אִגֶּרֶת אֶל־הָעִבְרִים 10
Modern Hebrew BibleTranslation
Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1כי התורה בהיות בה צל הטבות העתידות ולא מראה עצם הדברים אין ביכלתה להשלים את הקרבים בקרבנות ההם אשר יקריבו תמיד מדי שנה בשנה׃
1Daar de Wet slechts de schaduw bezit der toekomstige goederen en niet het wezen dier dingen zelf, kan ze onmogelijk door offers, welke men jaarlijks opdraagt op dezelfde wijze, hen die er aan deelnemen, ééns en voor al tot volmaaktheid brengen.
2כי לולא זאת חדלו מהביאם באשר המקריבים בהטהרם פעם אחת לא היתה בהם עוד רגשת חטאים׃
2Zou anders het offeren niet hebben opgehouden, omdat dan de offeraars ééns en voor al waren gereinigd en zich geen zonden meer waren bewust?
3אבל יש שם הזכרת החטאים שנה בשנה׃
3Maar nu wordt integendeel ieder jaar de gedachte aan zonde opnieuw daardoor opgewekt.
4כי דם הפרים והשעירים לא יוכל להסיר חטאים׃
4Want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren en bokken zonden wegneemt.
5ובעבור זאת אמר בבואו לעולם זבח ומנחה לא חפצת גוף כוננת לי׃
5Daarom zegt Hij bij zijn Intreden in de wereld: Offers noch gaven hebt Gij gewild, Maar een Lichaam hebt Gij Mij bereid.
6עולה וחטאה לא שאלת׃
6Brand- en zoenoffers behaagden U niet,
7אז אמרתי הנה באתי במגלת ספר כתוב עלי לעשות רצונך אלהי׃
7Toen zeide Ik: Zie Ik kom! In de boekrol staat van Mij geschreven, Uw wil te volbrengen, o God!
8אחרי אמרו למעלה זבח ומנחה עולה וחטאה לא חפצת ולא שאלת אשר יקריבו אתם על פי התורה׃
8Daar Hij nu eerst heeft gezegd: “Offers en gaven, brand- en zoenoffers hebt Gij niet gewild, behaagden U niet,” ofschoon ze volgens de Wet worden geofferd;
9אז אמר הנה באתי לעשות רצונך אלהי מעביר בזה את הראשונה למען הקים את השניה׃
9en Hij vervolgens sprak: “Zie Ik kom, om uw wil te volbrengen;” zó heeft Hij het eerste afgeschaft, om het tweede in te stellen.
10וברצון הזה מקדשים אנחנו על ידי הקרבת קרבן גוף ישוע המשיח בפעם אחת׃
10Uit kracht van die wil zijn wij ééns en voor al geheiligd door het Offer van het Lichaam van Jesus Christus.
11וכל כהן עמד יום יום לשרת ומוסיף פעמים רבות להקריב אתן הקרבנות אשר לא יוכלו לעולם להעביר חטאים׃
11En terwijl iedere priester, dag in dag uit, dienst staat te verrichten en meermalen dezelfde offers opdraagt, welke toch nimmer de zonde kunnen wegnemen,
12אולם זה אחרי הקריבו זבח אחד על החטאים ישב עד עולם לימין האלהים׃
12heeft Hij daarentegen, ééns en voor al, één enkel Offer gebracht voor de zonden, “en is Hij gezeten aan Gods rechterhand,”
13וחכה יחכה עד כי יושתו איביו הדם לרגליו׃
13in afwachting “tot zijn vijanden neergelegd zijn als voetbank voor zijn voeten.”
14כי הוא בקרבן אחת השלים לנצח את המקדשים׃
14Immers door één enkel Offer heeft Hij de geheiligden, ééns en voor al, tot volmaaktheid gebracht. Dit getuigt ons ook de heilige Geest.
15ואף רוח הקדש מעיד לנו על זאת כי אחרי אמרו׃
15Want nadat Hij gesproken heeft:
16זאת הברית אשר אכרת אתם אחרי הימים ההם אמר יהוה נתתי את תורתי בקרבם ועל לבם אכתבנה׃
16“Dit is het Verbond, dat Ik sluit Met hen na deze dagen,” Spreekt de Heer: Mijn wetten zal Ik prenten in hun harten, Ik zal ze schrijven in hun verstand;
17ולעונם ולחטאתם לא אזכר עוד׃
17En hun zonden en ongerechtigheden Zal Ik niet langer gedenken.
18והנה באשר נסלחו החטאים אין עוד קרבן עליהם׃
18Welnu, waar deze vergeven zijn, daar is geen offer voor de zonde meer nodig.
19ועתה אחי בהיות לנו בטחון דרך הקדש בדם ישוע׃
19Welnu dan broeders, daar we de vaste zekerheid hebben, dat door het Bloed van Jesus de weg tot het Heiligdom ons open staat,
20דרך חדש וחי אשר חדש לנו בפרכת היא בשרו׃
20—een nieuwe en levende weg, die Hij ons heeft gebaand door het Voorhangsel heen, namelijk dat van zijn Vlees,
21ובהיות לנו כהן גדול על בית אלהים׃
21daar we eveneens “een Hogepriester over Gods Huis” hebben:
22נקרבה נא בלבב שלם ובאמונה תמימה מטהרים בהזית לבבנו מרוח רעה ורחוצי בשר במים טהורים׃
22zo laat ons toetreden met een oprecht hart en in volle geloofsovertuiging; onze harten door besprenkeling gezuiverd van een slecht geweten, ons lichaam door rein water gewassen.
23נחזיקה בהודית התקוה בל נמוט כי נאמן המבטיח׃
23Laat ons onwrikbaar vasthouden aan de belijdenis der hoop; want Hij die de belofte deed, is getrouw.
24ונתבוננה זה על זה לעורר אתנו לאהבה ולמעשים טובים׃
24Laat ons elkander gadeslaan, om ons tot liefde te prikkelen en goede werken;
25ואל נעזב את כנאיתנו כמנהג קצת אנשים כי אם נוכיח איש את אחיו וביותר בראתכם כי קרוב היום׃
25verwaarloost het gemeenschapsleven niet, zoals sommigen plegen te doen; maar vermaant elkander, te meer, daar gij de Dag ziet naderen.
26כי אם נחטא בזדון אחרי אשר קבלנו דעת האמת לא ישאר עוד זבח קרבן לכפר על החטא׃
26Want wanneer we, na de kennis der waarheid te hebben ontvangen, wetens en willens zondigen, dan is er geen offer voor de zonden meer in uitzicht,
27כי אם בעותי הדין העתיד ואש קנאה אשר תאכל את הצררים׃
27maar slechts een vreselijke verwachting van oordeel en vuurgloed, die de weerspannigen zal verslinden.
28הן איש כי יפר תורת משה מות ימות בלי חמלה על פי שנים עדים או שלשה׃
28Verwerpt iemand de Wet van Moses, zonder genade “sterft hij op het woord van twee of drie getuigen;”
29מה תחשבו כמה יגדל הענש הראוי לרמס ברגלו את בן האלהים וחשב לחל את דם הברית אשר הוא מקדש בו ומחרף את רוח החסד׃
29hoeveel zwaarder straf, dunkt u, zal hij dan verdienen, die den Zoon van God met voeten treedt, het Bloed van het Verbond veracht, waardoor hij geheiligd is, en den Geest der genade durft honen?
30כי ידענו את האמר לי נקם ושלם ועוד כי ידין יהוה עמו׃
30We weten toch, dat Hij gezegd heeft: “Aan Mij is de wraak; Ik zal vergelden;” en eveneens: “de Heer zal zijn volk oordelen.”
31מה נורא לנפל ביד אלהים חיים׃
31Vreselijk is het, te vallen in de handen van den levenden God.
32אבל זכרו נא את הימים הראשונים כי אז אחרי ארו עיניכם נשאתם כבד ענוים רבים׃
32Denkt eens terug aan de dagen, toen gij het licht hebt ontvangen, en daardoor zulk een smartelijke strijd hebt doorstaan:
33פעם בהיותכם לראי בחרפה ותוגה פעם בהשתתף לאשר הגיע אליהם כזאת׃
33nu eens zelf een toonbeeld van smaad en druk, dan weer één met hen, wie het zó verging.
34כי הצטערתם על מוסרי וגזלת רכושכם סבלתם בשמחה מדעתכם בנפשכם שיש לכם בשמים קנין טוב ממנו וקים לעד׃
34Inderdaad, toen hebt gij mee geleden met hen, die gevangen waren, en de roof uwer goederen met blijdschap verdragen, in de overtuiging, dat gij betere en blijvende goederen bezit.
35לכן אל תשליכו את בטחונכם כי יש לו שכר רב׃
35Werpt dus uw vast vertrouwen niet weg, dat een grote beloning in zich sluit.
36כי צריכים אתם לסבלנות למען תעשו רצון אלהים ונשאתם את ההבטחה׃
36Volharding toch is noodzakelijk voor u, om de wil van God te volbrengen en te verkrijgen wat beloofd is.
37כי עוד מעט רגע והבא יבא לא יאחר׃
37Want nog een kleine, kleine tijd: Hij die komt, zal komen, En Hij zal niet toeven.
38הצדיק באמונתו יחיה ואם יסג אחור לא רצתה נפשי בו׃
38Mijn rechtvaardige zal leven door geloof; Maar zo hij terugdeinst, Heeft mijn ziel geen behagen in hem.
39אמנם אנחנו איננו מן הנסוגים אחור לאבדם כי אם מן המאמינים להצלת הנפש׃
39Welnu, wij zijn geen mensen van terugdeinzen ten verderve, maar van geloven tot behoud onzer ziel.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.