Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
1In die tijd zal Mikaël, de aartsengel, opstaan, die de kinderen van uw volk beschut. Het zal een tijd van benauwdheid zijn, zoals er nog nooit is geweest tot die dag, sinds er volken bestaan. Maar uw volk zal in die tijd worden gered: allen, die staan opgetekend in het boek.
1ΚΑΙ ἐν τῷ καιρῷ ἐκείνῳ ἀναστήσεται Μιχαὴλ ὁ ἄρχων ὁ μέγας, ὁ ἑστηκὼς ἐπὶ τοὺς υἱοὺς τοῦ λαοῦ σου· καὶ ἔσται καιρὸς θλίψεως, θλῖψις οἵα οὐ γέγονεν ἀφ' οὗ γεγένηται ἔθνος ἐν τῇ γῇ ἕως τοῦ καιροῦ ἐκείνου· καὶ ἐν τῷ καιρῷ ἐκείνῳ σωθήσεται ὁ λαός σου, πᾶς ὁ γεγραμμένος ἐν τῇ βίβλῳ·
2Dan zullen de velen, die in het stof der aarde slapen, ontwaken: dezen ten eeuwigen leven, anderen tot smaad en eeuwige schande.
2καὶ πολλοὶ τῶν καθευδόντων ἐν γῆς χώματι ἐξεγερθήσονται, οὗτοι εἰς ζωὴν αἰώνιον καὶ οὗτοι εἰς ὀνειδισμὸν καὶ εἰς αἰσχύνην αἰώνιον.
3De vromen zullen schitteren als het licht aan de hemel; en die velen tot gerechtigheid hebben gebracht, als de sterren, voor eeuwig en immer!
3καὶ οἱ συνιέντες ἐκλάμψουσιν ὡς ἡ λαμπρότης τοῦ στερεώματος καὶ ἀπὸ τῶν δικαίων τῶν πολλῶν ὡς οἱ ἀστέρες εἰς τοὺς αἰῶνας καὶ ἔτι.
4Daniël, gij moet wat gezegd is, geheim houden, en het boek verzegelen tot de tijd van het einde; dan zullen velen er naar blijven zoeken, en zal de kennis worden vermeerderd.
4καὶ σύ, Δανιήλ, ἔμφραξον τοὺς λόγους καὶ σφράγισον τὸ βιβλίον ἕως καιροῦ συντελείας, ἕως διδαχθῶσι πολλοὶ καὶ πληθυνθῇ ἡ γνῶσις.
5Toen zag ik, Daniël, op; en zie: daar stonden twee anderen; één aan deze kant van de rivier, de ander aan de overkant.
5Καὶ εἶδον ἐγὼ Δανιὴλ καὶ ἰδοὺ δύο ἕτεροι εἱστήκεισαν, εἷς ἐντεῦθεν τοῦ χείλους τοῦ ποταμοῦ καὶ εἷς ἐντεῦθεν τοῦ χείλους τοῦ ποταμοῦ.
6En men riep tot de man in het linnen gewaad, die zich boven het water van de rivier bevond: Hoe lang zal het duren, eer het einde dezer wonderlijke dingen zal komen?
6καὶ εἶπε τῷ ἀνδρὶ τῷ ἐνδεδυμένῳ τὰ βαδδίν, ὃς ἦν ἐπάνω τοῦ ὕδατος τοῦ ποταμοῦ· ἕως πότε τὸ πέρας ὧν εἴρηκας τῶν θαυμασίων;
7Nu hief de man in het linnen gewaad, die zich boven het water van de rivier bevond, zijn rechter- en linkerhand naar de hemel, en ik hoorde hem zweren bij Hem, die in eeuwigheid leeft: Een tijd, tijden en een halve tijd; wanneer de macht van den vernieler van het heilig volk gebroken zal zijn, zal dit alles een einde nemen!
7καὶ ἤκουσα τοῦ ἀνδρὸς τοῦ ἐνδεδυμένου τὰ βαδδίν, ὃς ἦν ἐπάνω τοῦ ὕδατος τοῦ ποταμοῦ, καὶ ὕψωσε τὴν δεξιὰν αὐτοῦ καὶ τὴν ἀριστερὰν αὐτοῦ εἰς τὸν οὐρανὸν καὶ ὤμοσεν ἐν τῷ ζῶντι εἰς τὸν αἰῶνα, ὅτι εἰς καιρὸν καιρῶν καὶ ἥμισυ καιροῦ· ἐν τῷ συντελεσθῆναι διασκορπισμὸν γνώσονται πάντα ταῦτα.
8Ik hoorde het wel, maar begreep het niet. Daarom zei ik: Mijn Heer, hoe zal het einde zijn dezer dingen?
8καὶ ἐγὼ ἤκουσα καὶ οὐ συνῆκα καὶ εἶπα· Κύριε, τί τὰ ἔσχατα τούτων;
9Maar toen sprak hij: Daniël, ga nu maar heen; want wat gezegd is, blijft geheim en verzegeld tot aan de tijd van het einde.
9καὶ εἶπε· δεῦρο Δανιήλ, ὅτι ἐμπεφραγμένοι καὶ ἐσφραγισμένοι οἱ λόγοι, ἕως καιροῦ πέρας·
10Velen zullen zich laten reinigen, zuiveren, louteren, maar de goddelozen zullen kwaad blijven doen; geen der goddelozen zal het begrijpen, maar de vromen zullen het verstaan.
10ἐκλεγῶσι καὶ ἐκλευκανθῶσι καὶ πυρωθῶσι καὶ ἁγιασθῶσι πολλοί, καὶ ἀνομήσωσιν ἄνομοι· καὶ οὐ συνήσουσι πάντες ἄνομοι, καὶ οἱ νοήμονες συνήσουσι.
11Van de tijd, dat het dagelijks offer zal worden gestaakt, en de ontzettende gruwel wordt opgericht, zullen er twaalfhonderd negentig dagen verlopen.
11καὶ ἀπὸ καιροῦ παραλλάξεως τοῦ ἐνδελεχισμοῦ καὶ τοῦ δοθῆναι βδέλυγμα ἐρημώσεως ἡμέραι χίλιαι διακόσιαι ἐνενήκοντα.
12Heil hem, die ook dan nog volhardt, en dertienhonderd vijf en dertig dagen bereikt!
12μακάριος ὁ ὑπομένων καὶ φθάσας εἰς ἡμέρας χιλίας τριακοσίας τριάκοντα πέντε.
13En gij, ga rustig het einde tegemoet. Gij zult opstaan tot uw bestemming aan het einde der dagen!
13καὶ σὺ δεῦρο καὶ ἀναπαύου· ἔτι γὰρ ἡμέραι καὶ ὧραι εἰς ἀναπλήρωσιν συντελείας, καὶ ἀναστήσῃ εἰς τὸν κλῆρόν σου, εἰς συντέλειαν ἡμερῶν.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.