1 Petrus
Chapter 2

1 Petrus

Petrus Canisius Bible, 1…
vs Synodal Translatio…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Synodal Translation (Синодальный перевод)
1Legt dan af alle boosheid, valsheid, huichelarij, afgunst en alle kwaadsprekerij.
1Итак, отложив всякую злобу и всякое коварство, и лицемерие, и зависть, и всякое злословие,
2Weest, als pasgeboren kinderkens, begerig naar onvervalste geestelijke melk, om daardoor op te groeien tot zaligheid,
2как новорожденные младенцы, возлюбите чистое словесное молоко, дабы от него возрасти вам во спасение;
3zo “gij reeds gesmaakt hebt, dat de Heer goedertieren is.”
3ибо вы вкусили, что благ Господь.
4Nadert tot Hem, de levende steen, —door de mensen verworpen, maar uitverkoren en kostbaar bij God,
4Приступая к Нему, камню живому, человеками отверженному, но Богом избранному, драгоценному,
5en laat u als levende stenen opbouwen tot een geestelijke tempel, bestemd voor een heilig priesterschap, dat geestelijke offers brengt, welgevallig aan God door Jesus Christus.
5и сами, как живые камни, устрояйте из себя дом духовный, священство святое, чтобы приносить духовные жертвы, благоприятные Богу Иисусом Христом.
6Daarom staat er in de Schrift: “Zie, Ik leg in Sion een uitverkoren steen, een kostbare hoeksteen; En wie in Hem gelooft, wordt niet beschaamd.”
6Ибо сказано в Писании: вот, Я полагаю в Сионе камень краеугольный, избранный, драгоценный; и верующий в Него не постыдится.
7Voor u dus de eer, omdat gij gelooft. Maar voor wie niet geloven, blijft het gelden: “De steen, die de bouwlieden hadden verworpen, Is hoeksteen geworden;
7Итак Он для вас, верующих, драгоценность, а для неверующих камень, который отвергли строители, но который сделался главою угла, камень претыкания и камень соблазна,
8Maar ook een steen des aanstoots, En een rotsblok, waarover men struikelt.” Omdat ze het woord niet geloven, stoten ze zich; en hiertoe zijn ze voorbestemd.
8о который они претыкаются, не покоряясь слову, на что они и оставлены.
9Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilige natie, een aangeworven volk: om te verkondigen de deugden van Hem, die u riep uit de duisternis tot zijn wonderbaar licht.
9но вы род избранный, царственное священство, народ святой, люди, взятые в удел, дабы возвещать совершенства Призвавшего вас из тьмы в чудный Свой свет;
10Gij, vroeger geen volk, nu Gods volk; vroeger van genade verstoken, nu begenadigd.
10некогда не народ, а ныне народ Божий; некогда непомилованные, а ныне помилованы.
11Geliefden, ik vermaan u, als pelgrims en vreemdelingen, u verre te houden van de vleselijke lusten, die strijd voeren tegen de ziel.
11Возлюбленные! Прошу вас, как пришельцев и странников, удаляться от плотских похотей, восстающих на душу,
12Leidt onder de heidenen een voorbeeldig leven, opdat zij uw wandel, waarover ze thans u als boosdoeners lasteren, uit uw goede werken zullen leren kennen op de dag der bezoeking, en dan glorie zullen brengen aan God.
12и провождать добродетельную жизнь между язычниками, дабы они за то, за что злословят вас, как злодеев, увидя добрые дела ваши, прославили Бога в день посещения.
13Weest onderdanig aan ieder menselijk gezag om ‘s Heren wil: aan den koning als opperheer;
13Итак будьте покорны всякому человеческому начальству, для Господа: царю ли, как верховной власти,
14aan de landvoogden als zijn gezanten, om de boosdoeners te straffen en de goeden te prijzen.
14правителям ли, как от него посылаемым для наказания преступников и для поощрения делающих добро,
15Want het is de wil van God, dat gij, door het goede te doen, het onverstand van domme mensen tot zwijgen brengt.
15ибо такова есть воля Божия, чтобы мы, делая добро, заграждали уста невежеству безумных людей,
16Doet het als vrije mannen; niet als mensen, die de vrijheid als een dekmantel der boosheid gebruiken, maar als dienstknechten Gods.
16как свободные, не как употребляющие свободу для прикрытия зла, но как рабы Божии.
17Houdt alle mensen in ere, hebt de gemeenschap lief; vreest God, eert den koning!
17Всех почитайте, братство любите, Бога бойтесь, царя чтите.
18Gij slaven, weest onderdanig aan uw meesters met alle ontzag; niet alleen aan de goede en vriendelijke, maar ook aan de lastige.
18Слуги, со всяким страхом повинуйтесь господам, не только добрым и кротким, но и суровым.
19Want dit is een welgevallige daad, wanneer men uit gewetensplicht tegenover God het leed verdraagt, dat men onverdiend moet lijden.
19Ибо то угодно Богу, если кто, помышляя о Боге, переносит скорби, страдая несправедливо.
20Wat eer toch steekt er in, gelaten te zijn, als gij geslagen wordt, omdat gij misdaan hebt? Neen, dit is welgevallig aan God: gelaten te zijn, als gij lijdt, ofschoon gij goed hebt gehandeld.
20Ибо что за похвала, если вы терпите, когда вас бьют за проступки? Но если, делая добро и страдая, терпите, это угодно Богу.
21Hiertoe immers zijt gij geroepen; want ook Christus heeft geleden voor u, en u een voorbeeld nagelaten, opdat gij zijn voetstappen zoudt volgen.
21Ибо вы к тому призваны, потому что и Христос пострадал за нас, оставив нам пример, дабы мы шли по следам Его.
22Hij heeft geen zonde bedreven, en er was geen bedrog in zijn mond;
22Он не сделал никакого греха, и не было лести в устах Его.
23toch hoonde Hij niet, als Hij gehoond werd, en dreigde Hij niet, als Hij leed; maar Hij liet het over aan Hem, die met rechtvaardigheid oordeelt.
23Будучи злословим, Он не злословил взаимно; страдая, не угрожал, но предавал то Судии Праведному.
24Hij zelf heeft aan het kruishout in zijn Lichaam onze zonden gedragen, opdat wij, van de zonden ontlast, voor de gerechtigheid zouden leven. Door zijn striemen zijt gij genezen;
24Он грехи наши Сам вознес телом Своим на древо, дабы мы, избавившись от грехов, жили для правды: ранами Его вы исцелились.
25want als schapen hebt gij rondgedwaald, maar thans zijt gij teruggekeerd tot den Herder, tot Hem, die uw zielen behoedt.
25Ибо вы были, как овцы блуждающие не имея пастыря, но возвратились ныне к Пастырю и Блюстителю душ ваших.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.