尼希米記
Chapter 6

尼希米記

Chinese Union Version, p…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1參巴拉 、 多比雅 、 阿拉伯 人 基善 和我們其餘的仇敵聽見我已經修完了城牆,其中沒有破裂之處(那時我還沒有安門扇)的,
1Toen Sanbállat, Tobi-ja, de Arabier Gésjem en onze andere vijanden vernamen, dat ik de muur had voltooid, en er geen bres was overgebleven, ofschoon ik toen nog geen deuren in de poorten had opgehangen,
2參巴拉 和 基善 就打發人來見我,說:「請你來,我們在 阿挪 平原的一個村莊相會。」他們卻想害我。
2zonden Sanbállat en Gésjem mij de volgende boodschap: Kom, laat ons een samenkomst met elkander hebben te Kefirim in het Ono-dal. Daar ze echter kwaad tegen mij in het schild voerden,
3於是我差遣人去見他們,說:「我現在辦理大工,不能下去。焉能停工下去見你們呢?」
3zond ik boden tot hen terug met het antwoord: Ik heb een groot werk onder handen, en kan dus niet komen. Het werk zou zeker stil blijven liggen, als ik mij er van terugtrok, om tot u te komen.
4他們這樣四次打發人來見我,我都如此回答他們。
4Tot vier keer toe zonden ze mij dezelfde boodschap, maar telkens gaf ik hun hetzelfde antwoord.
5參巴拉 第五次打發僕人來見我,手裏拿着未封的信,
5Daarop zond Sanbállat mij voor de vijfde maal een dienaar met hetzelfde verzoek; maar nu bracht deze een open brief met zich mee,
6信上寫着說:「外邦人中有風聲, 迦施慕 也說,你和 猶大 人謀反,修造城牆,你要作他們的王;
6waarin stond geschreven: Onder de volken loopt het gerucht, en het wordt door Gésjem bevestigd, dat gij en de Joden van plan zijt, oproer te maken, en dat gij de muur herbouwt, omdat gij koning over hen wilt worden, of iets van die aard;
7你又派先知在 耶路撒冷 指着你宣講,說在 猶大 有王。現在這話必傳與王知;所以請你來,與我們彼此商議。」
7ook dat gij profeten hebt aangesteld, om u in Jerusalem tot koning van Juda uit te roepen. Zo iets wordt zeker den koning bekend! Kom dus, en laat ons met elkander beraden.
8我就差遣人去見他,說:「你所說的這事,一概沒有,是你心裏捏造的。」
8Maar ik liet hem antwoorden: Geen woord is er waar, van al wat ge zegt; ge verzint het zelf.
9他們都要使我們懼怕,意思說,他們的手必軟弱,以致工作不能成就。 上帝啊 ,求你堅固我的手。
9Want allen wilden ons vrees aanjagen, en dachten: Dan zullen hun handen bij het werk verslappen, en komt het nimmer tot stand. Het was dus zaak, om sterk te staan.
10我到了 米希大別 的孫子、 第來雅 的兒子 示瑪雅 家裏;那時,他閉門不出。他說:「我們不如在上帝的殿裏會面,將殿門關鎖;因為他們要來殺你,就是夜裏來殺你。」
10Een andere keer ging ik het huis van Sjemaja binnen, den zoon van Delaja, zoon van Mehetabel. Ofschoon het goed gesloten kon worden, sprak hij tot mij: Laat ons samen naar het huis van God gaan en binnen de tempel, en de deuren van de tempel gesloten houden; want men komt u vermoorden, vannacht nog komt men u doden.
11我說:「像我這樣的人豈要逃跑呢?像我這樣的人豈能進入殿裏保全生命呢?我不進去!」
11Maar ik gaf ten antwoord: Zou een man, als ik, op de vlucht slaan? En wie, zoals ik, zou in leven blijven, als hij binnen de tempel kwam? Neen, ik ga er niet heen!
12我看明上帝沒有差遣他,是他自己說這話攻擊我,是 多比雅 和 參巴拉 賄買了他。
12Want ik begreep, dat God hem niet had gezonden, maar dat Tobi-ja en Sanbállat hem hadden omgekocht, om deze voorspelling tot mij te richten.
13賄買他的緣故,是要叫我懼怕,依從他犯罪,他們好傳揚惡言毀謗我。
13Hij was omgekocht, om mij vrees aan te jagen. Dan zou ik wel iets dergelijks doen en een zonde begaan; en dan hadden ze gelegenheid, mijn naam te bekladden, en mij in opspraak te brengen.
14我的上帝啊, 多比雅 、 參巴拉 、女先知 挪亞底 ,和其餘的先知要叫我懼怕,求你記念他們所行的這些事。
14Mijn God, reken Tobi-ja en Sanbállat dit drijven aan, maar ook Noadja, de profetes, en de andere profeten, die mij bang wilden maken!
15以祿 月 二十五 日 ,城牆修完了,共修了五十二天。
15Op de vijf en twintigste van Eloel was de muur in twee en vijftig dagen voltooid.
16我們一切仇敵、四圍的外邦人聽見了便懼怕,愁眉不展;因為見這工作完成是出乎我們的上帝。
16Toen al onze vijanden het hoorden, en alle omliggende volken het zagen, scheen het een machtig wonder in hun ogen, en begrepen ze, dat dit werk door onzen God was gewrocht.
17在那些日子, 猶大 的貴冑屢次寄信與 多比雅 , 多比雅 也來 信 與他們。
17Maar ook toen nog bleven sommige edelen van Juda brieven aan Tobi-ja zenden, en kwamen er brieven van Tobi-ja bij hen aan.
18在 猶大 有許多人與 多比雅 結盟;因他是 亞拉 的兒子, 示迦尼 的女婿,並且他的兒子 約哈難 娶了 比利迦 兒子 米書蘭 的女兒為妻。
18Want hij had vele bondgenoten in Juda, daar hij de schoonvader was van Sjekanja, den zoon van Arach, en zijn zoon Jehochanan gehuwd was met de dochter van Mesjoellam, den zoon van Berekja.
19他們常在我面前說 多比雅 的善行,也將我的話傳與他。 多比雅 又常寄信來,要叫我懼怕。
19En ofschoon Tobi-ja herhaaldelijk brieven schreef, om mij vrees aan te jagen, durfden zij mij veel goeds van hem vertellen, en brachten mijn woorden aan hem over.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.