Hebræos
Chapter 13
Clementine Vulgate, 1598
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Hebræos 13

Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Caritas fraternitatis maneat in vobis,
1Laat er altijd broederlijke liefde blijven!
2et hospitalitatem nolite oblivisci: per hanc enim latuerunt quidam, angelis hospitio receptis.
2Verwaarloost ook de gastvrijheid niet; want daardoor hebben sommigen, zonder het te weten, engelen geherbergd.
3Mementote vinctorum, tamquam simul vincti: et laborantium, tamquam et ipsi in corpore morantes.
3Denkt aan de gevangenen, als waart gij medegevangen; aan hen, die mishandeld worden, als waart gijzelf in hun lichaam!
4Honorabile connubium in omnibus, et thorus immaculatus. Fornicatores enim, et adulteros judicabit Deus.
4Het huwelijk moet eerbaar zijn onder ieder opzicht, en onbezoedeld het huwelijksbed; want God zal ontuchtigen en overspelers oordelen.
5Sint mores sine avaritia, contenti præsentibus: ipse enim dixit: Non te deseram, neque derelinquam:
5Weest niet hebzuchtig van aard, en stelt u tevreden met wat ge bezit; want Hij heeft gezegd: Ik zal u niet begeven,
6ita ut confidenter dicamus: Dominus mihi adjutor: non timebo quid faciat mihi homo.
6Zo zeggen we met goede moed: “De Heer is mijn Helper; ik heb niets te vrezen; Wat kan een mens mij nog doen?”
7Mementote præpositorum vestrorum, qui vobis locuti sunt verbum Dei: quorum intuentes exitum conversationis, imitamini fidem.
7Denkt aan uw leidslieden, die u het woord Gods hebben verkondigd; let op het einde van hun leven, en volgt hun geloof na.
8Jesus Christus heri, et hodie: ipse et in sæcula.
8Jesus Christus is Dezelfde, gisteren en heden en in eeuwigheid!
9Doctrinis variis et peregrinis nolite abduci. Optimum est enim gratia stabilire cor, non escis: quæ non profuerunt ambulantibus in eis.
9Laat u niet van de weg brengen door veelsoortige en vreemde leringen. Want goed is het, het hart door de genade te sterken, maar niet door spijzen, welke van geen nut zijn voor hen, die zich daaraan hechten.
10Habemus altare, de quo edere non habent potestatem, qui tabernaculo deserviunt.
10We hebben een Altaar, waarvan zij, die de tabernakel bedienen, niet mogen eten.
11Quorum enim animalium infertur sanguis pro peccato in Sancta per pontificem, horum corpora cremantur extra castra.
11Want de lichamen der dieren, wier bloed als een zoenoffer door den hogepriester in het heiligdom is gebracht, worden verbrand buiten de legerplaats.
12Propter quod et Jesus, ut sanctificaret per suum sanguinem populum, extra portam passus est.
12Daarom heeft ook Jesus buiten de poort geleden, om het volk te heiligen door zijn Bloed.
13Exeamus igitur ad eum extra castra, improperium ejus portantes.
13Laat ons dus tot Hem uitgaan buiten de legerplaats en zijn smaad dragen;
14Non enim habemus hic manentem civitatem, sed futuram inquirimus.
14want we hebben hier geen blijvende stad, maar we reikhalzen naar de toekomstige.
15Per ipsum ergo offeramus hostiam laudis semper Deo, id est, fructum labiorum confitentium nomini ejus.
15Door Hem moeten we een altijddurend dankoffer brengen aan God, namelijk de vrucht van lippen, die zijn Naam verheerlijken!
16Beneficentiæ autem et communionis nolite oblivisci: talibus enim hostiis promeretur Deus.
16Vergeet de weldadigheid niet en de onderlinge hulp; want in zulke offers heeft God welbehagen.
17Obedite præpositis vestris, et subjacete eis. Ipsi enim pervigilant quasi rationem pro animabus vestris reddituri, ut cum gaudio hoc faciant, et non gementes: hoc enim non expedit vobis.
17Weest gehoorzaam en onderdanig aan uw leidslieden; want ze waken over uw zielen als mensen, die rekenschap hebben af te leggen. Zorgt er voor, dat ze dit met vreugde kunnen doen en niet met zuchten; want dat zou u niet voordelig zijn.
18Orate pro nobis: confidimus enim quia bonam conscientiam habemus in omnibus bene volentes conversari.
18Bidt voor ons; want we vertrouwen, een rein geweten te hebben, daar we onder ieder opzicht ons onberispelijk trachten te gedragen.
19Amplius autem deprecor vos hoc facere, quo celerius restituar vobis.
19Met meer nadruk verzoek ik u dit te doen, opdat ik u spoediger teruggegeven word.
20Deus autem pacis, qui eduxit de mortuis pastorem magnum ovium, in sanguine testamenti æterni, Dominum nostrum Jesum Christum,
20De God van vrede, die Jesus onzen Heer van de doden heeft opgewekt, den groten Herder der schapen door het Bloed van een eeuwig Verbond:
21aptet vos in omni bono, ut faciatis ejus voluntatem: faciens in vobis quod placeat coram se per Jesum Christum: cui est gloria in sæcula sæculorum. Amen.
21Hij bevestige u in alle goed, opdat gij zijn wil moogt volbrengen; al wat Hem welbehagelijk is, werke Hij in ons uit door Jesus Christus: Hem zij ere in de eeuwen der eeuwen. Amen!
22Rogo autem vos fratres, ut sufferatis verbum solatii. Etenim perpaucis scripsi vobis.
22Ik bid u broeders, neemt het woord der vermaning gewillig aan! Want ik heb het u geschreven in een korte brief.
23Cognoscite fratrem nostrum Timotheum dimissum: cum quo (si celerius venerit) videbo vos.
23Gij weet, dat onze broeder Timóteus de vrijheid heeft verkregen. Zo hij spoedig komt, zal ik u bezoeken in zijn gezelschap.
24Salutate omnes præpositos vestros, et omnes sanctos. Salutant vos de Italia fratres.
24Groet al uw leidslieden en alle heiligen. De Italianen groeten u.
25Gratia cum omnibus vobis. Amen.
25De genade zij met u allen!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.