2 Petrus 3
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Londona Biblio (Esperanto, 1910)
1Geliefden, dit is reeds de tweede brief, die ik u schrijf. In beide trachtte ik, door het opfrissen van het geheugen, uw goede gezindheid levendig te houden,
1Jam ĉi tiun duan epistolon, amataj, mi skribas al vi; en ambaŭ mi instigas vian sinceran menson per rememorigo;
2opdat gij de voorspelling der heilige profeten indachtig zoudt blijven, alsook het gebod van den Heer en Verlosser, door uw apostelen verkondigd.
2por ke vi memoru la antaŭdirojn de la sanktaj profetoj, kaj la ordonon de la Sinjoro kaj Savanto per viaj apostoloj;
3Vóór alles moet gij er aan denken, dat op het einde der tijden spotters met bijtende spot zullen komen, die naar hun eigen lusten leven, en zeggen:
3unue sciante, ke en la lastaj tagoj mokemuloj venos kun mokado, irante laŭ siaj propraj voluptoj,
4“Waar blijft nu de belofte van zijn Komst? Want sinds de Vaders zijn ontslapen, blijft alles zoals het geweest is van het begin der schepping af!”
4kaj dirante: Kie estas la anonco de lia alveno? ĉar de kiam la patroj endormiĝis, ĉio restas kiel de post la komenco de la kreo.
5Het ontgaat hun immers met opzet, dat door Gods woord de hemelen van oudsher bestonden, en de aarde uit water en door water ontstond;
5Ĉar ili volonte forgesas, ke ĉielo ekzistis de antikve, kaj tero kunmetita el akvo kaj meze de akvo, laŭ la vorto de Dio;
6en dat de toenmalige wereld door beide wateren werd overstroomd en verging.
6per kio la tiama mondo, diluvite, pereis;
7Welnu, door hetzelfde woord van God zijn de huidige hemel en aarde zorgvuldig behouden, en bewaard voor het vuur tegen de Dag van het Oordeel en van de ondergang der goddeloze mensen.
7sed la nuna ĉielo kaj la tero per la sama vorto estas destinitaj por fajro, rezervate ĝis la tago de juĝo kaj pereo de malpiuloj.
8Geliefden, dit éne mag u niet ontgaan: Voor den Heer is één dag als duizend jaren, en duizend jaren als één dag.
8Sed ne forgesu ĉi tiun unu aferon, amataj, ke ĉe la Sinjoro unu tago estas kiel mil jaroj, kaj mil jaroj kiel unu tago.
9Niet traag is de Heer met zijn belofte, zoals sommigen dat traagheid noemen; maar lankmoedig is Hij voor u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, maar dat allen zich zullen bekeren.
9La Sinjoro ne malrapidas pri la promeso, kiel iuj malrapidecon kalkulas; sed paciencas al vi, volante, ne ke iuj pereu, sed ke ĉiuj venu al pento.
10Maar komen zal de Dag des Heren als een dief; en dan zullen de hemelen vergaan met donderend geweld, de elementen zullen verbranden en smelten, zo ook de aarde met al wat er op is gemaakt.
10Sed la tago de la Sinjoro venos, kvazaŭ ŝtelisto; en tiu tago la ĉielo forpasos kun muĝa bruego, kaj la elementoj brulante solviĝos, kaj la tero kaj la faritaĵoj en ĝi forbrulos.
11En wanneer zó dit alles ineen stort, hoe moet gij dan wel uitmunten in heilige wandel en vroomheid,
11Ĉar tiamaniere ĉio tio solviĝos, kiaj homoj vi do devus esti en sankta konduto kaj pieco,
12en reikhalzend uitzien naar de komst van de Dag van God! Terwille van hem zullen de hemelen ineen zinken door vuur, de elementen verbranden en smelten,
12atendante kaj akcelante la alvenon de la tago de Dio, pro kio la ĉielo flamanta solviĝos, kaj la elementoj per fajra brulado fluidiĝos?
13en verwachten we uit kracht zijner belofte een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarin de gerechtigheid woont.
13Sed laŭ Lia promeso ni atendas novan ĉielon kaj novan teron, en kiuj loĝas justeco.
14Daarom geliefden, nu gij dit alles verwacht, moet gij uw best doen, om smetteloos en onbevlekt te worden bevonden, in vrede met Hem.
14Tial, amataj, tion atendante, klopodu troviĝi en paco, senmakulaj kaj neriproĉindaj antaŭ Li.
15Weet ook de lankmoedigheid van onzen Heer als een heil te waarderen, zoals onze geliefde broeder Paulus, naar de hem geschonken wijsheid, aan u heeft geschreven,
15Kaj rigardu la paciencon de nia Sinjoro kiel savon; kiel ankaŭ nia amata frato Paŭlo, laŭ la saĝeco donita al li, jam skribis al vi,
16en zoals hij dit ook in al de andere brieven leert, wanneer hij over deze dingen spreekt. Er komen daarin sommige duistere plaatsen voor, die onontwikkelde en onstandvastige mensen verdraaien tot hun eigen verderf, zoals ze dat ook met al de andere Schriften doen.
16kiel ankaŭ en ĉiuj siaj epistoloj, parolante en ili pri ĉi tio; en kiuj estas iuj aferoj malfacile kompreneblaj, kiujn la malkleruloj kaj malkonstantuloj tordas, kiel ankaŭ la ceterajn skribaĵojn, al sia propra pereo.
17Gij dan, geliefden, nu gij het te voren weet, weest op uw hoede, opdat gij niet door de dwaling der goddelozen wordt meegesleept en uw eigen vastheid verliest.
17Vi do, amataj, ĉi tion antaŭsciante, gardu vin, por ke vi ne forlogiĝu per la eraro de la pekuloj, kaj ne defalu de via propra konstanteco.
18Neemt liever toe in genade en kennis van Jesus Christus onzen Heer en Verlosser. Hem zij de glorie nu en tot de Dag der Eeuwigheid.
18Sed kresku en graco kaj scio de nia Sinjoro kaj Savanto Jesuo Kristo. Al li estu la gloro nun kaj ĝis la tago de eterneco. Amen.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.