אִגֶּרֶת אֶל־הָעִבְרִים

New Testament

מתיוסנט מארקהבְּשׂוֹרָה הַקְּדוֹשָׁה עַל־פִּי לוּקָסג'וןמַעֲשֵׂי הַשְּׁלִיחִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָרוֹמִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָרִאשׁוֹנָה אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָשֵּׁנִית אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַגָּלָטִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָאֶפְסִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַפִּילִפִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַקּוֹלַסִּים1 סלוניס2 סלוניס1 טימותי2 טימותיאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־טִיטוֹסאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־פִּילֵימוֹןאִגֶּרֶת אֶל־הָעִבְרִיםאִגֶּרֶת יַעֲקֹבהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשְּׁלִישִׁית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַאִגֶּרֶת יְהוּדָהחזוֹן יוֹחָנָן
Chapter 6

אִגֶּרֶת אֶל־הָעִבְרִים

Modern Hebrew Bible
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

אִגֶּרֶת אֶל־הָעִבְרִים 6

Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1על כן בעזב כעת ראשית דבר המשיח נעבר אל השלמות ולא נשוב לשית יסודי התשובה ממעשי מות והאמונה באלהים׃
1Daarom willen we de aanvangsleer over Christus laten rusten en tot het volmaakte overgaan, zonder opnieuw een grondslag te leggen van: bekering uit dode werken, geloof in God,
2ותורת הטבילות וסמיכת ידים ותחית המתים והדין הנצחי׃
2de leer over doopsels, handoplegging, opstanding der doden en eeuwig oordeel.
3ואת זאת נעשה אם יתן האל׃
3En dit gaan we nu ondernemen, zo God het wil.
4כי אלה אשר נגה עליהם האור וטעמו ממתנת השמים ונתן להם חלקם ברוח הקדש׃
4Want het is toch onmogelijk, om hen, die eenmaal verlicht zijn geweest, de hemelse gaven hebben gesmaakt, den heiligen Geest hebben ontvangen,
5וטעמו את דבר אלהים הטוב וכחות העולם הבא וימעלו מעל׃
5het heerlijk woord Gods en de krachten der toekomstige wereld hebben geproefd,
6נמנעו מהתחדש עוד לתשובה כי צלבו להם מחדש את בן האלהים ויתנוהו למשל׃
6maar afgevallen zijn: het is onmogelijk, om hen een tweede maal tot bekering op te wekken, daar ze, zover het hùn betreft, den Zoon van God opnieuw hebben gekruisigd en bespot.
7כי האדמה השותה את הגשם הירד עליה למכביר ומוציאה עשב טוב לעבדיה תשא ברכה מאת האלהים׃
7De bodem immers, die de overvloedig neervallende regen heeft opgezogen, en nuttig gewas voortbrengt voor hen, door wie hij werd bebouwd, hij ontvangt zegen van God;
8ואשר תוציא קוץ ודרדר נמאסה היא וקרובה למארה וסופה להשרף׃
8maar zo hij doornen en distels voortbrengt, dan wordt hij afgekeurd en is de vloek nabij, die uitloopt op verbranding.
9אמנם ידידי מבטחים אנחנו בכם טבות מאלה וקרבות לישועה אף כי דברנו כזאת׃
9Maar al spreken we zó, geliefden, toch zijn we over u van iets beters overtuigd, iets dat tot zaligheid strekt.
10כי האלהים לא יעות צדק לשכח את מעשיכם ואת עמל אהבתכם אשר הראיתם לשמו ששרתם ועודכם משרתים את הקדשים׃
10Want God is niet onrechtvaardig; en Hij zal dus uw arbeid niet vergeten noch de liefde, die gij om zijn Naam hebt getoond door het dienen der heiligen vroeger en thans.
11אבל חפצנו שכל אחד מכם גם ישקד שקוד להחזיק בשלמות התקוה עד הקץ׃
11We wensen echter, dat gij allen dezelfde ijver aan de dag blijft leggen, om de volle zekerheid der hoop te bewaren ten einde toe;
12שלא תעצלו כי אם תלכו בעקבות היורשים באמונה וארך רוח את ההבטחות׃
12en dat gij niet traag moogt worden, maar navolgers van hen, die door geloof en volharding de belofte hebben verkregen.
13כי בהבטיח אלהים את אברהם נשבע בנפשו יען אשר אין גדול ממנו להשבע בו׃
13Want toen God aan Abraham de belofte deed, zwoer Hij bij Zichzelf, daar Hij bij geen hogere kon zweren en Hij sprak:
14ויאמר כי ברך אברכך והרבה ארבה אותך׃
14“Voorwaar, rijk zal Ik u zegenen, Overvloedig u vermenigvuldigen,”
15ויהי בהאריך נפשו השיג את ההבטחה׃
15en zo verkreeg Abraham de vervulling der belofte door volharding.
16בני האדם ישבעו בגדול מהם והשבועה להם קץ כל ערעור לקיום הדבר׃
16De mensen toch zweren bij hem die hoger staat, en de eed dient hun tot bevestiging, en sluit verdere tegenspraak uit.
17על כן כאשר רצה האלהים להראות ביותר את ירשי ההבטחה כי לא תשתנה עצתו ערב אתה בשבועה׃
17Daarom ook heeft God een eed tot waarborg gegeven, toen Hij aan de erfgenamen der belofte nog duidelijker de onveranderlijkheid van zijn Raadsbesluit wilde tonen;
18למען על פי שני דברים בלתי משתנים אשר חלילה לאלהים לשקר בם יהיה לנו אשר נסנו עליו זרוז גדול לאחז בתקוה הנתונה לפנינו׃
18opdat wij door twee onwrikbare zaken, waardoor het God onmogelijk is te bedriegen, een krachtige aansporing zouden ontvangen, om onze toevlucht te nemen en ons vast te klampen aan de hoop op wat ons is weggelegd.
19אשר היא לנפשנו לעוגין נכון וחזק ומגיע אל מבית לפרכת׃
19Haar toch behouden we als een veilig en zeker anker onzer ziel, vastzittend in het binnenste achter het Voorhangsel,
20אשר בא שמה ישוע העבר לפנינו ויהי כהן גדול לעולם על דברתי מלכי צדק׃
20waar terwille van ons onze Voorloper is binnengegaan: Jesus, “Hogepriester voor eeuwig naar de Orde van Melkisedek.”

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.