出埃及記 33
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1耶和華吩咐 摩西 說:「我曾起誓應許 亞伯拉罕 、 以撒 、 雅各 說:『要將 迦南 地賜給你的後裔。』現在你和你從 埃及 地所領出來的百姓,要從這裏往那地去。
1En Jahweh vervolgde tot Moses: Ga, trek op van hier met het volk, dat gij uit Egypte hebt geleid, naar het land, dat Ik Abraham, Isaäk en Jakob onder ede beloofd heb aan hun nageslacht te zullen schenken.
2我要差遣使者在你前面,攆出 迦南 人、 亞摩利 人、 赫 人、 比利洗 人、 希未 人、 耶布斯 人,
2Ik zal dus een engel voor u uitzenden, die de Kanaänieten, Amorieten, Chittieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jeboesieten zal verdrijven,
3領你到那流奶與蜜之地。我自己不同你們上去;因為你們是硬着頸項的百姓,恐怕我在路上把你們滅絕。」
3en u voeren naar het land, dat van melk en honing overvloeit. Maar Ik trek zelf niet in uw midden mee, want ge zijt een weerbarstig volk, en Ik zou u misschien onderweg nog verdelgen.
4百姓聽見這凶信就悲哀,也沒有人佩戴妝飾。
4Toen het volk deze vreselijke tijding vernam, bedreven zij rouw, en niemand deed zijn sieraden aan.
5耶和華對 摩西 說:「你告訴 以色列 人說:『 耶和華說 :你們是硬着頸項的百姓,我若一霎時臨到你們中間,必滅絕你們。現在你們要把身上的妝飾摘下來,使我可以知道怎樣待你們。』」
5Toen sprak Jahweh tot Moses: Zeg aan de Israëlieten: Gij zijt een weerbarstig volk; als Ik slechts een ogenblik in uw midden meetrok, zou Ik u verdelgen; maar leg uw sieraden af, dan zal Ik zien, wat Ik voor u kan doen.
6以色列 人從住 何烈山 以後,就把身上的妝飾摘得乾淨。
6Daarom droegen de Israëlieten van de berg Horeb af geen sieraden meer.
7摩西 素常將帳棚支搭在營外,離營卻遠,他稱這帳棚為會幕。凡求問耶和華的,就到營外的會幕那裏去。
7Daarom nam Moses zijn tent, sloeg ze op enige afstand buiten de legerplaats op, en noemde ze openbaringstent; en iedereen, die Jahweh wilde raadplegen, moest zich naar de openbaringstent begeven, die buiten de legerplaats lag.
8當 摩西 出營到 會 幕去的時候,百姓就都起來,各人站在自己帳棚的門口,望着 摩西 ,直等到他進了 會 幕。
8Telkens nu als Moses zich naar de tent begaf, kwam al het volk aan de ingang van zijn tenten staan en staarde Moses na, tot hij de tent was binnengegaan.
9摩西 進 會 幕的時候,雲柱降下來,立在 會 幕的門前, 耶和華 便與 摩西 說話。
9Zodra Moses dan binnen de tent was gekomen, daalde de wolkkolom neer, en plaatste zich voor de ingang van de tent, waar Jahweh dan met Moses sprak.
10眾百姓看見雲柱立在 會 幕門前,就都起來,各人在自己帳棚的門口下拜。
10Wanneer nu het hele volk de wolkkolom aan de ingang van de tent zag geplaatst, stond het hele volk overeind, en wierpen allen zich aan de ingang van hun tenten neer.
11耶和華與 摩西 面對面說話,好像人與朋友說話一般。 摩西 轉到營裏去,惟有他的幫手-一個少年人 嫩 的兒子 約書亞 不離開 會 幕。
11Dan sprak Jahweh tot Moses van aanschijn tot aanschijn, zoals iemand spreekt met zijn vriend; daarna keerde Moses naar de legerplaats terug, terwijl zijn dienaar, de jeugdige Josuë, de zoon van Noen, de tent nooit verliet.
12摩西 對耶和華說:「你吩咐我說:『將這百姓領上去』,卻沒有叫我知道你要打發誰與我同去,只說:『我按你的名認識你,你在我眼前也蒙了恩。』
12Moses sprak tot Jahweh: Zie, Gij beveelt mij, dit volk te doen optrekken, maar Gij laat me niet weten, wien Gij met mij mee zult zenden. Toch hebt Gij mij gezegd: Ik heb u uitverkoren, en gij hebt genade gevonden in mijn ogen.
13我如今若在你眼前蒙恩,求你將你的道指示我,使我可以認識你,好在你眼前蒙恩。求你想到這民是你的民。」
13Welnu, als ik genade heb gevonden in uw ogen, maak mij dan uw plannen bekend, opdat ik kan zien, of ik genade heb gevonden in uw ogen, en wete, of dit volk het uwe nog is.
14耶和華說:「我必親自 和你同 去,使你得安息。」
14Nu sprak Hij: Moet Ik dan zelf met u mee, om u tevreden te stellen?
15摩西 說:「你若不親自 和我同 去,就不要把我們從這裏領上去。
15Moses antwoordde Hem: Wanneer Gij zelf niet met ons meegaat, doe ons dan niet van hier vertrekken.
16人在何事上得以知道我和你的百姓在你眼前蒙恩呢?豈不是因你與我們同去、使我和你的百姓與地上的萬民有分別嗎?」
16Waaraan zal men anders erkennen, dat ik met uw volk genade gevonden heb in uw ogen, en dat ik en uw volk uitverkoren zijn onder alle volken der aarde, tenzij Gij met ons optrekt?
17耶和華對 摩西 說:「你這所求的我也要行;因為你在我眼前蒙了恩,並且我按你的名認識你。」
17Toen sprak Jahweh tot Moses: Ook dit verzoek sta Ik u toe; want gij hebt genade gevonden in mijn ogen, en Ik heb u uitverkoren.
18摩西 說:「求你顯出你的榮耀給我看。」
18Nu vroeg Moses: Laat mij dan uw Glorie aanschouwen.
19耶和華說:「我要顯我一切的恩慈,在你面前經過,宣告我的名。我要恩待誰就恩待誰;要憐憫誰就憐憫誰」;
19Hij antwoordde: Ik zal al mijn Majesteit aan u doen voorbijgaan, en ten aanhoren van u de naam Jahweh uitroepen; want Ik ben genadig, wien Ik genadig, en barmhartig, wien Ik barmhartig wil zijn.
20又說:「你不能看見我的面,因為人見我的面不能存活。」
20En Hij ging voort: Mijn aanschijn kunt ge niet aanschouwen, want geen mens kan Mij zien en in leven blijven.
21耶和華說:「看哪,在我這裏有地方,你要站在磐石上。
21En Jahweh vervolgde: Bij Mij is een plaats, waar gij op de rots kunt staan.
22我的榮耀經過的時候,我必將你放在磐石穴中,用我的手遮掩你,等我過去,
22Wanneer mijn Glorie zal voorbijgaan, zal Ik u in een rotsholte plaatsen, en met mijn hand u bedekken, tot Ik voorbij ben.
23然後我要將我的手收回,你就得見我的背,卻不得見我的面。」
23Dan neem Ik mijn hand van u weg, en kunt ge Mij van achteren zien; want mijn aanschijn kan niemand aanschouwen.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.