尼希米記
Chapter 11

尼希米記

Chinese Union Version, p…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1百姓的首領住在 耶路撒冷 。其餘的百姓掣籤,每十人中使一人來住在聖城 耶路撒冷 ,那九人住在 別的 城邑。
1De leiders van het volk vestigden zich te Jerusalem. De rest van het volk wierp het lot, om een tiende deel aan te wijzen, dat zich in Jerusalem, de heilige stad, moest vestigen, terwijl de negen andere tienden in de overige steden konden wonen.
2凡甘心樂意住在 耶路撒冷 的,百姓都為他們祝福。
2Het volk zegende echter allen, die zich vrijwillig aanboden, om zich in Jerusalem te vestigen.
3以色列 人、祭司、 利未 人、尼提寧,和 所羅門 僕人的後裔都住在 猶大 城邑,各在自己的地業中。本省的首領住在 耶路撒冷 的記在下面:
3Dit zijn de hoofden van de provincie, die zich in Jerusalem vestigden. De hoofden van Israël, van de priesters, levieten, tempelknechten en zonen van Salomons slaven gingen ook in de steden van Juda wonen, iedereen op zijn eigen erfdeel in die steden,
4其中有些 猶大 人和 便雅憫 人。 猶大 人中有 法勒斯 的子孫、 烏西雅 的兒子 亞他雅 。 烏西雅 是 撒迦利雅 的兒子; 撒迦利雅 是 亞瑪利雅 的兒子; 亞瑪利雅 是 示法提雅 的兒子; 示法提雅 是 瑪勒列 的兒子。
4terwijl die van de Judeërs en Benjamieten zich in Jerusalem vestigden. Van de Judeërs: Ataja, de zoon van Oezzi-ja, zoon van Zekarja, zoon van Amarja, zoon van Sjefatja, zoon van Mahalalel, uit de zonen van Fáres.
5又有 巴錄 的兒子 瑪西雅 。 巴錄 是 谷何西 的兒子; 谷何西 是 哈賽雅 的兒子; 哈賽雅 是 亞大雅 的兒子; 亞大雅 是 約雅立 的兒子; 約雅立 是 撒迦利雅 的兒子; 撒迦利雅 是 示羅尼 的兒子。
5Vervolgens Maäseja, de zoon van Baroek, zoon van Kol-Choze, zoon van Chazaja, zoon van Adaja, zoon van Jojarib, zoon van Zekarja, zoon van den Sjeloniet.
6住在 耶路撒冷 、 法勒斯 的子孫共四百六十八名,都是勇士。
6De zonen van Fáres, die in Jerusalem woonden, telden tezamen vierhonderd acht en zestig weerbare mannen.
7便雅憫 人中有 米書蘭 的兒子 撒路 。 米書蘭 是 約葉 的兒子; 約葉 是 毗大雅 的兒子; 毗大雅 是 哥賴雅 的兒子; 哥賴雅 是 瑪西雅 的兒子; 瑪西雅 是 以鐵 的兒子; 以鐵 是 耶篩亞 的兒子。
7Dit zijn de Benjamieten: Salloe, de zoon van Mesjoellam, zoon van Joëd, zoon van Pedaja, zoon van Kolaja, zoon van Maäseja. zoon van Itiël, zoon van Jesjaja,
8其次有 迦拜 、 撒來 的子孫 ,共九百二十八名。
8en zijn broeders, negenhonderd acht en twintig weerbare mannen.
9細基利 的兒子 約珥 是他們的長官。 哈西努亞 的兒子 猶大 是 耶路撒冷 的副官。
9Joël, de zoon van Zikri, stond aan hun hoofd, en Jehoeda, de zoon van Hassenoea was het tweede hoofd van de stad.
10祭司中有 雅斤 ,又有 約雅立 的兒子 耶大雅 ;
10Van de priesters: Jedaja, de zoon van Jojarib, zoon van Jakin,
11還有管理上帝殿的 西萊雅 。 西萊雅 是 希勒家 的兒子; 希勒家 是 米書蘭 的兒子; 米書蘭 是 撒督 的兒子; 撒督 是 米拉約 的兒子; 米拉約 是 亞希突 的兒子。
11en Seraja, de zoon van Chilki-ja, zoon van Mesjoellam, zoon van Sadok, zoon van Merajot, zoon van Achitoeb stonden aan het hoofd van de tempel;
12還有他們的弟兄在殿裏供職的,共八百二十二名;又有 耶羅罕 的兒子 亞大雅 。 耶羅罕 是 毗拉利 的兒子; 毗拉利 是 暗洗 的兒子; 暗洗 是 撒迦利亞 的兒子; 撒迦利亞 是 巴施戶珥 的兒子; 巴施戶珥 是 瑪基雅 的兒子。
12met hun broeders, die dienst in de tempel verrichtten, telden zij achthonderd twee en twintig man. Vervolgens Adaja, de zoon van Jerocham, zoon van Pelalja, zoon van Amsi, zoon van Zekarja, zoon van Pasjchoer, zoon van Malki-ja,
13還有他的弟兄作族長的,二百四十二名;又有 亞薩列 的兒子 亞瑪帥 。 亞薩列 是 亞哈賽 的兒子; 亞哈賽 是 米實利末 的兒子; 米實利末 是 音麥 的兒子。
13en zijn broeders, die familiehoofden waren, telden tweehonderd twee en veertig man, Amasai, de zoon van Azarel, zoon van Achzai, zoon van Mesjillemot, zoon van Immer,
14還有他們弟兄、大能的勇士共一百二十八名。 哈基多琳 的兒子 撒巴第業 是他們的長官。
14en zijn broeders telden honderd acht en twintig weerbare mannen; hun hoofd was Zabdiël, de zoon van Haggedolim.
15利未 人中有 哈述 的兒子 示瑪雅 。 哈述 是 押利甘 的兒子; 押利甘 是 哈沙比雅 的兒子; 哈沙比雅 是 布尼 的兒子。
15Van de levieten: Sjemaja, de zoon van Chassjoeb, zoon van Azrikam, zoon van Chasjabja, zoon van Boenni.
16又有 利未 人的族長 沙比太 和 約撒拔 管理上帝殿的外事。
16Sjabbetai en Jozabad behoorden tot de hoofden der levieten, en waren belast met het toezicht op de uitwendige aangelegenheden van de tempel.
17祈禱的時候,為稱謝領首的是 米迦 的兒子 瑪他尼 。 米迦 是 撒底 的兒子; 撒底 是 亞薩 的兒子;又有 瑪他尼 弟兄中的 八布迦 為副。還有 沙母亞 的兒子 押大 。 沙母亞 是 加拉 的兒子; 加拉 是 耶杜頓 的兒子。
17Mattanja, de zoon van Mika, zoon van Zabdi, zoon van Asaf, was de leider van het lofgezang bij het gebed, en Bakboekja was de tweede onder zijn broeders. Verder Abda, de zoon van Sjamóea, zoon van Galal, zoon van Jedoetoen.
18在聖城的 利未 人共二百八十四名。
18In het geheel telden de levieten in de heilige stad tweehonderd vier en tachtig man.
19守門的是 亞谷 和 達們 ,並守門的弟兄,共一百七十二名。
19De poortwachters waren: Akkoeb, Talmon en hun broeders, die de wacht hielden in de poorten; ze telden honderd twee en zeventig man.
20其餘的 以色列 人、祭司、 利未 人都住在 猶大 的一切城邑,各在自己的地業中。
20De overige Israëlieten, priesters en levieten woonden in de verschillende steden van Juda, iedereen op zijn erfdeel.
21尼提寧卻住在 俄斐勒 ; 西哈 和 基斯帕 管理他們。
21De tempelknechten woonden op de Ofel; Sicha en Gisjpa stonden aan het hoofd der tempelknechten.
22在 耶路撒冷 、 利未 人的長官,管理上帝殿事務的是歌唱者 亞薩 的子孫、 巴尼 的兒子 烏西 。 巴尼 是 哈沙比雅 的兒子; 哈沙比雅 是 瑪他尼 的兒子; 瑪他尼 是 米迦 的兒子。
22Het hoofd der levieten te Jerusalem was Oezzi, de zoon van Bani, de zoon van Chasjabja, zoon van Mattanja, zoon van Mika; hij behoorde tot de zonen van Asaf, de zangers bij de dienst in de tempel.
23王為歌唱的出命令,每日供給他們必有一定之糧。
23Want er bestond aangaande hen een koninklijk besluit, dat aan de zangers een dagelijkse toelage verzekerde.
24猶大 兒子 謝拉 的子孫、 米示薩別 的兒子 毗他希雅 輔助王辦理 猶大 民的事。
24Petachja, de zoon van Misjezabel, uit de zonen van Zara, den zoon van Juda, was gevolmachtigde van den koning3 in alle aangelegenheden van het volk.
25至於村莊和屬村莊的田地,有 猶大 人住在 基列‧亞巴 和屬 基列‧亞巴 的鄉村; 底本 和屬 底本 的鄉村; 葉甲薛 和屬 葉甲薛 的村莊;
25Wat hun dorpen buiten betreft: Judeërs woonden in Kirjat-Arba en onderhorige plaatsen; in Dibon en onderhorige plaatsen; in Jekabseël en zijn dorpen;
26耶書亞 、 摩拉大 、 伯‧帕列 、
26in Jesjóea, Molada, Bet-Pélet,
27哈薩‧書亞 、 別是巴 ,和屬 別是巴 的鄉村;
27Chasar-Sjoeal en Beër-Sjéba met onderhorige plaatsen;
28洗革拉 、 米哥拿 ,和屬 米哥拿 的鄉村;
28in Sikelag en Mekona met onderhorige plaatsen;
29音‧臨門 、 瑣拉 、 耶末 、
29in En-Rimmon, Sora, Jarmoet,
30撒挪亞 、 亞杜蘭 ,和屬這兩處的村莊; 拉吉 和屬 拉吉 的田地; 亞西加 和屬 亞西加 的鄉村。他們所住的地方是從 別是巴 直到 欣嫩谷 。
30Zanóach, Adoellam en hun dorpen; in Lakisj met zijn velden; in Azeka met onderhorige plaatsen. Ze woonden dus van Beër-Sjéba tot het Hinnom-dal.
31便雅憫 人從 迦巴 起,住在 密抹 、 亞雅 、 伯特利 和屬 伯特利 的鄉村。
31De Benjamieten waren in Géba, Mikmas, Ajja, Betel met onderhorige plaatsen;
32亞拿突 、 挪伯 、 亞難雅 、
32in Anatot, Nob, Ananja,
33夏瑣 、 拉瑪 、 基他音 、
33Chasor, Rama, Gittáim,
34哈疊 、 洗編 、 尼八拉 、
34Chadid, Seboïm, Neballat,
35羅德 、 阿挪 、 匠人之谷 。
35Lod, Ono en het Handwerkersdal.
36利未 人中有幾班曾住在 猶大 地歸於 便雅憫 的。
36Van de levieten woonden afdelingen zowel in Juda als in Benjamin.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.