1 Petrus 2
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Legt dan af alle boosheid, valsheid, huichelarij, afgunst en alle kwaadsprekerij.
1لهذا هر نوع کینه و هر مکر و ریا و حسد وهرقسم بدگویی را ترک کرده،
2Weest, als pasgeboren kinderkens, begerig naar onvervalste geestelijke melk, om daardoor op te groeien tot zaligheid,
2چون اطفال نوزاده، مشتاق شیر روحانی و بیغش باشید تا از آن برای نجات نمو کنید،
3zo “gij reeds gesmaakt hebt, dat de Heer goedertieren is.”
3اگرفی الواقع چشیدهاید که خداوند مهربان است.
4Nadert tot Hem, de levende steen, —door de mensen verworpen, maar uitverkoren en kostbaar bij God,
4و به او تقرب جسته، یعنی به آن سنگ زنده رد شده از مردم، لکن نزد خدا برگزیده و مکرم.
5en laat u als levende stenen opbouwen tot een geestelijke tempel, bestemd voor een heilig priesterschap, dat geestelijke offers brengt, welgevallig aan God door Jesus Christus.
5شما نیز مثل سنگهای زنده بنا کرده میشوید به عمارت روحانی و کهانت مقدس تا قربانی های روحانی و مقبول خدا را بواسطه عیسی مسیح بگذرانید.
6Daarom staat er in de Schrift: “Zie, Ik leg in Sion een uitverkoren steen, een kostbare hoeksteen; En wie in Hem gelooft, wordt niet beschaamd.”
6بنابراین، در کتاب مکتوب است که «اینک مینهم در صهیون سنگی سر زاویه برگزیده و مکرم و هرکه به وی ایمان آورد خجل نخواهد شد.»
7Voor u dus de eer, omdat gij gelooft. Maar voor wie niet geloven, blijft het gelden: “De steen, die de bouwlieden hadden verworpen, Is hoeksteen geworden;
7پس شما را که ایمان دارید اکرام است، لکن آنانی را که ایمان ندارند، «آن سنگی که معماران رد کردند، همان سر زاویه گردید»،
8Maar ook een steen des aanstoots, En een rotsblok, waarover men struikelt.” Omdat ze het woord niet geloven, stoten ze zich; en hiertoe zijn ze voorbestemd.
8و «سنگ لغزش دهنده و صخره مصادم»، زیرا که اطاعت کلام نکرده، لغزش میخورند که برای همین معین شدهاند.
9Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilige natie, een aangeworven volk: om te verkondigen de deugden van Hem, die u riep uit de duisternis tot zijn wonderbaar licht.
9لکن شما قبیله برگزیده و کهانت ملوکانه وامت مقدس و قومی که ملک خاص خدا باشدهستید تا فضایل او را که شما را از ظلمت، به نورعجیب خود خوانده است، اعلام نمایید.
10Gij, vroeger geen volk, nu Gods volk; vroeger van genade verstoken, nu begenadigd.
10که سابق قومی نبودید و الان قوم خدا هستید. آن وقت از رحمت محروم، اما الحال رحمت کرده شدهاید.
11Geliefden, ik vermaan u, als pelgrims en vreemdelingen, u verre te houden van de vleselijke lusten, die strijd voeren tegen de ziel.
11ای محبوبان، استدعا دارم که چون غریبان و بیگانگان از شهوات جسمی که با نفس در نزاع هستند، اجتناب نمایید؛
12Leidt onder de heidenen een voorbeeldig leven, opdat zij uw wandel, waarover ze thans u als boosdoeners lasteren, uit uw goede werken zullen leren kennen op de dag der bezoeking, en dan glorie zullen brengen aan God.
12و سیرت خود را درمیان امتها نیکو دارید تا در همان امری که شمارا مثل بدکاران بد میگویند، از کارهای نیکوی شما که ببینند، در روز تفقد، خدا را تمجیدنمایند.
13Weest onderdanig aan ieder menselijk gezag om ‘s Heren wil: aan den koning als opperheer;
13لهذا هر منصب بشری را بخاطر خداونداطاعت کنید، خواه پادشاه را که فوق همه است،
14aan de landvoogden als zijn gezanten, om de boosdoeners te straffen en de goeden te prijzen.
14و خواه حکام را که رسولان وی هستند، بجهت انتقام کشیدن از بدکاران و تحسین نیکوکاران.
15Want het is de wil van God, dat gij, door het goede te doen, het onverstand van domme mensen tot zwijgen brengt.
15زیرا که همین است اراده خدا که به نیکوکاری خود، جهالت مردمان بیفهم را ساکت نمایید،
16Doet het als vrije mannen; niet als mensen, die de vrijheid als een dekmantel der boosheid gebruiken, maar als dienstknechten Gods.
16مثل آزادگان، اما نه مثل آنانی که آزادی خود را پوشش شرارت میسازند بلکه چون بندگان خدا.
17Houdt alle mensen in ere, hebt de gemeenschap lief; vreest God, eert den koning!
17همه مردمان را احترام کنید. برادران را محبت نمایید. از خدا بترسید. پادشاه رااحترام نمایید.
18Gij slaven, weest onderdanig aan uw meesters met alle ontzag; niet alleen aan de goede en vriendelijke, maar ook aan de lastige.
18ای نوکران، مطیع آقایان خود باشید با کمال ترس؛ و نه فقط صالحان و مهربانان را بلکه کج خلقان را نیز.
19Want dit is een welgevallige daad, wanneer men uit gewetensplicht tegenover God het leed verdraagt, dat men onverdiend moet lijden.
19زیرا این ثواب است که کسی بجهت ضمیری که چشم بر خدا دارد، در وقتی که ناحق زحمت میکشد، دردها را متحمل شود.
20Wat eer toch steekt er in, gelaten te zijn, als gij geslagen wordt, omdat gij misdaan hebt? Neen, dit is welgevallig aan God: gelaten te zijn, als gij lijdt, ofschoon gij goed hebt gehandeld.
20زیرا چه فخر دارد هنگامی که گناهکار بوده، تازیانه خورید و متحمل آن شوید. لکن اگرنیکوکار بوده، زحمت کشید و صبر کنید، این نزدخدا ثواب است.
21Hiertoe immers zijt gij geroepen; want ook Christus heeft geleden voor u, en u een voorbeeld nagelaten, opdat gij zijn voetstappen zoudt volgen.
21زیرا که برای همین خوانده شدهاید، چونکه مسیح نیز برای ما عذاب کشید وشما را نمونهای گذاشت تا در اثر قدمهای وی رفتار نمایید،
22Hij heeft geen zonde bedreven, en er was geen bedrog in zijn mond;
22«که هیچ گناه نکرد و مکر درزبانش یافت نشد.»
23toch hoonde Hij niet, als Hij gehoond werd, en dreigde Hij niet, als Hij leed; maar Hij liet het over aan Hem, die met rechtvaardigheid oordeelt.
23چون او را دشنام میدادند، دشنام پس نمی داد و چون عذاب میکشید تهدیدنمی نمود، بلکه خویشتن را به داور عادل تسلیم کرد.
24Hij zelf heeft aan het kruishout in zijn Lichaam onze zonden gedragen, opdat wij, van de zonden ontlast, voor de gerechtigheid zouden leven. Door zijn striemen zijt gij genezen;
24که خود گناهان ما را در بدن خویش بردارمتحمل شد تا از گناه مرده شده، به عدالت زیست نماییم که به ضربهای او شفا یافتهاید.
25want als schapen hebt gij rondgedwaald, maar thans zijt gij teruggekeerd tot den Herder, tot Hem, die uw zielen behoedt.
25از آنروکه مانند گوسفندان گمشده بودید، لکن الحال به سوی شبان و اسقف جانهای خود برگشتهاید.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.