ΤΩΒΙΤ 9
Septuagint (Greek Old Testament), second editionOriginal language
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ΚΑΙ ἐκάλεσε Τωβίας τὸν Ραφαὴλ καὶ εἶπεν αὐτῷ·
1Toen riep Tobias den engel bij zich, dien hij nog altijd voor een mens aanzag, en zeide hem: Azarias, mijn broeder, ik bid u te willen luisteren naar mijn woorden.
2Ἀζαρία ἀδελφέ, λάβε μετὰ σεαυτοῦ παῖδα καὶ δύο καμήλους καὶ πορεύθητι ἐν Ράγοις τῆς Μηδίας παρὰ Γαβαὴλ καὶ κόμισαί μοι τὸ ἀργύριον καὶ αὐτὸν ἄγε μοι εἰς τὸν γάμον·
2Als ik mijzelf aan u zou geven als slaaf, zou dat lang niet opwegen tegen uw goede zorgen.
3διότι ὠμόμοκε Ραγουὴλ μὴ ἐξελθεῖν με,
3Toch heb ik nog een verzoek aan u: Neem rijdieren en slaven met u mee, en ga naar Gabaël in Rages, de stad der Meden; overhandig hem zijn bewijs, neem van hem het geld in ontvangst en nodig hem uit op mijn bruiloft.
4καὶ ὁ πατήρ μου ἀριθμεῖ τὰς ἡμέρας, καὶ ἐὰν χρονίσω μέγα, ὀδυνηθήσεται λίαν.
4Gij weet immers zelf, hoe mijn vader de dagen telt; als ik ook maar één dag langer uitblijf, is hij zielsbedroefd.
5καὶ ἐπορεύθη Ραφαὴλ καὶ ηὐλίσθη παρὰ Γαβαήλ, καὶ ἔδωκεν αὐτῷ τὸ χειρόγραφον· ὃς δὲ προήνεγκε τὰ θυλάκια ἐν ταῖς σφαγῖσι καὶ ἔδωκεν αὐτῷ.
5Maar gij hebt ook gezien, hoe Raguël bij mij heeft aangedrongen, en ik kan zijn dringend verzoek niet weigeren.
6καὶ ὤρθρευσαν κοινῶς καὶ ἦλθον εἰς τὸν γάμον. καὶ εὐλόγησε Τωβίας τὴν γυναῖκα αὐτοῦ.
6Daarom nam Rafaël vier slaven van Raguël en twee kamelen met zich mee, en vertrok naar Rages, de stad der Meden; daar vond hij Gabaël, overhandigde hem zijn ontvangbewijs en beurde van hem al het geld.
no verse 7 in this text
7Ook verhaalde hij hem alles, wat er met Tobias, den zoon van Tobit, gebeurd was, en wist hem zo te bewegen, met hem mee te gaan naar de bruiloft.
no verse 8 in this text
8Toen Gabaël het huis van Raguël binnenkwam, trof hij Tobias aan tafel; deze sprong op en zij kusten elkander. En Gabaël weende, en loofde God;
no verse 9 in this text
9en hij sprak: Moge de God van Israël u zegenen; want gij zijt de zoon van een voortreffelijk en rechtvaardig man, die God vreest en veel aalmoezen geeft.
no verse 10 in this text
10Ook aan uw vrouw en uw ouders wens ik zegen toe.
no verse 11 in this text
11Moogt gij uw kinderen en de kinderen uwer kinderen aanschouwen tot in het derde en vierde geslacht; en moge uw kroost gezegend worden door den God van Israël, die heerst in de eeuwen der eeuwen!
no verse 12 in this text
12Allen zeiden: Amen! Daarna zetten zij zich aan de maaltijd; maar ook het bruiloftsmaal vierden zij in de vreze des Heren.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.