uit, overdag in een wolkkolom, om hun de weg te wijzen, en des nachts in een vuurzuil, om hen voor te lichten, zodat zij dag en nacht konden trekken.
21و خداوند در روز، پیش روی قوم در ستون ابر میرفت تا راه را به ایشان دلالت کند، و شبانگاه در ستون آتش، تا ایشان را روشنایی بخشد، و روز و شب راه روند.
22Overdag week de wolkkolom niet van de spits van het volk, en de vuurzuil niet in de nacht.
22و ستون ابر را درروز و ستون آتش را در شب، از پیش روی قوم برنداشت.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.